Search Dental Tribune

Dental Expo ’26: gevarieerd aanbod voor elke mondzorgprofessional

Foto: Kees Adolfsen
Kees Adolfsen en Anne Doeleman

Kees Adolfsen en Anne Doeleman

ma. 16 maart 2026

Bewaar

Van wereldwijde leveranciers tot jonge start-ups. Van studenten tot doorgewinterde professionals. En van wetenschappers tot fiscaal adviseurs. Ze waren er allemaal, op 5, 6 en 7 maart jl. Dental Expo vond dit jaar voor het eerst plaats in Evenementenmal Gorinchem. Een tikje compacter dan voorheen. Mogelijk iets rustiger. Maar sfeervol genoeg!

Zoals vanouds was ook deze Dental Expo weer de grootste dentale beurs van Nederland, ditmaal   met zo’n 200 exposanten. Uiteraard waren grote bedrijven als Straumann, Vertimart en Dentalair van de partij. Maar in de speciale Start-up Avenue was ook plek voor – de naam zegt het al – kleine startende bedrijven.

Een van de deelnemers in dat deel van de beurs was Marcel Versteeg. Met zijn bedrijf Natuurscherm.com stond hij voor het eerst op Dental Expo. Versteeg maakt natuurpresentaties voor boven de behandelstoel of op wachtkamerschermen in (mond)zorgpraktijken. Ook maakt hij natuurfoto’s als wanddecoratie. Hij werkte eerder in de ICT-sector en maakte natuurfoto’s als hobby. “Natuur geeft rust, herkenning en ontspanning. Dat past ook goed bij een tandartspraktijk, waar patiënten vaak stress ervaren.” Natuurscherm.com biedt geen producten die mondzorgprofessionals even in een middagje beurs kopen. “Tandartsen zoeken er niet naar op een beurs en je moet ze echt even aanspreken,” zegt Versteeg. Bovendien waren de donderdag en vrijdag op de beurs behoorlijk rustig, geeft hij aan, al had hij wel een hoop leuke gesprekken en was er veel interesse.

Nog een bedrijfje op Startup Avenue was IR MEDIA. Praktijkhouder Isaiah Ramautar wil mondzorgpraktijken helpen nieuwe patiënten aan te trekken, meer naamsbekendheid te krijgen of nieuw personeel te werven. “Ik ga heel persoonlijk te werk,” vertelt Ramautar. Hij bekijkt samen met de praktijkhouders wat nodig is om zichtbaarder te worden, zoals Google Ads, social media of webdesign. Inmiddels heeft hij zo’n honderd praktijken geholpen om te groeien.

Mondzorgalliantie Lounge

Nieuw deze editie: de Mondzorgalliantie Lounge. De KNMT, NVM-mondhygiënisten en de ONT hadden midden op de beursvloer een gezamenlijke plek waar bezoekers elkaar en afgevaardigden van de drie beroepsverenigingen konden ontmoeten. Met een lekker hapje en drankje erbij en bovendien genoeg te doen, variërend van lezingen tot een dagelijkse pubquiz. Die quiz bestond uit dertig vragen over de mondzorg, variërend van ‘Hoeveel procent van de 75-plussers heeft geen eigen dentitie meer?’ tot ‘Welke muzikant kon ook met zijn tanden goed gitaar spelen?’ en ‘Wat vond tandarts William Morrison uit?’ Deze laatste was overigens niet de uitvinder van de elektrische stoel. Die werd bedacht door een andere tandarts: Alfred Southwick. Morrison bedacht de suikerspinmachine, ook een opvallende uitvinding voor een tandarts.

Op donderdag werd de pubquiz gewonnen door drie eerstejaarsstudenten Mondzorgkunde in Utrecht. Semel Alahmar, Radhika Hira en Fleur Grotenhuis gingen naar huis met mooie prijzen, zoals een e-reader en een muziekboxje. Zo werd de dag voor hen nog mooier, terwijl ze al heel enthousiast waren over Dental Expo. “Heel interessant,” vonden de drie vriendinnen. Ze waren in het begin een beetje overweldigd door de drukte, grootte en de vele indrukken van de beurs, maar vonden het vooral heel leuk. Ook voor studenten was er volgens hen voldoende te zien en te doen. Het beste product dat ze op Dental Expo zagen, was voor hen duidelijk de loepbril. Die hadden ze nog niet eerder gebruikt, maar gaan ze over een paar jaar zeker aanschaffen – met studentenkorting. “We nemen veel kennis mee en komen over twee jaar met liefde terug,” aldus de studenten.

