KNMT-voorzitter Hans de Vries: “Scherpte moet je incorporeren in je eigen vereniging”

Search Dental Tribune

KNMT-voorzitter Hans de Vries: “Scherpte moet je incorporeren in je eigen vereniging”

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
KNMT-voorzitter Hans de Vries
Reinier van de Vrie, Redactie Dental Tribune

By Reinier van de Vrie, Redactie Dental Tribune

wo. 26 oktober 2022

save

Voordat het interview begint, wil de nieuwe KNMT-voorzitter Hans de Vries kwijt dat hij hiermee pas na enige aarzeling heeft ingestemd. Hij is zich immers nog druk aan het inwerken. Tijdens het gesprek is dat overigens niet te merken. Of het nu over de uitbreiding van opleidingsplaatsen, de fusie tussen KNMT en ANT, nascholing of de relaties met stakeholders gaat, hij zet een stevige mening neer.

Hoe zijn de eerste drie maanden na uw aantreden als voorzitter per 1 juli u vergaan?
Ik vind het superleuk. Werken vind ik heerlijk, of dat nu in de praktijk is of met andere zaken. Ik vind het leuk om iets op te bouwen. Ik ben nu 60 en was er weer aan toe om iets nieuws te gaan doen. Ik voer veel gesprekken met allerlei mensen en leer de organisatie beter kennen. Ik vind het leuk om doelen te stellen en die proberen te realiseren. Om voeling te blijven houden met de praktijk, blijf ik nog anderhalve dag per week als zzp’er werken in een groepspraktijk in Heerlen, waar ik eerder tandarts-directeur was.

Wat is voor u als voorzitter de grootste ambitie?
Mijn blik is naar buiten en vooruit. Het moet een toekomstbestendige vereniging zijn waaraan de beroepsgroep in alle breedte iets heeft en waarvan tandartsen over tien jaar nog graag lid zijn. Verder wil ik dat de regierol in de mondzorg bij de tandarts blijft. Voor patiënten wil ik dat iedereen mondzorg moet kunnen krijgen. Ook met een nieuw bestuur per 1 januari 2023 wil ik met de toekomst bezig zijn.

Bij Dental Expo is de ‘human factor’ of ‘human sustainability’ een belangrijk thema. Ik begrijp dat dit ook voor de KNMT geldt. Wat houdt het voor u in?
Sustainability is een containerbegrip waaronder je van alles kunt verstaan. Voor een deel is het natuurlijk oude wijn in nieuwe zakken. Maar het geeft een reminder: waar zijn we eigenlijk mee bezig? De KNMT heeft flink ingezet op wat een praktijk op het gebied van duurzaamheid zou kunnen doen. De grootste bijdrage is natuurlijk om het transport te verminderen. Bij human sustainability gaat het onder meer om hoe je goede mensen langdurig kunt verbinden aan je organisatie. Bij te veel verloop worden bedrijven instabiel. We zijn ons er te weinig bewust van wat mensen motiveert. Deels is dat geld, maar je moet ook meer aandacht hebben voor hun welzijn en hun ontwikkelings- en scholingsmogelijkheden. Met de KNMT Academy willen we in dit kader bijvoorbeeld meer – regionale – nascholing gaan aanbieden, zowel aan tandartsen als aan andere teamleden. Door het hele team te ondersteunen, willen we ervoor zorgen dat de tandarts goed zijn werk kan blijven doen. Met het uiteindelijke doel om mensen te behouden voor de organisatie.

Kun je hiermee ook iets van je maatschappelijke verantwoordelijkheid als beroepsorganisatie laten zien?
Dat speelt natuurlijk een rol. Als organisatie hebben we ook een maatschappelijke taak. We staan ervoor om goede tandheelkunde te kunnen leveren en die voor iedereen bereikbaar te houden. Als nieuwe voorzitter kreeg ik een bericht van een gewaardeerde collega die veronderstelde dat ik er nu voor ging zorgen dat het achterlijke systeem van vastgelegde tarieven eindelijk de vuilnisbak in zou gaan. Een andere collega vond dat ik moest zorgen dat tandheelkunde voor iedereen in Nederland bereikbaar zou zijn. Het is dus lastig om alle verschillende mensen te dienen. Toch moet je er als beroepsgroep gezamenlijk uit zien te komen. Het is bewezen dat als je met twee clubjes tegenover elkaar staat, je vakkundig uit elkaar wordt  gespeeld. Met een goed compromis krijg je sneller medewerking bij de ministeries dan wanneer je elkaar de tent uitvecht.

