Als je al zijn ervaring optelt, heeft Reinier van de Vrie de mondzorg bijna vier decennia gediend als voorlichter en journalist. Hoe kijkt hij vanuit zijn ervaring terug op de tandheelkunde en wat ziet hij als belangrijkste ontwikkelingen in de sector? Bij het overdragen van het hoofdredacteurschap van Dental Tribune deelt hij een aantal van zijn inzichten en opvattingen.
Bijna veertig jaar zicht op de mondzorg. Vanuit welke posities deed je dat?
In 2002 werd ik bij de KNMT – toen nog NMT – aangenomen als hoofdredacteur van het Nederlands Tandartsenblad (NT). Ik kwam daar niet zomaar terecht: ik was daarvoor al vijftien jaar uitgever/journalist geweest bij het NIGZ, het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie. Dat instituut bestaat niet meer. Maar voorlichting was een hoofdtaak, met tandheelkundige gezondheidsvoorlichting en opvoeding als een van de onderdelen. In samenwerking met het Ivoren Kruis werden patiëntfolders ontwikkeld, die ik als hoofd van de uitgeverij hielp maken. De inhoud daarvan kwam bij tandartsen vandaan, die de KNMT en het Ivoren Kruis vertegenwoordigden. Ze kenden me daar dus al toen ik solliciteerde. En ik had bij de NIGZ ook ervaring opgebouwd in het maken van het Tijdschrift Gezondheidsvoorlichting. Die NT-redactie was een ontzettend leuke club. We maakten aanvankelijk met een redactie van vijf mensen zelfs 24 nummers per jaar. Met de komst van internet nam dat aantal af. Vanaf 2017 ben ik als freelancer verder gegaan, onder meer als eindredacteur van Dentz en het Vlaamse ConsulTand en later ook als hoofdredacteur van Dental Tribune.
Als je zou mogen generaliseren, hoe zou je ‘de tandarts’ dan karakteriseren?
Dan dringen drie woorden zich op: ambachtelijk, gedreven en op z’n minst een beetje eigenwijs. Waarbij ik direct wil opmerken dat ik natuurlijk vooral de tandartsen ontmoet heb die het meest naar voren traden. Die zich wilden profileren, hetzij bestuurlijk, hetzij wetenschappelijk of als specialist binnen hun vakgebied. Tandartsen die zich uitsluitend op hun praktijk en patiënten richten, kwam ik iets minder tegen. Als specialist of gedifferentieerd tandarts heb je waarschijnlijk eerder een eigen visie op je vakgebied, met meer gerichtheid op de nieuwste technieken. Een beetje eigenwijs, met eigen ideeën is best logisch als je ambitieus bent. Op bestuurlijk vlak ben ik ook wel mensen tegengekomen die naar mijn idee soms iets te goed wisten hoe het moest.
Wat waren voor jou als journalist de interessantste aspecten van de tandheelkunde?
Ik ben zelf natuurlijk geen tandarts. Ik heb me dus nooit als deskundig beschouwd op vaktechnische zaken of me een mening aangemeten over wat goede tandheelkunde is. Dat moet je aan de beroepsgroep overlaten. Zoals ik ook altijd professionals inschakelde om dingen vakinhoudelijk op juistheid te checken. Waar ik wel zicht op heb, is de praktijkvoering. Daarbinnen vind ik vooral de communicatie tussen tandarts en patiënt belangrijk. Dat grijpt terug op die patiëntfolders die ik hielp schrijven – en die in dat pre-internettijdperk een essentieel hulpmiddel in de informatieverstrekking aan de patiënt vormden. Voor mij is het bevorderen van de mondgezondheid een van de belangrijkste doelstellingen. Communicatie heeft daarin een fundamentele functie. Ik hoop dat ik met mijn werk op dit punt een bijdrage heb kunnen leveren.
Communicatie als bevorderaar van mondgezondheid: hoe zie je dat?