Rico Verhoeven

Dental Tribune sprak nog meer enthousiaste bezoekers, zoals preventieassistent Inge van Dijk. “Ik zit vanaf 1987 in de mondzorg. Je bent nooit te oud om te leren. Ik vind op de beurs nog steeds genoeg om mijn vak beter en leuker te maken. Vooral op het gebied van preventie en voorlichting neem je altijd dingen mee waarmee je in de praktijk je voordeel doet.”

Tandarts Bart Fox bezocht de beurs om twee redenen. “Ten eerste heb ik een eigen praktijk in Den Bosch en ik hik tegen een verbouwing aan. Ik werk solo en heb nu drie kamers, maar wil naar vijf. Ik heb wel wat basistekeningen gemaakt, maar ik vind hier alles wat ik nodig heb om het concreter te krijgen en vergelijkingen te maken qua mogelijkheden en kosten. En ik ben hier ook vanwege Clik.Fit, een jong bedrijfje dat gebitsbescherming op maat maakt. Daar heb ik een nauwe band en samenwerking mee, en ik doe er wat promotie voor.” Scholts voegt de daad bij het woord en zo belanden we bij de niet al te opvallende stand van Clik.Fit. Na zes jaar ontwikkelen is het bedrijfje sinds 2023 actief op de Europese markt. In Nederland wordt samengewerkt met onder meer TeamNL Karate, TeamNL Boksen en de Olympische hockeyers. Een aantal weken terug belde niemand minder dan kickbokser Rico Verhoeven: “Geweldig dit. Waarom hebben jullie het 18 jaar geleden niet op de markt gebracht?”

Kennistheaters

Naast stands van leveranciers was er een doorlopend programma in drie kennistheaters en in de lounge van de Mondzorgalliantie. De setting per theater was verschillend. In het Karma Dentistry Theater bedienden de sprekers publiek aan twee kanten van het podium. Dr. Luuk Crins hield er bijvoorbeeld een helder betoog over composietrestauraties. “Nothing else matters,” volgens Crins, om duidelijk te maken dat we hier met de corebusiness van de tandarts te maken hebben. Als tandarts en wetenschappelijk medewerker van het Radboudumc weet Crins praktijk en theorie goed te combineren. Aangezien de mondzorg het behoud van een gezonde en functionele dentitie voor het leven nastreeft, is het van groot belang welke factoren het meest bepalend zijn voor de duurzaamheid van restauraties. Tandartsen hechten vaak sterk aan het materiaal waarvoor ze eenmaal gekozen hebben. Crins betoogt, mede aan de hand van literatuuronderzoek, dat materiaalkeuze een overschatte factor is. Bij geen enkel materiaal ligt het faalpercentage boven de 2% per jaar. De mediaan voor het behoud van een restauratie ligt zelfs op 14 jaar. Dit betekent volgens Crins dat veel meer belang gehecht moet worden aan andere factoren, namelijk cariës en parafuncties, zoals bruxisme. In die factoren heeft de persoon van de patiënt een grotere rol dan de materiaalkeuze van de tandarts.

Zzp of loondienst

De setting in het Dental Expo Theater was wat rustiger. Hier kreeg elke bezoeker een koptelefoon op. De lezing van Jan Willem Vaartjes over zzp’en was drukbezocht. Dicle Was, bijna-gediplomeerd mondhygiënist, volgde de lezing om te beoordelen of zzp-schap iets voor haar zou zijn. ‟Ik wil graag weten waarmee ik rekening moet houden als ik voor mezelf wil werken. Met welke wet- en regelgeving heb ik dan te maken? Aan de andere kant: ik ken een aantal collega’s die als zzp’er werken en ik merk dat zij zich totaal geen zorgen maken. Zelf moet ik echt nog onderzoeken waar en in welke setting ik wil werken. Maar het leukst lijkt me wel om op verschillende plekken aan de slag te gaan. Dus dan ligt het toch wel voor de hand om zzp’er te worden. Daarnaast kijk ik hier natuurlijk goed rond welke producten ik mijn patiënten straks wil gaan aanbieden. Wel probeer ik ze zelf eerst uit.”

