Search Dental Tribune

Instituut Marie: biologische tandheelkunde in een brede paramedische setting

Biologisch tandarts Maartje Brands.
Anne Doeleman

Anne Doeleman

zo. 8 maart 2026

Bewaar

De praktijk van biologisch tandarts Maartje Brands opende ruim een jaar geleden zijn deuren. Een royaal pand (850 m2) in Amsterdam-Oost herbergt naast vier behandelkamers voor mondzorg ook kamers voor acupunctuur, ademtherapie, voedingsadvies, psychologische hulp en coaching, plus een ‘gym’. Wat drijft Brands? En wat bepaalt haar aanpak, binnen en rondom de mondzorg?

De grootte van het pand laat een flinke ambitie zien. Waar komt die vandaan?
De realisatie van deze praktijk is een droom die uitkomt. Ik vroeg me af: zou het mogelijk zijn om veel disciplines die ik waardevol vind om te raadplegen onder één dak te hebben? Gewoon even bij elkaar binnenlopen en meekijken in plaats van steeds maar appen, bellen en mailen. Daar kwam een praktisch gegeven bij. Ik was enkele jaren terug door een bank benaderd met de vraag of ik een dag wilde sparren over de tandartspraktijk van de toekomst. Daarop vroeg ik: willen jullie dan met mij meedenken over de realisatie van mijn praktijk? Die uitruil is goed uitgepakt, zodat ik een oud crèche-gebouw kon herinrichten voor onze doeleinden.

Waarom wil je naast tandheelkunde zo veel meer bieden aan patiënten?
Dat heeft veel met mijn persoonlijke ervaringen te maken. Tussen mijn 20ste en 26ste heb ik chronisch last gehad van prikkelbare-darmsyndroom (PDS). Ik had een parasiet opgelopen en kreeg een dikkedarmontsteking. De boodschap van de specialist was: ik kan niks doen aan je probleem, je moet er maar mee leren leven. Jaren later vertelde een nieuwe arts me, op basis van een aangepast protocol, dat er mogelijk iets te verbeteren was via acupunctuur. Ik vond een heel goede acupuncturist en binnen een jaar was ik helemaal klachtenvrij en van mijn pijn af.

Die wetenschap nam je mee naar de tandheelkunde?
Na mijn studie op ACTA heb ik een uitstekende start gehad in een reguliere praktijk, waar ik veel heb geleerd. Maar aan de binnenkant van mijn kastjes had ik ook grafieken en modellen hangen uit de Chinese geneeskunde. Ik kreeg een patiënt met een trigeminusneuralgie. Op basis van mijn universitaire kennis van ACTA had ik deze patiënt moeten melden dat-ie er maar mee moest leren leven. Maar ik heb de patiënt voorgelegd dat er ook andere opties zijn. Zo zijn we bij ‘mijn’ acupuncturist terechtgekomen, die het probleem wist te elimineren. Met die twee kennisgebieden naast elkaar werd het leuker voor mij, ik kreeg extra handvatten om puzzels op te lossen. Studiegenoten op ACTA vroegen me wel eens of ik een beetje gek geworden was, maar het is toch heel logisch om drieduizend jaar onveranderde medische inzichten niet totaal te negeren?

Hoe heeft dat je visie als medicus gevormd?
Laat ik vooropstellen dat wij als tandartsen een bijzondere positie hebben. In tegenstelling tot de huisarts en het ziekenhuis zien wij patiënten halfjaarlijks, dus ook als ze gezond zijn. Dat maakt het zo veel makkelijker de zorg te sturen vanuit preventie. Om gezond te blijven, moet je werken aan je immuniteit. Ik vergelijk het met een emmertje, dat meer of minder gevuld kan zijn met drie soorten stressoren: emotionele, fysieke en chemische. Bij die laatste horen voedingsgewoonten, roken en drinken, maar voor een aanzienlijk deel ook tandheelkundige ingrepen. Ons instituut heeft alles in huis om die emmer te vergroten, zodat je meer stressoren aankunt, en om die emmer leger te krijgen.

