Search Dental Tribune

Deadline openbare jaarverantwoording naar 1 oktober

De Nederlandse Zorgautoriteit
Erik van Dam en Menno Rolloos

Erik van Dam en Menno Rolloos

di. 3 februari 2026

Bewaar

Half november vorig jaar kwam toezichthouder NZa opnieuw met een uitstelregeling voor de openbare jaarverantwoording, bedoeld voor zorgaanbieders die de wettelijke deadline niet halen. VWS en de NZa maakten ons dit in een gezamenlijke brief bekend.

De openbare jaarverantwoording WMG kwam in 2022 voort uit de Wtza. Wettelijk moet deze verantwoording vóór 1 juni na afloop van het te verantwoorden boekjaar zijn afgelegd. Dat is onhaalbaar voor veel zorgaanbieders en hun dienstverleners. Daarom riepen wij vorig najaar, onder meer in Dental Tribune1, op tot aanpassing. Ook stuurden we hierover een pleidooi naar VWS. Met succes: inmiddels heeft een nieuwe uitstelregeling het licht gezien, de vierde inmiddels. Met deze regeling, van toezichthouder NZa, kunnen zorgaanbieders uitstel aanvragen tot 1 oktober met als reden ‘capaciteitsproblemen bij hun dienstverleners’. Deze regeling geldt vanaf dit jaar (voor de jaarverantwoording over boekjaar 2025 en verder) en blijft tot nader order van kracht.

Aanlevertermijn te kort

Vanaf het begin wijzen wij ‘Den Haag’ op de onhaalbaarheid van de wettelijke deadline voor kleinere zorgaanbieders, vaak eerstelijns praktijkhouders. Deze (mond)zorgaanbieders zijn doorgaans zelf zorgverlener. Zij hebben geen financiële afdeling in hun praktijk, zoals ziekenhuizen en grotere zorginstellingen die wel hebben. Voor hun jaarrekening doen zij in de regel een beroep op in de zorg gespecialiseerde accountants- en administratiekantoren. Deze dienstverleners werken er een jaar lang hard aan om de jaarrekeningen voor alle zorgaanbieders af te ronden. Om nu de jaarverantwoordingen in (‘netto’) ongeveer een derde van de tijd voor al hun cliënten kwalitatief goed af te ronden, is logischerwijs onmogelijk.

Dit heeft in eerste instantie nog niet eens te maken met de krappe arbeidsmarkt voor (assistent-)accountants en belastingadviseurs, maar vooral met de specialisatie en de jaarcyclus bij deze dienstverleners. Dit wordt versterkt door de aanvullende eisen die de openbare jaarverantwoording stelt, die extra werk opleveren naast het ‘jaarwerk’ voor bijvoorbeeld de belastingaangifte. De praktijk laat het ook zien: voor een groot deel van de zorgaanbieders bleek de 2025-deadline te krap: zij vroegen uitstel aan voor hun jaarverantwoording over 2024.

Pleidooi naar VWS

De afgelopen jaren voerden wij meerdere overleggen met zowel VWS als toezichthouder NZa over de jaarverantwoording. Deze gesprekken richtten zich zowel op de inhoudelijke problematiek als op de onhaalbare aanlevertermijn. Ons op de logica gebaseerde devies is daarbij steeds geweest: ‘een structureel probleem vraagt om een structurele oplossing’. Echter, verder dan pleisters plakken waren we helaas niet gekomen. Om precies te zijn: drie kortetermijnuitstelregelingen. Eerst twee van VWS, gevolgd door één van de NZa. Geen structurele oplossing dus…

Daarom stuurden wij oktober vorig jaar een beargumenteerd pleidooi voor een structureel haalbare deadline naar VWS. Een brandbrief zo u wilt. Veelzeggend was dat twintig in de zorg gespecialiseerde accountants- en administratiekantoren hierbij meetekenden. Zij kampen met dezelfde problemen om voor de openbare jaarverantwoording de benodigde gegevens voor hun gehele clientèle tijdig en kwalitatief op niveau aan te leveren.

