Search Dental Tribune

KNMT-voorzitter Hans de Vries: “Dental Expo is een feestje”

KNMT-voorzitter Hans de Vries. Foto: KNMT
Anne Doeleman

Anne Doeleman

do. 5 maart 2026

Bewaar

De KNMT is op Dental Expo samen met NVM-mondhygiënisten en de ONT aanwezig in de Mondzorgalliantie Lounge. KNMT-voorzitter Hans de Vries kijkt ernaar uit. Hij hoopt er veel leden te spreken, natuurlijk ook de kritische. Er is immers voldoende gespreksstof. Wat te denken van bijvoorbeeld het tekort aan mondzorgprofessionals, buitenslands gediplomeerde tandartsen, de stand van zaken rond zzp’ers en AI?

Waarom heeft de KNMT ervoor gekozen om dit keer samen met NVM-mondhygiënisten en de ONT als Mondzorgalliantie op Dental Expo aanwezig te zijn?
We werken steeds meer samen met de ONT en NVM-mondhygiënisten, omdat we in ons dagelijks werk veelal dezelfde problematiek zien. We denken over een aantal zaken hetzelfde en vanuit de historie ook wel eens verschillend. Dertig jaar geleden zou een dergelijke samenwerking redelijk ondenkbaar zijn geweest. Maar om als mondzorg gehoord te worden in Den Haag, bij toezichthouders en bij zorgverzekeraars moet je de krachten bundelen. Dat doen we, en dat willen we ook zichtbaar maken op Dental Expo.

Van oudsher is Dental Expo natuurlijk vooral gericht op tandartsen. In hoeverre is de beurs ook gericht op mondhygiënisten en tandprothetici?
Veel producten zijn voor alle drie beroepsgroepen interessant, zoals behandelstoelen, de inrichting, verlichting, bepaalde apparatuur. Zowel tandartsen als tandprothetici gebruiken softwareplanning en intraorale scanners. Mondhygiënisten gebruiken op het gebied van preventie en deels ook vulmaterialen dezelfde producten. Ook voor preventieassistenten is zo’n beurs interessant. Je kunt er ook met de hele praktijk naartoe gaan als teamuitje.

Wat vindt u het grootste belang van Dental Expo?
Het allergrootste belang is denk ik dat zoveel mensen uit de branche elkaar kunnen ontmoeten. Als je in je praktijk gaat investeren is het ook handig om naar Dental Expo te gaan. Je krijgt nooit meer zo’n grote verzameling producten, diensten, innovaties, informatie en lezingen bij elkaar, behalve op de IDS in Keulen. Maar Dental Expo is dichterbij en op de Nederlandse markt gericht. Diverse exposanten zullen zich sterk maken om ook de wetenschappelijke achtergrond van producten aan te geven. Ik denk dat je er veel van leert.

Ging u voor uw KNMT-tijd ook wel eens naar Dental Expo?
Ik ben er wel eens geweest, maar als je in Zuid-Limburg woont zoals ik en je hebt op een uur afstand de grootste beurs van Europa - de IDS in Keulen - dan ga je vaker daarheen. Het merendeel van de dentale producten kwam in mijn beginjaren als tandarts uit Duitsland en daarom ging ik daar ook vaak kijken.

Heeft u wel eens interessante producten op de IDS of Dental Expo opgepikt?
Ik was altijd geïnteresseerd in digitale programma’s met bijvoorbeeld scannen en 3D-implantologie. De innovaties en ontwikkelingen daarin zie je op die beurzen als eerste. Je wilt die producten zien en in handen hebben, dat kan daar. Een aantal jaar geleden heb ik op Dental Expo de eerste AI-programma’s gezien die röntgenopnames beoordelen . Dat stond toen nog in de kinderschoenen, nu is dat weer een hele stap verder. Ook is het heel leuk om die gadgets te zien. Dan denk je: het is helemaal niet zo ver van mijn bed. Kennismaken met innovaties is niet alleen goed voor de patiënt, maar ook goed voor jezelf. Zo krijg je weer meer plezier krijgt in je werk. Het is denk ik noodzakelijk om af en toe nieuwe uitdagingen aan te gaan en om nieuwe technieken te incorporeren in wat je doet. Daar kan zo’n beurs enorm aan bijdragen.