Dus u bent blij met de fusie tussen KNMT en ANT?
Ja, dat wil zeggen… Toen ik 25 was, vond ik de KNMT waardeloos. Met het vestigingsbeleid had men mij in de steek gelaten en ik moest voor werk naar Duitsland. Bij veel oudere ANT’ers is toen de nodige frustratie geboren. Ik begreep die onvrede wel, was een tijdje anti-KNMT en ben ook, zij het niet heel bewust, een jaar ANT-lid geweest. Later werd ik weer KNMT-lid. In de coronatijd heb ik de KNMT gebeld met de opmerking dat ik helemaal niet wist dat de KNMT-tandartsen andere patiënten hadden dan de tandartsen van de ANT. Beide verenigingen kwamen toen namelijk met heel andere adviezen over hoe tandartsen met patiënten moesten omgaan. Dat je over zoiets elementairs wat iedere tandarts raakt zo gemakkelijk verschillende posities kunt innemen…heel veel mensen waren daar heel boos over. Toen is men met elkaar in gesprek gegaan en is de slagkracht duidelijk verbeterd. Het werd toen ook duidelijk dat we beter meer met elkaar konden optrekken richting stakeholders. Het gemeenschappelijke ligt in het bevorderen van de tandheelkundige zorg en de mondgezondheid in Nederland. Het is dus een heel goede beslissing geweest om te fuseren.

Zijn er nog twee bloedgroepen: de ANT en de ‘oude’ KNMT?
Ik ervaar dat niet zo, maar ik kom ook anderhalf jaar na de fusie binnen en inmiddels is het bestuur bijna helemaal vernieuwd. Veel van de schermutselingen hebben plaatsgevonden voor mijn tijd. Daarmee houd ik me niet meer bezig. De fusie is er gekomen omdat we één sterke vereniging wilden. Ik luister naar iedereen, ongeacht van welke vereniging. De twee oorspronkelijke groepen zijn nu ook vertegenwoordigd in de Ledenraad, dat vormt zo veel mogelijk een weerspiegeling van de leden.

De twee ANT-coryfeeën Jan Willem Vaartjes en Ravin Raktoe hebben het KNMT-bestuur verlaten. Raktoe deed dat uit onvrede over de koers. Op LinkedIn zei hij over de nieuwe KNMT: “Ik heb helaas moeten constateren dat het ontbreken van een match op inzet, durf, ondernemerschap en snelheid, kortweg: ‘hoe een zo effectief mogelijk resultaat te boeken voor onze leden’ voor mij onoverbrugbaar is.” Hoe kijkt u hiertegen aan?
Jan Willem Vaartjes is geheel en al volgens het afgesproken schema bij de fusie afgetreden uit het bestuur. Ik heb ook nog veel contact met hem. Ik vind hem een zeer waardevolle bestuurder en hij is in commissies nog actief. Niets dan lof over de samenwerking met hem. Onvrede over het beleid heeft bij mijn weten geen enkele rol gespeeld bij zijn vertrek uit het bestuur.
Ravin Raktoe mag zeggen wat hij vindt, zoals ieder dat mag in de KNMT. Als hij vanuit zijn gevoel zegt ermee te kappen, dan is dat zijn beslissing. Die respecteer ik. Ik heb hem alleen een paar keer in mijn aanloopfase als voorzitter gezien. Binnenkort heb ik een overleg met hem, omdat ik vind dat hij veel kennis van zaken heeft, waaraan de ANT en de KNMT veel hebben gehad. En dat is niet een politiek correct antwoord, maar dat vind ik oprecht zo. Wat kan ik toevoegen aan hoe hij het ervaart?
Er wordt ook wel gezegd dat de KNMT te traag of te langzaam is. Maar daar zit wel een verenigingsdemocratie achter. Voordat we iets naar voren brengen, gaan we het eerst toch nog even aan iedereen voorleggen. Dat heet zorgvuldigheid.