Snurken en OSA

Prof. dr. Ghizlaine Aarab hield in het Dental Expo Theater een verhandeling over de rol van de tandarts bij patiënten met snurkproblemen of obstructieve slaapapneu (OSA). Deze problemen worden beïnvloed door slapen op de rug, vermoeidheid (gevolg: slapper weefsel), veroudering, alcohol, medicijnen (slaapmiddelen), roken en maagzuur. Snurken en OSA worden bovendien sterk gestimuleerd door een zacht gehemelte en een (te) slappe huig. Volgens Aarab wordt dit keelgebied door tandartsen zelden meegenomen bij controles. Daarmee laten zij een belangrijke kans liggen om patiënten te helpen om de oorzaken van hun klachten te vinden. Aarab pleit ervoor dat tandartsen die deze problemen signaleren, zorgen voor een goede doorverwijzing.

Bij OSA, waarbij de luchtweg niet alleen vernauwt maar wordt afgesloten, is er een sterke invloed van obesitas, leeftijd, genetische en craniofaciale factoren. De duidelijkste indicatie voor OSA zijn de nachtelijke ademstops (meer dan 5 per slaapuur), meer dan normale slaperigheid (bij vrouwen: vermoeidheid) en ernstig snurken. Ook is er vaak relevante comorbiditeit: hart- en vaatziekte, diabetes type 2 of depressie. Een paar cijfers:

  • 20-80% van de volwassenen snurkt;
  • 5-10% van de volwassenen heeft OSA;
  • 70% van de gevallen van OSA wordt pas na 4 jaar erkend.

Er bestaat een heldere OSA-richtlijn, met een verwijzingsstructuur die aangeeft dat de huisarts hier de spilfunctie heeft. Aarab pleit er vooral voor dat tandartsen hun rol pakken in de vroege herkenning van sociaal invaliderend snurken en OSA.

Kindvriendelijk

In haar lezing over kindvriendelijke behandeltechnieken benadrukte kindertandarts Lina Jasulaityte dat cariësontwikkeling nauw samenhangt met gedrag. Dat gedrag moet worden aangepakt en behandeld als ziekte, alleen dan kan cariës gestopt worden, aldus Jasulaityte. Dit vraagt om een andere aanpak: niet enkel boren en vullen, maar een gedragsverandering teweegbrengen. Van cure naar care kortom, of van behandelen naar coaching.

Jasulaityte ging in haar lezing verder zeer praktisch en concreet in op de diagnostische middelen en de mogelijke behandelingen, zoals Hall-kronen, ART-restauraties en NRCT. Ook besprak ze het gebruik van zilverdiaminefluoride (SDF). Volgens haar zijn twee zaken noodzakelijk om kindvriendelijk te (be)handelen: een degelijk ziektemanagementsysteem en minimaal invasieve behandelingen. “Er zijn tegenwoordig veel meer keuzes dan vroeger; geef die keuzes ook aan iedereen,” aldus Jasulaityte.

Teamversterking

In de Edin Dental Academy pakte Pieter Schram een nijpend en groeiend praktisch probleem bij de kop: hoe kom je als praktijk aan nieuwe medewerkers? Het antwoord zat al opgesloten in de titel van zijn voordracht: ‘Boeien, Binden, Behouden’. Schram somde een stevig aantal factoren op om potentiële toekomstige medewerkers te boeien. Salaris en arbeidsvoorwaarden horen daarbij, maar staan lang niet op de eerste plek. Veel belangrijker zijn volgens Schram de groei- en ontwikkelingsmogelijkheden voor medewerkers. Bedrijfscultuur, werksfeer en de reputatie en waarden van de praktijk tellen ook sterk mee. Het werk moet als uitdagend en zinvol worden ervaren. Flexibiliteit en de werk-privébalans worden ook steeds belangrijker.

Hoe en waar zoek je naar nieuwe medewerkers? Vraag je om ‘de meeste volleerde preventieassistent’, dan pluk je die ongetwijfeld bij een collega vandaan. Zo ontstaat volgens Schram een “tombola van rondtrekkende medewerkers” die niets bijdraagt aan de oplossing voor het personeelstekort in de branche. Zoek dus buiten de eigen kring en vraag naar een geïnteresseerde ‘toekomstig tandartsassistent’, die je zelf een opleidingstraject voorlegt. Waarmee nog maar eens verduidelijkt werd dat de mondzorgbranche zich van binnenuit ontwikkelt én zich kan verrijken met bronnen van buiten.

To post a reply please login or register
advertisement
advertisement