Search Dental Tribune

Meer dan tandarts: Đăng-Vũ Đặng – kunstenaar

Consuming Love and Violence. Foto: Matija Stojanovic.
Anne Doeleman

Anne Doeleman

di. 31 maart 2026

Bewaar

Đăng-Vũ Đặng werd tandarts, maar wilde ook heel graag creatief bezig zijn. Onlangs studeerde hij af aan de Gerrit Rietveld Academie. In zijn kunst spelen Vietnam en zijn geboorteplaats Hoorn een grote rol.

“Ik was als kind gek op tekenen en knutselen, en dat deed ik altijd met mijn tweelingbroertje. Later bleek op school dat ik ook een sterke affiniteit had met de exacte vakken. Tandheelkunde leek die twee werelden te combineren: je bent zowel medisch als creatief bezig. Daarom stimuleerden onze ouders ons om tandarts te worden.

Mijn broertje werd direct ingeloot voor Tandheelkunde, maar had stiekem ook toelating gedaan voor de kunstacademie en werd daar aangenomen. Zelf werd ik twee keer uitgeloot en begon ik aan de studie Biomedische Wetenschappen. De derde keer hoopte ik stiekem dat ik opnieuw uitgeloot zou worden; dan zou ik alsnog voor een creatieve opleiding kiezen. Maar toen werd ik toch ingeloot.

De keuze om mijn creatieve pad niet te volgen bleef altijd een innerlijke strijd die vooral tijdens de pauze op ACTA werd aangewakkerd. In de kantine zat ik vaak weg te dromen aan het raam dat direct uitkeek op de Gerrit Rietveld Academie, waar mijn broertje studeerde.

Mijn familie werd in 1981 door een Nederlands schip gered toen zij Vietnam ontvluchtte. Voor mijn ouders was het daarom van groot belang dat wij een respectabel beroep zouden uitoefenen en iets zouden terugdoen voor de Nederlandse maatschappij. Die verantwoordelijkheid voelde ik heel sterk, en daarom heb ik toch doorgezet.”

Kookperformance

“Vijf jaar geleden ben ik toch nog begonnen aan de deeltijdopleiding van de Rietveld Academie. Het was een intense periode: drie dagen werkte ik als tandarts in Den Haag, ’s avonds volgde ik lessen in Amsterdam en de resterende tijd besteedde ik aan mijn projecten. Voor mijn afstuderen vorig jaar presenteerde ik meerdere projecten waaraan ik drie jaar had gewerkt. Deze varieerden van documentaires en performance tot videokunst, eten, installaties, sculptuur, keramiek en fotografie. Mijn diasporische, biculturele identiteit vormt daarin een rode draad.

Tijdens mijn tweede bezoek aan Vietnam in 2022 smokkelde ik brokstukken van een keizerlijke tombe uit de Nguyễn-dynastie mee naar Nederland. Om de ethische vragen rond het bezit van cultureel erfgoed aan de orde te stellen, ontwikkelde ik een kookperformance waarin ik deze fragmenten reproduceer in een Vietnamees dessert. Toeschouwers worden uitgenodigd het ‘monument’ aan te snijden en op te eten, terwijl zij met mij in gesprek gaan. Dat gesprek ontvouwt zich gaandeweg als een interactieve historische lezing, waarin persoonlijke herinneringen en geopolitieke geschiedenis met elkaar verweven raken.

De stad Huế, waar de tombe zich bevindt, werd in 1968 bijna volledig door de Verenigde Staten verwoest tijdens een van de hevigste veldslagen van de Vietnamoorlog. De televisiebeelden veroorzaakten wereldwijd protesten en droegen bij aan het besluit van de VS zich terug te trekken uit de oorlog, waardoor de communisten in 1975 konden winnen. Mijn ouders zijn hierdoor uiteindelijk gevlucht en in Nederland terechtgekomen, waar ik ben geboren. Via de brokstukken realiseerde ik me dat mijn ontstaansgeschiedenis niet alleen verbonden is met de verwoesting van de stad, maar ook met christelijke missionering, de Franse kolonisatie en het politiek beleid en de val van de Nguyễn-dynastie. Door zulke beladen objecten via een liefdevolle daad als koken te transformeren tot een zoet Vietnamees dessert wil ik ook nieuwe manieren in beschouwing nemen waarop we om kunnen gaan met intergenerationeel trauma zonder te vergeten wat er is gebeurd.