Zeker voorheen was mondzorg te veel op behandelen gericht. Gechargeerd: tandarts ziet gaatje, vult het en klaar. Maar zo moet het niet gaan. Waarom zit dat gaatje er? En hoe kun je het voorkomen? Het gesprek tussen tandarts en patiënt moet ook gaan over de mondgezondheid op de lange termijn. Wat we nu zien bij één element, gaat mogelijk ook bij andere elementen gebeuren. Dus hoe wil jij dat je gebit er over tien jaar uitziet? Kunnen we daarvoor zorgen, en hoe dan? In Nederland is het denk ik – vooral van vroeger uit – wel een beetje ingesleten bij patiënten: de tandarts, of de mondhygiënist, lost het wel op als er een probleem is. In dat perspectief vind ik heel interessant wat tandarts Caspar Bots me vertelde over het Britse Denplan. Patiënten gaan na volledige sanering een vast maandelijks bedrag betalen, en voor dat bedrag moeten tandartsen zorgen dat het gebit gezond blijft. Dat is een enorme stimulans voor het gesprek tussen tandarts en patiënt: de tandarts heeft er alle belang bij dat de patiënt goed geïnformeerd én gemotiveerd is om zelf bij te dragen aan het onderhouden van zijn mondgezondheid. Daarmee vergeleken heeft het Nederlandse codesysteem iets van een perverse prikkel: hoe meer behandelingen, hoe meer declaraties. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat veel tandartsen het verkeerd gebruiken.
Je hebt voor de KNMT en later ook voor de ANT gewerkt. Vond je het heilzaam dat ze rond corona fuseerden?
Het was in de coronatijd zeker een logische stap om met één mond te gaan spreken. Maar ik vond ook daarvoor al dat de standpunten van beide beroepsverenigingen niet ver uiteenliepen. Ik kon geen tien verschillen tussen KNMT en ANT benoemen, en ik denk dat de meeste tandartsen dat ook niet konden. Er was wel een evident cultuurverschil: de ANT ging er meer met gestrekt been in, de KNMT was voorzichtiger en hield meer rekening met omgevingsfactoren, patiëntbelangen en samenwerking met de overheid. Hetzelfde zien we in België: een wat behoudende club tegenover een meer activistische beroepsvereniging die daar nu haar 25-jarig jubileum viert. Het verbaast me niet dat er ook bij ons met de Vereniging Bevlogen Tandartsen opnieuw zo’n groep is ontstaan die met meer felheid voor de belangen van de beroepsgroep wil opkomen.
Toch is voor mij maar helemaal de vraag of je daarmee ook sterker staat tegenover een derde partij. Ik denk dat je, ondanks verschillen, toch weer de samenwerking moet zoeken. Waarover ben je het wel eens, waar kun je een vuist maken? Met de Mondzorgalliantie kun je laten zien dat wat goed is voor tandartsen, ook goed is voor mondhygiënisten, tandtechnici en tandprothetici.
Hebben patiënten ook baat bij die eendracht binnen de beroepsgroep?
Dat denk ik zeker. Eenstemmigheid is ook goed voor de mondzorg in het algemeen, want het gaat uiteindelijk om de toegankelijkheid en de betaalbaarheid: dat wie naar de tandarts moet ook kan gaan en dat er geen grote groepen afhaken, of überhaupt de weg naar de tandartspraktijk niet vinden. We zien dat de stap naar de tandarts voor mensen uit culturele minderheden en/of met een lagere sociaaleconomische status steeds groter wordt. Helaas geldt dat ook voor hun kinderen. 25 jaar geleden speelden consultatiebureaus en GGD’en een belangrijke rol in de tijdige ontwikkeling van een goede mondgezondheid. Er zijn inmiddels opnieuw initiatieven op dit gebied, maar hier moet in de volle breedte beleid op gericht worden, als je het mij vraagt.
Hoe kijk jij naar de communicatie tussen de overheid en de mondzorgsector?
Die is nogal statisch. De politiek zégt wel dat de mondzorg enorm belangrijk is, maar dat wordt toch vooral met de mond beleden. Tandheelkunde gratis in de basis? Zou moeten, maar komt er niet van vanwege de kosten. Alleen tijdens corona bleek het mogelijk de mondzorg goed draaiend te houden. Maar meestal is er bij de overheid niet meer dan sluimerende aandacht. Dat komt doordat mondzorg geen crisisgebied in de zorg is. Als mensen een jaar niet gaan, ontstaan er wel problemen, maar die zijn meestal niet acuut alarmerend.
