Dental Tribune Netherlands

“Het is hoog tijd voor een revolutie in de tandheelkunde”

By Ben Adriaanse
February 08, 2017

Regelmatig ontsnapt James Huddleston Slater sr. een zucht als hij het tandheelkundige cursusaanbod bekijkt. Zoveel training in ingewikkelde reparatiebehandelingen, terwijl nauwelijks aandacht is voor hetgeen al die ellende kan voorkomen: preventie! De tandarts in ruste heeft ook voorbij de pensioengerechtigde leeftijd helder voor ogen wat er in de mondzorg verkeerd gaat en hoe het beter kan. Met de verkiezingen in zicht heeft Huddleston Slater ook een boodschap voor de politiek. Een bezoekje aan zijn historische woning in Tricht werd een inspirerende halve middag.

Tijdens uw carrière bent u uitgegroeid tot ‘preventie-goeroe’. Maar moeten we het vandaag wel over preventie hebben, nu iedereen in de mondzorg praat over taakherschikking, verzekeraars en het tariefsysteem?
Juist nu! Ik zeg altijd maar: bij perfecte preventie valt er bijna niets meer te verzekeren. De risico’s die overblijven zijn wat nu valt onder bijzondere tandheelkunde en ongevallen. Wat niet kapot gaat, hoef je ook niet te repareren. De mondzorg kost in Nederland drie miljard euro per jaar, waarvan ruim 70% een relatie heeft met cariës! Als we geld willen besparen in de zorg, is effectieve preventie een kansrijke post. Vrijwel iedere restauratie is immers mislukte preventie.

Het is merkwaardig dat voor de voorkoming van een veel voorkomende en kostbare gedragsziekte zo weinig aandacht is. In tandheelkundige nascholing wordt gefocust op de meest ingewikkelde en technische reparatiebehandelingen, maar cursussen over het voorkómen van die problemen vind je vrijwel alleen bij het Ivoren Kruis. Ook wordt er weinig onderzoek naar gedaan. Dan vraag ik me af: is er niets aan te verdienen, is het niet sexy?

Krijgen tandheelkundestudenten in de opleidingen voldoende bagage over effectieve preventie mee?
Enige kennis over preventie is er, maar de meeste ervaring wordt in de opleiding toch opgedaan met boren. Ook daarna wijzen alle omstandigheden helaas in de richting van reparatieve tandheelkunde. Het tariefsysteem beloont nog steeds curatieve tandheelkunde, bij veel bestaande praktijken staat preventie nog in de kinderschoenen en banken willen bij startende tandartsen bij voorkeur een hoge verwachte omzet zien. Dure reparatiebehandelingen dus. Bovendien hebben sommige patiënten er weinig begrip voor als je bijvoorbeeld poetsvoorlichting in rekening brengt. Zij denken dat cariës er ‘nu eenmaal bij hoort’, terwijl het in feite een gedragsziekte is.

Het vergt kortom heel wat doorzettingsvermogen om – tegen de stroming in – je nek uit te steken en op preventie in te zetten. Gelukkig zijn er de eerste signalen dat geldschieters zich laten overtuigen door het argument ‘duurzaamheid’: een op preventie gerichte praktijk zorgt voor tevreden patiënten die terugkomen. Maar momenteel is ondernemen met preventief oogmerk financieel gezien nog steeds een risico. Dat is jammer en kwalijk. Als je daardoor meegaat in de mindset van het repareren, is het lastig om later in je carrière die knop om te zetten.

Hoe kunnen we de mondzorg zo organiseren dat de behandelaar financieel profiteert van effectieve preventie?
Binnen de M-codes is het langzaamaan al mogelijk om preventie financieel weg te schrijven. Maar stakeholders (overheid, mondzorgwerkers, zorgverzekeraars) zouden een succesvol preventief beleid op zich ook kunnen honoreren, en iets van de honorering bij de curatieve zorg weghalen. Zo kun je financieel neutraal een prikkel naar preventie geven.

Een bonus voor tandartsen die veel aan preventie doen, en ter compensatie dus lagere tarieven voor de ‘reparatietandheelkunde’?
Ja, hoewel het niet mijn intentie is om voor lagere tarieven te pleiten, want er wordt in de mondzorg hard en zorgvuldig gewerkt. Maar het is gezond om de vraag te stellen: wat maakt goede tandheelkunde en wat draagt het meeste bij aan een goede mondgezondheid? Is de beste tandarts de tandarts die de beste vullingen en implantaten maakt? Of is dat de tandarts die zorgt dat zijn patiënten geen mondproblemen krijgen?

Het honoreringsstelsel kan meer in die richting worden opgezet. In hoeverre een praktijk een succesvol preventief beleid voert, is voor zorgverzekeraars uitstekend te analyseren aan de hand van de beschikbare data. Als daar iets mee gedaan wordt, kun je belonen naar resultaat. Dat mis ik in de huidige mondzorg. Er worden tarieven toegekend voor behandelingen, maar de prijs-kwaliteitafweging is voor patiënten vaak niet inzichtelijk en naar de duurzaamheidspercentages wordt nauwelijks gekeken.

Hoe zou geëxperimenteerd kunnen worden met ‘belonen naar resultaat’?
Je zou eens kunnen beginnen met alle medewerkers op te leiden om de kinderen in je praktijk volgens de Gewoon Gaaf-methode te begeleiden. Hierbij kun je werken met een helder en motiverend doel: het gemiddelde DMF-getal bij die kinderen omlaag brengen. Het is daarbij prima in beeld te brengen in hoeverre je succes hebt, ook vergeleken met andere – conservatieve – praktijken die blijven repareren. Nu nog zorgen dat dat succes beloond wordt.

