Search Dental Tribune

KNMT stapt naar de rechter om kostenonderzoek

Foto: AdobeStock
Redactie Dental Tribune

Redactie Dental Tribune

za. 26 september 2026

Bewaar

De KNMT gaat in beroep tegen het besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over de tandheelkundige tarieven voor 2026. Na een bezwaartraject rond het kostenonderzoek van ruim tien maanden blijven op de punten die er voor praktijkhouders echt toe doen fundamentele vragen onbeantwoord. Die legt de KNMT voor aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Even terug naar het begin. De NZa voerde in 2024 en 2025 een kostprijsonderzoek in de mondzorg uit. Daarin wilde de zorgautoriteit de gemiddelde kosten vaststellen die mondzorgpraktijken maken. De uitkomsten van dit onderzoek vormen, samen met een onderzoek naar een geactualiseerd norminkomen van praktijkhouders, de basis voor nieuwe maximumtarieven die tandartsen en orthodontisten sinds 1 januari 2026 mogen rekenen.

De KNMT maakte samen met meer dan 4.600 praktijken bij de NZa bezwaar tegen de uitkomsten van het onderzoek en de tarieven die eruit voortvloeien. De belangrijkste bezwaren, volgens de KNMT: onredelijke eisen aan uren- en weekinzet, benadeling van kleinere praktijken, ontbreken van overnamekosten als kostenpost en een onrealistische benadering van huisvestingskosten.

Nu de NZa na bijna een jaar de bezwaren van de hand heeft gewezen, stapt de KNMT naar de rechter voor een bodemprocedure. De beroepsorganisatie laat weten gedurende het hele traject intensief te hebben meegedacht en heeft concrete alternatieven aangedragen — onder meer over de waardering van praktijkovernames, over huisvestingskosten en over de manier waarop de arbeidsinzet van praktijkhouders wordt berekend. In de kern krijgt de KNMT echter geen inhoudelijk weerwoord, maar steeds dezelfde mededeling: ‟Onvoldoende onderbouwd,” aldus de beroepsorganisatie.

‟Dat is geen antwoord op de zorgen die in de sector leven,” zegt KNMT-voorzitter Hans de Vries. ‟Vragen over de toekomst en de toegankelijkheid van de mondzorg blijven liggen. Daarom leggen wij ze voor aan de rechter.”

De wet geeft de NZa veel - volgens de KNMT te veel - ruimte om zelf te bepalen hoe zij tarieven berekent. “Juist daarom is het des te belangrijker dat zij die ruimte zorgvuldig gebruikt en de belangen van de sector en praktijkhouders kenbaar meeweegt. Wij vinden dat daar bij dit besluit te veel aan schort. Aan de grenzen die zelfs aan die ruime bevoegdheid zijn gesteld, mag een rechter de NZa houden - en dat is precies wat wij vragen,” aldus de KNMT.

Bron: KNMT

To post a reply please login or register
advertisement
advertisement