Weer nieuwe uitstelregeling

Medio november berichtten VWS en de NZa ons schriftelijk dat de boodschap helder was en dat er een nieuwe uitstelregeling in de maak was. De vierde inmiddels. Een regeling gebaseerd op ‘capaciteitsproblemen bij de dienstverlener’. Teleurstellend dat het wederom geen structurele oplossing betreft, en een merkwaardige formulering van de reden is.

Aanvragen voor 1 april

Per saldo is het voor nu toch goed: de regeling geeft immers echt even lucht. Deze geldt namelijk voor onbepaalde tijd (‘de komende jaren’) en biedt alle jaarverantwoordingsplichtige zorgaanbieders de mogelijkheid hun aanlevering uit te stellen tot 1 oktober. De zorgaanbieder moet het uitstel dan wel aanvragen: vóór 1 april. Dit gebeurt via het daarvoor bestemde digitale NZa-formulier2.

Via NZa-beleidsregel

Formeel is dit nieuwe uitstel geregeld via een uitbreiding van de bestaande beleidsregel ‘Uitstel jaarverantwoording3. Naast de nieuwe mogelijkheid blijven de eerder hierin opgenomen uitstelmogelijkheden bestaan. Deze gaan over situaties van overmacht (zeer uitzonderlijke, individuele situaties) en het voor de eerste keer moeten aanleveren (de regeling waarvan veel zorgaanbieders vorig jaar gebruikmaakten). Voor deze eerdere mogelijkheden verleent de NZa (bij toekenning) uitstel tot 31 december.

 

Drie tips voor de openbare jaarverantwoording

1. Vraag uiterlijk 30 maart uitstel aan
Bestaat de kans dat u uw jaarverantwoording over 2025 niet vóór 1 juni (nog steeds de wettelijke deadline) kunt aanleveren? Dan kunt u hiervoor uitstel aanvragen bij de NZa.
Vraag dit uitstel tijdig aan, via het daarvoor bestemde NZa-portaal2. Vanaf 1 april 2026 neemt de NZa géén uitstelaanvragen meer in behandeling.
2. Maak duidelijke afspraken met uw dienstverlener
De jaarverantwoording is meestal een samenspel. Uw dienstverlener heeft van u bijvoorbeeld alle financiële mutaties nodig en levert u vervolgens de financiële jaarcijfers, zelf doet u tot slot de verantwoording online. Het is dan van belang van elkaar te weten wie wat wanneer nodig heeft.
Neem ook de tijd. De ervaring leert dat voor zorgaanbieders niet altijd duidelijk is wat de NZa allemaal wil weten. Laat het doen van de verantwoording niet aankomen op het laatste moment voor de deadline, dan behoudt u de mogelijkheid om nog navraag te doen bij de NZa zelf, bij uw softwareleverancier of bij uw financiële dienstverlener.

3. Check goed hoe u ‘kwalificeert’
Wat voor zorgaanbieder bent u? Micro, klein of wellicht (middel-)groot? Belangrijk om vast te stellen, zodat u niet de verkeerde of te veel of te weinig gegevens aanlevert. Bijvoorbeeld: een ‘kleine zorgaanbieder’ moet aangeven welk deel van zijn omzet uit de basisverzekering komt. Dit is meestal niet eenvoudig te scheiden van de totale omzet.
Check dus tot welke categorie u behoort. De categorieën worden volgens onderstaande figuur ingedeeld. Bij twijfel: doe navraag bij de NZa of bij uw dienstverlener (accountant, administrateur of belastingadviseur).

* Drs. ing. Erik M. van Dam is senior consultant kennismanagement en onderzoeker bij VvAA. Menno Rolloos RB MFP is partner en adviseur bij van Helder. Voor vragen, opmerkingen of tips kunt u mailen naar erik.van.dam@vvaa.nl of menno.rolloos@van-helder.nl.

Noten
1. Dental Tribune, jaargang 15, nr.5, p.1 en 9.
2. www.jv.nza.nl
3. Beleidsregel Uitstel jaarverantwoording TH BR-039.

To post a reply please login or register
advertisement
advertisement