In plaats van het voorkómen van cariës is er een andere manier waarop Den Haag de mondzorgkosten wil beperken: taakherschikking.
Het is eigenlijk idioot dat mondhygiënisten in de richting van het boren worden geduwd, terwijl preventie hun primaire competentie is en zij daar een ontzettend belangrijke taak hebben. Als tandartsen hebben we mondhygiënisten nodig, en daarom is het zo zonde dat deze beroepsgroepen zich ingraven en tegenover elkaar komen te staan. Gekscherend zou je kunnen zeggen: het zorgstelsel heeft op den duur meer aan een goede mondhygiënist dan aan een goede tandarts.

Wat vindt u van het huidige kabinet als het gaat om het bevorderen van goede mondzorg en preventie?
Bijna elke partij schrijft in zijn verkiezingsprogramma preventie te willen bevorderen en zich in te zetten voor betaalbare en toegankelijke zorg, maar wie maakt het werkelijk zichtbaar? Veel gepraat, maar uiteindelijk verandert er niets. Het is een kwestie waar je een passie voor moet hebben, en je hebt dus ook politici nodig die zich er hard voor maken. Dat zijn er helaas te weinig, of ze krijgen te weinig voor elkaar.

Gezien de naderende verkiezingen: welke partij heeft uw sympathie in het gevoerde zorgbeleid?
Er zijn een paar politici die zich profileren op toegankelijkheid en preventie, zoals Hanke Bruins Slot (CDA) en Henk van Gerven (SP). Zelf ga ik deze keer stemmen op een partij die de zorg hoog in het vaandel heeft, op een manier die mij aanspreekt. Ook op een realistische manier. De SP bijvoorbeeld wil de zorg voor iedereen laagdrempelig toegankelijk maken, het eigen risico afschaffen, enzovoort. Dat klinkt aantrekkelijk, maar is volledig onbetaalbaar. Wat gratis is, is het duurste wat er is, want alles weggeven is vragen om onzorgvuldigheid. Je moet een balans weten te vinden tussen betaalbaarheid en goede zorg, en daarbij een helder plan hebben om de financiële middelen efficiënt in te zetten.

Binnen de mondzorg bestaat momenteel veel weerzin tegen de rol van zorgverzekeraars. Zelf bent u vele jaren adviserend tandarts geweest bij diverse zorgverzekeraars, de laatste jaren bij VGZ. Is de weerzin terecht?
Natuurlijk zijn er de administratieve belemmeringen en allerlei veranderingen die het erg complex hebben gemaakt. Ook denk ik dat er veel misgaat in de communicatie, waarbij de verzekeraar moet schipperen tussen betaalbare zorg en kwaliteit, maar dit niet voldoende toelicht. Het is jammer dat er zoveel wederzijdse irritatie is ontstaan, want de zorgverzekeraar is in feite de portemonnee van de tandarts.

In het algemeen is het toch niet de penningmeester die het beleid bepaalt…
Verzekeren betekent uiteindelijk geen recht op allerlei zorg, maar het afdekken van risico’s. De pot is niet oneindig, en wat dat betreft doen zorgverzekeraars veel goed werk. Toch komt het helaas soms voor dat een tandarts een uitgebreide en goed gemotiveerde aanvraag doet, waarop alleen een bot ‘nee’ of ‘afgewezen’ als antwoord komt. Zo werkt het natuurlijk niet. Beter is het als deze partijen met elkaar in gesprek gaan, en de zorgverzekeraar helder uitleg geeft over wat wel en niet kan, en waarom. Daarin is een wereld te winnen.

Het is natuurlijk sowieso ergerlijk om als zorgverlener, die als enige bij de patiënt in de mond heeft gekeken, te horen te krijgen wat mag en wat niet.
Als tandartsen zijn we erg gesteld op onze autonomie; we dulden er geen derde hand bij. Toch zijn we onderdeel van een financieel systeem en moet ook een tandarts zich dus toetsbaar en transparant opstellen. Zorgverzekeraars kunnen we verwijten dat te vaak naar de regeltjes wordt gekeken, zonder oog voor de individuele patiënt. Want geen enkele patiënt is hetzelfde.

Wat zou u tot slot elke lezer willen meegeven?
Er verandert ontzettend veel in de wereld, behalve in de tandheelkunde. In plaats van het eindeloos blijven vullen, vullen en vullen is het hoog tijd voor een revolutie. De Nederlander wordt steeds gezonder ouder en daarbij moeten we met de mondgezondheid een inhaalslag maken, waarbij preventie het sleutelwoord is. Een revolutie die moet beginnen met een andere vorm van honoreren.
Als mondzorgverleners moeten we trots kunnen zijn op de resultaten die we boeken, én nadenken hoe we het vak vooruitbrengen. Daarom hoop ik dat een nieuwe generatie tandartsen – en patiënten – behoed wordt voor het huidige systeem dat repareren in de hand werkt. Doordat de EHBO-tandheelkunde van een halve eeuw geleden inmiddels wel achter ons ligt, is het tandartsvak veel leuker geworden. Nu nog zorgen dat de mondzorg beter en goedkoper wordt.

Het volledige interview met James Huddleston Slater sr. is te lezen in de februari-editie van Dental Tribune Netherlands Edition. Deze verschijnt op 10 februari 2017.

Reageren op dit artikel? Plaats hieronder uw reactie of stuur een e-mail naar redactie@dental-tribune.nl.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2021 - All rights reserved - Dental Tribune International