Er werd altijd gezegd dat de twee beroepsorganisaties van tandartsen elkaar scherp hielden. Hoe blijft de KNMT nu scherp?
De balans van elkaar scherp houden slaat voor mij door als een derde partij ervan gaat profiteren. Scherp houden moet je in je eigen organisatie incorporeren. Ik denk dat dit kan. Bij het werven van nieuwe bestuurders kijken we hoe we een goede complementaire groep kunnen maken. We willen niet dat er vriendjes worden gekozen. We zitten daar voor alle geledingen bovenop. De kunst is nu om het scherpe van het actiegerichte van de ANT te blijven koppelen aan het dienstverlenende van de KNMT.

De verwachting was dat een fusie snel weer tot een nieuwe vereniging zou leiden. In juli 2022 is de Nederlandse Orde van Tandartsen (NOvT) opgericht. Gaat die een serieus alternatief voor de KNMT worden?
Ik kan wel gaan letten op wat iedereen doet, maar ik leg liever de focus op wat wij zelf goed moeten doen om onze doelen te halen. Dat is mijn drive. Zorgen dat we die dingen doen waar de praktijk om vraagt. Met tandartsen die zich bij de KNMT niet thuis voelen, ga ik altijd het gesprek aan. Als je weet wat iemand bezielt, kun je misschien toch dichterbij komen.

Hoe kenschetst u de verhoudingen met VWS c.q. de overheid? Heeft de KNMT wel invloed op het beleid, bijvoorbeeld op uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen?
Het Capaciteitsorgaan heeft al zeker vier keer aangegeven dat er meer tandartsen in Nederland bij moeten. Ik ben er absoluut van overtuigd dat dat nodig is, zeker omdat veel tandartsen de komende jaren gaan stoppen en de mogelijkheid bestaat dat buitenlandse tandartsen misschien weer vertrekken. Dat is een riskante situatie, zeker voor de perifere gebieden. Het Capaciteitsorgaan heeft het tekort opnieuw aangekaart en VWS lijkt daar toch wel enigszins in mee te gaan. We hebben een goede relatie met dat ministerie. Met het ministerie van OCW, dat over de opleidingen gaat, hebben we minder contact, maar dat is met de universiteiten in gesprek hoe we uitbreiding precies gaan inrichten.

In gesprek is één, maar levert het ook wat op?
Er is gezegd dat het bedrag moet worden aangewend om honderd opleidingsplaatsen te realiseren. Dat moeten natuurlijk extra plaatsen zijn. Stel dat ze in Rotterdam een nieuwe faculteit gaan oprichten, dan is het natuurlijk absoluut onacceptabel om dat geld bij de andere tandheelkundige opleidingen weg te halen. Met de branche en alle betrokkenen moeten we bespreken hoe dit verder gaat. Vooralsnog heb ik alle hoop op een goede afloop, mede omdat enkele Tweede Kamerleden die financiering aan de kaak hebben gesteld. In Nederland werken tweeduizend tandartsen die hier niet zijn opgeleid. Het voelt voor mij niet goed dat we als welvarend land profiteren van het opleiden van tandartsen in andere Europese landen.

Hoe is de relatie op dit moment met de NZa?
We hebben net de onderhandeling over de indexering voor de tarieven van 2023 afgerond. De deskundigen bij de KNMT en enkele externe adviseurs proberen die altijd een beetje in stilte tot een goed resultaat te brengen. Gewoon niet te veel schreeuwen, want anders kan het zijn dat je in je eigen voet schiet. Als de NZa meegaat in het model dat wij voordragen, beschouwen we dat als een succes waar onze leden iets aan hebben. Daaruit blijkt ook dat we een serieuze gesprekspartner zijn.