Wat heeft Instituut Marie daarvoor allemaal in huis?
We hebben drie functioneel geneeskundigen, die voornamelijk intakes doen. Deze discipline is in het buitenland veel bekender dan in Nederland en kijkt naar symptomen en de oorzaken daarachter die ertoe leiden dat je lijf niet goed functioneert (eten, poepen, slapen, energiek voelen). We hebben voedingsdeskundigen, die ook op bloedtestniveau uitzoeken wat een patiënt aan voedings- en bouwstoffen tekortkomt. Daarnaast hebben we ademhalingstherapeuten, die belangrijk kunnen zijn binnen de mondzorg, een chyropractor, een psycholoog en een personal coach. We hebben bovendien een gym, ook voor mensen uit de buurt, en we hebben apparaten die kunnen helpen om te ontspannen, zoals een energiebed met vrije elektronen. Al onze tandartsen zijn biologisch tandarts, de meesten van hen heb ik de afgelopen drie jaar met collega Arjan Starrenburg zelf opgeleid – er is in ons land verder geen opleiding op dit gebied.

Zijn er beperkingen in behandelingen vanuit biologisch oogpunt?
We doen alle behandelingen, alleen wortelkanaalbehandelingen slechts hoogst zelden. Veel onderzoek geeft aan dat die een enorme belasting betekenen voor je immuunsysteem. Ze worden ook vaak in verband gebracht met chronische ziekten. Eigenlijk is dat het gros van wat we hier opruimen. Onze patiëntenpopulatie is best ‘gekleurd’: veel patiënten zijn al van het kastje naar de muur gestuurd en hebben zich ingelezen, zodat ze weten dat ze geen wortelkanaalbehandeling meer willen. We leren op de universiteit dat het element bij een wortelkanaalbehandeling in principe dood is of dat de zenuw aan het afsterven is. Dat krijg je voor 80 procent schoon, maar 20 procent zit in kleine zijkanaaltjes. De acuutheid van de ontsteking haal je eruit. Zo heeft het lijf niet meer zo’n groot abces te creëren dat de kaak de kies eruit duwt. Maar er blijft wel degelijk iets achter in je lichaam. Niet voor niets zeggen patiënten vaak dat ze altijd last van zo’n kies hebben als ze bijvoorbeeld grieperig zijn.

Maar zo’n element kan functioneel blijven, dus je wilt het toch graag behouden?
Daar benoem je een essentieel verschil tussen de reguliere en de biologische, of integrale tandheelkunde. De reguliere tandheelkunde wil zo lang mogelijk de tanden behouden. Dat willen wij ook: zo intact mogelijk, met optimaal kauwvermogen. Maar is het wel gezond om daarvoor wortelkanaalbehandelingen toe te passen? Ik vergelijk het wel eens met amalgaam: technisch nog steeds de beste vulling, maar lichamelijk de slechtste. En neem nikkel, dat we nog steeds in spalkjes en brackets mogen gebruiken omdat het medisch materiaal is, terwijl het in oorbellen al jaren verboden is. Nikkel veroorzaakt hyperplasie, zwelling van alle weke delen tot en met de darmen, wat leidt tot reductie van het darmwandoppervlak en dus tot slechtere voedselopname. Niet voor niks hebben kinderen na 2,5 jaar beugelen nogal eens prikkelbare darmen.

Een materiaal zoals nikkel gebruik je dus niet?
We gebruiken sowieso geen metalen, alleen keramiek. Gelukkig zijn de succes- en survivalrates daarvan even goed als van titanium. Ook gebruiken we geen composieten waarin nog BPA zit, die plasticweekmaker. Hiervan is aangetoond dat het een groot effect heeft op het oestrogeenniveau. Daarnaast gebruiken we geen anesthesie met articaïne. Een op de twintig mensen heeft geen enzym om dat af te breken. Wordt een patiënt daar ziek van, dan kun je als tandarts natuurlijk zeggen: ‘Vervelend dat je daar zo op reageert.’ Lidocaïne werkt even goed, alleen iets langzamer. Dan kies ik ervoor om even drie seconden langer met mijn patiënt te kletsen. Ik doe er alles mee: extraheren, implanteren, opereren. En de lijst met bijwerkingen is echt veel korter. Ik probeer de dingen voor mezelf gewoon logisch te houden.

