Search Dental Tribune

Klein deel bevolking hoge cariëslast

Foto: AdobeStock

UPPSALA, Zweden – Nationale gegevens over meer dan tien jaar werpen een nieuw licht op het verloop van tandcariës bij Zweedse kinderen en adolescenten. Uit de gegevens blijkt dat de meerderheid van hen cariësvrij blijft, maar dat een kleine groep te maken krijgt met een hoge ziektelast. Het onderzoek bestond uit een gecombineerde aanpak, bestaand uit verloopanalyses en cariësspecifieke metingen van de ervaring met tandcariës bij kinderen. Het was bedoeld om vroege ziektepatronen beter in kaart te brengen en om de identificatie te verbeteren van de kinderen die het meest gebaat zijn bij preventieve zorg.

De motivatie voor deze studie werd gevormd door de constatering dat cariës onevenredig vaak voorkomt bij een kleine groep kinderen en dat dit patroon vaak wordt verhuld door populatiegemiddelden. Het doel was dan ook om de identificatie van kinderen en adolescenten met de hoogste cariëslast te verbeteren. Het onderzoek volgde 165.365 personen in de leeftijd van 10 tot 20 jaar aan de hand van gegevens uit het Zweedse kwaliteitsregister voor cariës en parodontale aandoeningen over een periode van tien jaar. De cariësbelasting werd beoordeeld aan de hand van het aantal aangetaste en gevulde tandoppervlakken in zowel het melkgebit als het blijvende gebit.
Aan de hand van longitudinale cariësgegevens werden de kinderen en jongeren op basis van de voortgang van hun aandoening ingedeeld in de klasse hoog, gemiddeld of laag. Bij 20-jarigen werden de verschillen tussen deze drie klassen in de loop van de tijd groter, in overeenstemming met de cumulatieve cariësbelasting. In de hoogste groep trad een aanzienlijke toename van de ziektelast op. Ter vergelijking: bij degenen in de laagste groep was gedurende het decennium vrijwel geen progressie waarneembaar.

Bij kinderen van 10 jaar werd de verwachte vergroting van de verschillen tussen de klassen echter niet waargenomen, wat wijst op beperkingen in het toepassen van het model op cariësontwikkeling in het melkgebit en het gemengde gebit. Voor deze jongere groep boden aanvullende maatstaven helderder conclusies. De specifieke cariësindex, die alleen degenen omvat die cariës hebben gehad, leverde consequent hogere waarden op dan traditionele indices en was vooral informatief in de vroege kinderjaren, waarin de meeste kinderen cariësvrij waren en de aandoening geconcentreerd was in een kleine subgroep. Een puntprevalentiemeting op 6-jarige leeftijd identificeerde ook de kinderen die later in de kindertijd meer kans hadden op het ontwikkelen van cariës. De auteurs merken op dat eerdere cariës in het melkgebit sterk gecorreleerd bleek met latere aandoeningen, wat het belang van controles in de voorschoolse jaren onderstreept.

De resultaten van het onderzoek sluiten aan bij eerder werk waaruit blijkt dat de mondgezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven negatief wordt beïnvloed bij Zweedse kleuters met cariës, vooral bij kinderen met onbehandelde cariës. Het huidige onderzoek toont aan dat, hoewel de mondgezondheid in Zweden op bevolkingsniveau blijft verbeteren, een duidelijke minderheid een onevenredig groot risico op tandheelkundige aandoeningen loopt. Door deze groepen eerder en nauwkeuriger te identificeren, kan preventie mogelijk effectiever worden ingezet en kunnen beschikbare middelen beter worden toegewezen binnen de pediatrische mondzorg.

Het artikel, getiteld “Caries experience among children and adolescents from a longitudinal Swedish national registry study over a 10-year period”, verscheen op 7 januari 2025 in Acta Odontologica Scandinavica.

To post a reply please login or register
advertisement
advertisement