Is het nog een beetje bij te houden als tandarts, al die innovaties?
Het gaat wel snel, maar je moet ook niet meteen als algemeen practicus alle innovaties direct loslaten op je patiënten. Het duurt vaak nog wel even voordat een nieuwe technologie daadwerkelijk foolproof op de markt komt, met weinig risico op verkeerd gebruik en met langdurig gemeten goede resultaten. Het is prima om bij de early adopters horen, maar er zit ook een risico aan. Ik heb ook wel eens producten gekocht die na verloop van tijd toch niet goed bleken te werken. Je moet dus zorgvuldig afwegen wanneer je een innovatie kan inzetten. Maar innovaties moeten je wel op zijn minst aan het denken zetten of het iets voor jou kan zijn.

U noemde al AI: wat zijn daar nieuwe ontwikkelingen in?
AI kan röntgenfoto’s beoordelen, maar kan ook een belangrijke rol kan spelen in de administratie van een praktijk, bijvoorbeeld bij digitaal afspraken maken. AI kan ook zorgen dat de kostbare handen van personeel voor de juiste dingen worden ingezet. Een tandarts moet bijvoorbeeld niet de hele dag tandsteen verwijderen; die moet ingezet worden voor de zaken waar hij voor nodig en opgeleid is. Dat geldt ook voor assistenten. Is het noodzakelijk om een assistent in te plannen die de hele dag de telefoon aanneemt of kun je dat ook op een andere manier organiseren? Misschien kan AI te zijner tijd ook ingezet worden voor diagnostiek en voor hulp bij het opstellen van een behandelplan. Op een gegeven moment kom je uit bij robotoperaties. Die zijn in de tandheelkunde nog geen gemeengoed, maar zullen zeker in de toekomst een steeds grotere plek krijgen.

Moet je dan echt denken aan robots die aan de stoel staan?
In de implantologie voegt 3D-technologie absoluut iets toe bij het plaatsen van implantaten. Maar om nou de hele behandeling door robots te laten doen? In China gebeurt dat al wel. Ik heb het in Nederland nog niet gezien, maar ik sluit niet uit dat dat op een gegeven moment gaat gebeuren. Bij bepaalde operaties in het ziekenhuis zijn robots behulpzaam voor heel verfijnde handelingen, bijvoorbeeld hechten. Maar ik denk niet dat robots op grote schaal op de beurs voorkomen.

Welke andere ontwikkelingen spelen er in de mondzorg?
We moeten ervoor zorgen dat voldoende mensen in de branche blijven werken. Prettige arbeidsomstandigheden zorgen dat medewerkers kunnen groeien, ze honoreren naar niveau is daarbij van belang. Een ander punt waar we ons hard voor maken is dat het ook rendabel moet zijn om praktijk te voeren in minder dichtbevolkte regio’s. Als je niet voldoende patiënten hebt binnen een bepaalde reisafstand en de kosten worden steeds hoger maar je tarief wordt lager, dan is het nog maar de vraag of dergelijke formats nog wel kunnen worden opgezet in de dunbevolkte gebieden. Aan de andere kant gaat in Nederland 80% van de bevolking op zijn minst eens per jaar naar de tandarts. Dat is internationaal gezien waanzinnig goed. Er is een klein deel dat niet gaat: de groep mensen met een krappe beurs of die door andere oorzaken de mondzorgverlener mijdt. Daarvan zien we overigens ook dat hun kinderen niet gaan, terwijl dat niets kost. Als Mondzorgalliantie hebben we als doel dat ook die groep bediend wordt. We willen een uniforme, landelijke regeling voor mensen met een financieel zwakkere positie om ook naar de tandarts te kunnen. Dat wordt nu in de Tweede Kamer besproken. Een ander belangrijk punt is dat er voldoende tandartsen moeten worden opgeleid in Nederland. Als ze een buitenlands diploma hebben, moeten we ze wel de gelegenheid bieden zich aan passen aan de Nederlandse maatschappij en mondzorg.