Ook het experiment met vrije tarieven heeft nooit volop aandacht gekregen, het werd op politieke gronden afgeschoten. Jammer, want het had misschien nieuwe kansen geboden en meer mogelijkheden voor tandartsen die iets extra’s te bieden hebben. De angst voor sterk verhoogde tarieven kwam ongetwijfeld ook voort uit een algemeen vooroordeel vanuit de buitenwereld: tandartsen zijn graaiers en doen het vooral goed voor zichzelf. Het is vrees ik nog steeds moeilijk om dat imago te doorbreken.
Nog een experiment dat niet doorging: de geregistreerd mondhygiënist. Terecht?
Ik heb dit experiment steeds van twee kanten kunnen volgen. Ik was in die tijd ook twee jaar interim-hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Mondhygiëne. Ik heb altijd de indruk gehad dat de samenwerking op de werkvloer heel goed ging. Tandartsen en mondhygiënisten wisten en weten het in de praktijk prima samen te regelen. Ik begrijp dus niet waarom het experiment bestuurlijk op zo veel problemen stuitte. Dat een röntgenfoto bijvoorbeeld eerst door een tandarts beoordeeld moet worden, lijkt mij overbodig. Zitten tandartsen daar nou op te wachten? Er is toch werk genoeg? Het gaat hier geloof ik vooral om het beschermen van status en om vermeende broodroof. Taakdelegatie is mijns inziens in veel praktijken al best ver doorgevoerd. Bekijk die taakverdeling nog eens en zet mondhygiënisten en preventieassistenten zo veel mogelijk voor het reguliere werk in. Grenzen aan capaciteiten heeft elk vak. Tandartsen verwijzen toch ook naar de endodontoloog of kaakchirurg als het te ingewikkeld wordt?
Er is werk genoeg. Moeten er dus meer opleidingsplaatsen komen?
Ja, dat is van groot belang. Er is een duidelijk tandartstekort in ons land, zeker in de periferie. Je moet als land toch voldoende tandartsen kunnen opleiden voor je eigen zorggebied? Er zijn er nu systematisch te weinig. De aanvulling met inmiddels zo’n 20 procent tandartsen uit het buitenland vind ik erg hoog. Afgezien van de cultuurverschillen en taalbelemmeringen is het een vreemd fenomeen dat die mensen in het buitenland zijn opgeleid, terwijl de animo voor de studie in eigen land enorm is. Het lijkt mij erg gezond om de opleidingsplaatsen uit te breiden tot je een redelijke capaciteit bereikt. Maar ook hier zien we weer die houding van de overheid: de urgentie wordt onvoldoende gevoeld. Waar nog bijkomt dat de studie Tandheelkunde een van de duurste is per opleidingsplek. Moet er dan toch al bezuinigd worden op gezondheidszorg, dan gaan de ministeries van VWS en Onderwijs nog eens opnieuw rekenen. Wel denk ik dat je de tandheelkundeopleiding opnieuw onder de aandacht kunt brengen door een andere inrichting. Zou het niet logisch zijn studenten eerst op te leiden tot basisarts, en daarna de focus op de mond te leggen? Mondzorg al in de opbouw van het curriculum meer presenteren als onderdeel van de algemene gezondheidszorg, brengt goed in beeld hoe we een gebrekkige mondgezondheid inmiddels relateren aan vele andere fysieke aandoeningen.
Over scholing gesproken: we kennen het KRT-systeem, maar bij- en nascholing zijn niet verplicht.
Dat vind ik eerlijk gezegd onbegrijpelijk voor een vakgebied waarin sprake is van zoveel technologische ontwikkeling. Je kunt toch niet op je kamertje blijven zitten om de komende 25 jaar het werk net zo te doen als je het nu doet. Ik neem het de tandartsen wel degelijk kwalijk dat ze die verplichte nascholing niet voor elkaar hebben gekregen. Daar zit een conservatieve houding achter, de angst wellicht om leden te verliezen. Ik heb van diverse KNMT-voorzitters gehoord dat ze het eens waren met de verplichte bij- en nascholing, maar die is nog steeds niet gerealiseerd, terwijl deze voor huisartsen en specialisten allang bestaat. Dat tandartsen dit kunnen blijven volhouden, is onbegrijpelijk. Aan de andere kant: ik ben geen tandarts, ik ben niet degene die even komt vertellen hoe het moet. En ik heb veel respect voor het vak gekregen. Voor de kunde. Voor de inzet en de fysieke zwaarte. En voor de eisen die het communicatief stelt: bij iedere patiënt toch maar weer de juiste snaar raken, achterhalen wat iemand wil, proberen de angst weg te nemen, de motivatie op te krikken. Maar naast dat respect mag je vanuit journalistiek perspectief toch ook een spiegel voorhouden. Ik heb altijd geprobeerd een beetje te prikkelen. Denk na over je vak. Wat kan er anders, beter?