Voorouders

“Door mijn tweede bezoek in 2022 raakte ik geobsedeerd door Vietnam. Eind datzelfde jaar reisde ik voor de derde keer terug, ditmaal met het doel mijn voorouders te vinden. Voor Vietnamezen is de voorouderlijke begraafplaats heel belangrijk omdat we van oudsher aan voorouderverering doen. Maar na de Franse nederlaag bij Điện Biên Phủ tegen de communistische Viet Minh in 1954 werd Vietnam in tweeën gedeeld en besloten mijn grootouders hun geboorteplaats Kim Sơn, in Noord-Vietnam te ontvluchten en zich opnieuw in het zuiden te vestigen, waar mijn ouders later zijn geboren. Omdat de ouders van mijn vader jaren geleden zijn overleden, wist niemand meer waar onze voorouders precies begraven lagen. De enige aanwijzing die ik kreeg, was om in Kim Sơn bij een bepaalde brug naar een man genaamd ‘Châu’ te vragen. Zodoende vond ik uiteindelijk verre familieleden die sinds 1954 de begraafplaats van mijn voorouders onderhouden. Van die begraafplaats nam ik aarde mee. Die mengde ik met water uit het Hoornse Hop (het Markermeer) bij Hoorn, waar ik ben opgegroeid, en met grondwater uit de geboorteplaats van mijn ouders. Van deze aarde maakte ik een keramisch object waarin ik zelfportretten van ijs liet smelten die zijn gevormd uit water dat ik in beide landen had verzameld. Over deze zoektocht en de transformatie van de aarde maakte ik de documentaire Cây Cầu Đến Tổ Tiên Tôi / The Bridge to My Ancestors.”

Slag op de Zuiderzee

“Mijn uitgangspunt is dat zowel de Nederlandse als de Vietnamese cultuur in hoge mate door water zijn gevormd. Water is daarom voor mij het uitgelezen medium om beide werelden met elkaar te verbinden. Meren en rivieren dragen bovendien geschiedenissen, legendes en mythen in zich die via mijn werk in elkaar kunnen overvloeien. Zo deel ik mijn geboorteplaats bijvoorbeeld met figuren als Jan Pieterszoon Coen en Willem IJsbrantsz Bontekoe en groeide ik op aan het Hoornse Hop, waar in 1573 de Slag op de Zuiderzee plaatsvond en West-Friesland zich losmaakte van Spanje. Hoorn groeide daardoor uit tot een machtige havenstad en een belangrijk bestuurscentrum van zowel de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) als West-Indische Compagnie (WIC).

Gaandeweg begon ik parallellen te zien tussen de Nederlandse en Vietnamese onafhankelijkheidsstrijd tegen respectievelijk de Spanjaarden en de Fransen en werd mij duidelijk hoe deze geschiedenissen mij hebben gevormd. Hoewel mijn werk sterk autobiografisch is, gaat het uiteindelijk niet alleen over mij, maar over de bredere vraag wat het betekent om deel uit te maken van de Vietnamese diaspora.”

Consuming Love and Violence. Foto: Matija Stojanovic.

Eerbetoon

“Voor mijn afstudeerproject Serving FACE maakte ik zelfportretten van Vietnamees eten. Vietnam kent een uitzonderlijk rijke eetcultuur; binnen de diaspora vormt eten daarom een essentiële manier van culturele overdracht en emotionele verbondenheid. Thuis spraken we zelden over onze gevoelens, liefde werd door mijn moeder en tantes vooral geuit via koken en samen eten. Mijn zelfportretserie is in die zin ook een eerbetoon aan de vrouwen in mijn familie. Zonder hun kookkunst had dit werk niet kunnen bestaan. Nog altijd krijg ik regelmatig eten mee van mijn moeder en schoonzus.

Na mijn afstuderen was het echt een gekkenhuis. In de vier daaropvolgende maanden verkocht ik meerdere werken en werkte ik dag en nacht vrijwel onafgebroken aan commissies, performances, lezingen, panel talks, en vier tentoonstellingen in Amsterdam, waaronder Best of Graduates bij Galerie Ron Mandos, waar ik de publieksprijs won. Ik heb altijd gezegd dat ik nul verwachtingen heb van een carrière als kunstenaar, behalve dat ik er waarschijnlijk niet van zal kunnen leven en dus tandarts zal blijven. Maar het gaat allemaal harder dan ik ooit had verwacht. Mijn ouders snappen mijn kunst niet altijd, maar ze waarderen ongetwijfeld mijn diepe interesse in de Vietnamese cultuur en geschiedenis en dat ik hen daardoor beter ben gaan begrijpen. Ik ben door mijn kunst wat dichter bij hen gekomen.”

To post a reply please login or register
advertisement