Krijg je vaak het commentaar dat je in behandelingen niet altijd evidence-based tandheelkunde toepast?
Dat is steeds minder geworden. Ook omdat collega’s mijn werk kennen, we zijn een verwijspraktijk. Ik combineer gewoon zo veel mogelijk kennisgebieden, waardoor we nogal eens prachtige en onverwachte resultaten boeken. Er verschijnt bovendien heel veel onderzoek op dit gebied, alleen wordt dat in ons land minder goed gelezen. Dat ik meridianen bijvoorbeeld niet minder belangrijk vind dan bloedvaten en zenuwbanen, zal binnen de reguliere tandheelkunde niet acceptabel zijn. Mij maakt dat niet uit. Ik heb geen missie om de wereld te verbeteren, maar wel om zorg te verlenen waaraan mijn patiënten in de volle breedte van hun gezondheid iets hebben. En alle meridianen staan nu eenmaal in verbinding met tanden en kiezen, die kennis kun je gebruiken.

Kun je voorbeelden geven van die integrale toepassing?
Soms gaat het om niet meer dan signaleren. Een kerngezonde vrouw die nog nooit gaatjes had gehad, kwam naar de praktijk met twee gaatjes in haar kleine bovenkiezen. Deze kiezen staan in verbinding met verdriet. Ik wist dat haar vader drie jaar geleden was overleden. Uiteraard heb ik de gaatjes gerepareerd, maar ik wees haar ook op die verbinding, waarop ze erg hard moest huilen en erkende dat ze de dood van haar vader nog steeds geen plek had gegeven.
Enkele maanden geleden kwam een jonge patiënte met een wortelkanaalbehandeling en een uitstekend geplaatste kroon op een kies rechtsonder, die in verbinding staat met de long en de dikkedarmmeridiaan. Ze had longproblemen en een stekende darmpijn. Na negen maanden ziekenhuisbezoeken werd ze naar ons verwezen. Er was een bacterie bijgekomen en een herinfectie opgetreden, maar niet in de kaak. Ik heb de kies eruit gehaald en een dag later waren de klachten weg.
Een vlotte vent van rond de vijftig – geen kinderen meer die gaten in de slaap veroorzaken – werd moeier en moeier. Hij begon bij onze voedingsspecialist: zat het in de spijsvertering, at hij te snel? Daarna ging ik meekijken. Hij had al drie keer een beugel gehad, maar alles was helemaal teruggelopen. Hij ademde door zijn mond. Met een zeer smalle bovenkaak was de occlusie minimaal, met een enorme open beet. Onze voedingscoach heeft hem enzymen gegeven, omdat hij zijn voedsel niet goed kon vermengen met speeksel. De ademhalingscoach trainde neusademhaling bij hem met behulp van een myobrace en mondtape voor de nacht. Zijn vrouw is blij omdat hij niet meer snurkt. En hij geeft aan dat hij met het bitje in extra gefocust kan werken.

Zie je voldoende ruimte voor jouw instituut, ook in de toekomst?
Ik vind het absoluut spannend, omdat we pas ruim een jaar open zijn. We begonnen min of meer als nulpraktijk, maar hadden binnen een jaar 2500 patiënten. Daar komen er elke maand zo’n 100 bij, ook gewoon gezinnen uit de buurt. Een groot pluspunt vind ik dat er steeds breder erkenning komt voor de mond als toegangspoort tot de rest van het lichaam. Het belang van mondgezondheid en de keuzes die wij op dit gebied maken, neemt dus toe. Preventie wordt een steeds groter onderdeel van ons zorgsysteem. Met de manier waarop wij elkaar binnen Instituut Marie aanvullen, kunnen we naast de huisarts en het ziekenhuis een derde pijler zijn.

To post a reply please login or register
advertisement
advertisement