Er wordt al lange tijd gesproken over het uitbreiden van het aantal Nederlandse opleidingsplaatsen; zit daar schot in?
Ik vind nog steeds dat uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen de beste optie is. Elk land moet zijn eigen broek kunnen ophouden. Ik denk dat het goed is voor de uitwisseling in Europa dat mensen van het ene naar het andere land kunnen gaan, maar het zou eigenlijk niet zo moeten zijn dat bepaalde Europese landen tandartsen opleiden die vervolgens naar Nederland komen. Dat is een braindrain voor die landen en daar kunnen ze een financieel model op zetten dat interessant is, maar dan moet wel de kwaliteit van de opleidingen vergelijkbaar zijn. Als ze niet geheel op hetzelfde niveau zijn, moet er ondersteuning aangeboden worden om ze wel geschikt te maken voor de Nederlandse markt. Ik denk dat de afhankelijkheid van buitenslands gediplomeerde tandartsen ons kwetsbaar maakt. Dat is moreel onaanvaardbaar én onverstandig. Stel dat ze weer teruggaan naar hun geboorteland, dan wordt het tekort nog groter. Dat is een groot risico. Het is overigens niet zo dat er niet voldoende jonge mensen in Nederland zijn die tandarts willen worden. Bij de opleidingen Tandheelkunde zijn er volgend studiejaar in totaal 279 plekken beschikbaar en er zijn altijd duizenden aanmeldingen. Dat geldt trouwens ook voor de opleiding Mondzorgkunde. We blijven erop hameren dat dit onverantwoorde keuzes zijn. Maar we moeten wel de bevolking van mondzorg voorzien. In zo’n situatie moet je denk ik blij zijn dat er tandartsen die in het buitenland zijn opgeleid hier komen. Maar dan moeten we ze wel de gelegenheid bieden zich aan te passen aan de Nederlandse maatschappij en mondzorg.

Neemt de toestroom van tandartsen uit het buitenland nog steeds toe?
Dat percentage lijkt de afgelopen jaren inderdaad wel toe te nemen. Zo is het laatste jaar de helft van de BIG-geregistreerde tandartsen in het buitenland opgeleid. Het is niet onwaarschijnlijk dat straks tussen de 25 en 50% van de tandartsen in ons land in het buitenland is opgeleid. Er komen minder tandartsen uit Spanje, waar eerst veel tandartsen vandaan kwamen, en meer uit landen als Portugal, Roemenië en Bulgarije. En er komen meer tandartsen van buiten Europa. Zij moeten een aanvullend programma op ACTA doorlopen.

Hoe staat het met de plannen om een extra tandheelkundeopleiding in Rotterdam te starten?
Dat is nog onduidelijk. Stel dat dat ten laste gaat van de omzet van het budget dat de faculteiten gezamenlijk hebben, dan gaat het natuurlijk niet werken. Als je het doet, moet er ook extra geld voor beschikbaar te zijn, maar dat lijkt niet te gebeuren.

Wat is de stand van zaken rond het zzp-dossier?
De zelfstandigenwet die nu mogelijk geïntroduceerd wordt, waar het nieuwe minderheidskabinet voorstander van is, laat waarschijnlijk iets meer ruimte aan zzp’ers. Daar zijn wij ook voorstander van. We bestrijden niet dat mensen in financieel zwakkere situaties, zoals pakketbezorgers of maaltijdbezorgers, kwetsbaar zijn. Die moet je beschermen. Maar moet je je bemoeien met groepen die eigenlijk best voor zichzelf kunnen zorgen? Wij vinden van niet en onze achterban denkt daar ook zo over. Striktere regels voor zzp’ers werken belemmerend en leiden mogelijkerwijs tot gaten in het zorgaanbod. Ik denk dat bijvoorbeeld veel oudere tandartsen nu nog wel willen werken als zzp’er, maar stoppen als ze een praktijk moeten overnemen of in loondienst moeten.

Even terug naar Dental Expo. Wat kunnen bezoekers verwachten van de Mondzorgalliantie Lounge?
In de Mondzorgalliantie Lounge zijn alle bezoekers van de beurs van harte welkom. Je kunt er gezellig met elkaar praten, een praatje maken met de aanwezige bestuurders of vragen stellen aan medewerkers van de ledenservice. Je kunt ook lezingen volgen, bijvoorbeeld over de mondzorgcoach op het consultatiebureau, de mondzorg voor kwetsbare ouderen of de stand van zaken rond zzp’ers. Je krijgt hiervoor een koptelefoon, net als bij een silent disco. Dat wordt vast leuk. Ik vind het zelf ook heel fijn om een heleboel mensen te ontmoeten die ik misschien door de drukte en de waan van de dag niet zo snel meer zie. Ik vind ook leden die kritisch zijn, mits het fatsoenlijk en respectvol is, interessant. Na zo’n gesprek denk ik daar vaak nog over na: hebben ze een punt of niet? We eindigen elke dag met een pubquiz met prachtige prijzen. Op donderdagavond worden de Apollonia Awards uitgereikt en wordt de nieuwe Tandarts van het Jaar bekend. Ik vind het een feestje!

Tags:
To post a reply please login or register
advertisement
advertisement