Je gaat van je vrije tijd genieten. Maar blijf je de tandheelkunde volgen?
Ik blijf de tijdschriften waaraan ik heb meegewerkt graag ontvangen. Ook in andere media zal ik de mondzorg blijven volgen. Daarbij ga ik mogelijk meer tijd besteden aan een hobby die ik de afgelopen jaren ontwikkeld heb. Onder het motto ‘Je telt pas mee als er over je gesproken wordt’ heb ik inmiddels veel materiaal verzameld over de tandarts in de literatuur. Misschien dat ik daar nog iets mee ga doen. Het grote verschil tussen journalistiek werk en het werk van tandartsen en mondhygiënisten is dat zij altijd de concrete resultaten van hun werk zien. Maar wat is de invloed van al die misschien wel miljoenen woorden die ik geschreven heb? Ik denk dat het in onze maatschappij ontzettend belangrijk is dat je goede informatie kunt halen uit betrouwbare nieuwsbronnen. Daaraan heb ik hopelijk mijn steentje bijgedragen.
Ben of ken je een tandheelkundestudent met een vlotte pen? Dental Tribune zoekt een studentredacteur!
LEIPZIG – Op maandag 9 december vierde Dental Tribune International een mijlpaal: de internationale krantenformule bestaat tien jaar.
MILAAN/LEIPZIG – Digitale technologie is een van de snelst groeiende marktsegmenten in de tandheelkunde, en digitale processen spelen een steeds ...
HOUTEN – Dental Tribune is veel meer dan een krant. Voordat zij in de papieren versie verschijnen, zijn de meeste artikelen al te lezen in onze ...
NEW YORK - De Dental Tribune International (DTI) Media Lounge organiseerde eind November tijdens de Greater New York Dental Meeting (GNYDM) de eerste Dental...
LEIPZIG – Ook mondzorgprofessionals in Scandinavië kunnen nu op de hoogte blijven van het laatste dentale nieuws: recent werd de eerste editie ...
UTRECHT – Op 11 april nam bijzonder hoogleraar angst- en gedragsstoornissen Ad de Jongh afscheid van ACTA. Vanaf 1991 was hij verbonden aan de ...
HOUTEN – Dental Tribune biedt vanaf nu een nieuw platform vol aansprekende online educatie: Dental Tribune Study Club. Hier vindt u rechtstreeks ...
HOUTEN – Dental Tribune Nederland biedt u de komende tijd verschillende klinische webinars aan, die voor iedereen gratis te volgen zijn. Morgenmiddag om ...
GENÈVE/LEIPZIG – Om de twee miljoen mondzorgprofessionals wereldwijd optimaal te bereiken in het kader van World Oral Health Day (WOHD), heeft ...
Live webinar
wo. 28 januari 2026
2:00 (CET) Amsterdam
Live webinar
wo. 28 januari 2026
5:00 (CET) Amsterdam
Prof. Dr. Jan-Frederik Güth
Live webinar
wo. 28 januari 2026
5:00 (CET) Amsterdam
Dr. Algimante Lošytė – Jančė
Live webinar
wo. 28 januari 2026
6:00 (CET) Amsterdam
Live webinar
wo. 28 januari 2026
7:00 (CET) Amsterdam
Dr. Marina Siegenthaler Dr. med. dent. eidg. dipl. Zahnärztin SSO
Live webinar
do. 29 januari 2026
7:00 (CET) Amsterdam
Live webinar
vr. 30 januari 2026
2:00 (CET) Amsterdam
To post a reply please login or register