En hoe is de relatie met NVM-mondhygiënisten?
Ik ben heel positief over wat mondhygiënisten in Nederland toevoegen voor praktijken en voor patiënten. Dat is natuurlijk een enorme vooruitgang. In de VS wordt gezegd: ‘Dental hygienists make the dentist’s work look good.’ Alle verschillende zorgverleners bieden een toevoeging of zijn zelfs onmisbaar in de zorg aan patiënten. Veel taken kunnen worden gedelegeerd, maar het moet wel zo zijn dat één persoon de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt en de regie heeft. En dat moet de tandarts zijn. Het is relevant voor de KNMT dat een tandarts de indicatie stelt en altijd onacceptabel dat dit door iemand anders zou gebeuren. Het is denk ik een voordeel als iedereen onder één dak zit. Volgens mij is dat ook in het belang van de patiënt.

U heeft dus liever geen vrijgevestigde mondhygiënisten?
Als iemand zich vrij wil vestigen en er worden goede afspraken gemaakt met tandartsen, je regelt het goed en patiënten zijn tevreden, dan is er niks op tegen. Maar puur praktisch vind ik het vanuit mijn ervaring het een enorm voordeel dat mondhygiënisten ook bij besprekingen over zorgplannen aanwezig zijn, dat ze boven op de materie zitten en dat ze op cruciale momenten snel en gemakkelijk kunnen overleggen over een patiënt. De KNMT vindt mondzorg onder één dak een goed concept. Dat promoten wij. Ik denk dat patiënten daarmee ook het best gediend zijn.

Is het wel mogelijk om een beroepsorganisatie te zijn voor allerlei soorten tandartsen: solisten, groepspraktijk, ketens, zzp’ers en praktijkeigenaren?
We willen graag dat er diversiteit blijft. We zitten met een grote groep jonge tandartsen die gedreven zijn en het vak willen leren beheersen. Er zijn veel parttimers die niet fulltime willen werken en met het zzp-model een goed inkomen hebben. Die hebben geen ondernemerslasten. Als ze een praktijk willen overnemen, moeten ze dat kunnen financieren. De vraag is of ze daar zeker in de eerste jaren goed uitspringen. De groep die nog de boot afhoudt, is zo groot dat we ons een beetje zorgen maken of er op termijn voldoende tandartsen zijn die het ondernemerschap willen aangaan. Aan de andere kant zien we prima draaiende praktijken waarin netjes is geïnvesteerd, maar die individuele tandartsen toch niet willen overnemen. Banken zijn ook terughoudender geworden met de financiering van jonge ondernemers. Dan is het aantrekkelijk om aan een keten te verkopen en je pensioen veilig te stellen. En als jonge tandarts is het aantrekkelijk om door te gaan als zzp’er. We vinden deze marktsituatie niet gewenst. De KNMT heeft daarom masterclasses opgezet voor praktijkvoering en voert gesprekken met banken over financiering voor jonge tandarts-ondernemers.

Wil de KNMT dan meer tandartsen die een eigen praktijk starten?
Bij diversiteit is het verstandig dat er een bepaald evenwicht is. In Nederland ligt het aandeel van ketens in de markt op ongeveer op 10%. Dat zal nog wel wat groeien. Voor de kwaliteit van de mondzorg, de belangen van de tandarts en met name voor de belangen van de patiënten is het goed dat de diversiteit blijft en dat er ergens een soort stop komt op de groei van ketens. Als KNMT zijn we voorstander van meer tandartsen-ondernemers. Bij ketens gaat het er voor mij om dat ze fatsoenlijk werk leveren en het belang van de patiënten vooropstellen. Als ze dat doen, kun je er weinig tegen inbrengen. Maar de KNMT vindt dat het belang van tandartsen en patiënten niet gediend is met eenheidsworst.

Gaat u als voorzitter pleiten voor verplichte bij- en nascholing voor tandartsen?
Ik ben een zeer groot voorstander van verplichte nascholing. Als je door je knie bent gegaan en kunt kiezen tussen een orthopeed die nascholing heeft gevolgd en één die dat niet heeft gedaan, is de keuze toch gemakkelijk? Als je de patiënt vooropstelt hoor je aan nascholing te doen. Vrijwel in alle Europese landen is er een verplichte nascholing voor tandartsen, behalve in Nederland. Een beetje gênant toch? Bevriende artsen geloven ook niet dat tandartsen geen verplichte nascholing hebben.

Hoeveel tijd heeft u nodig om dit te bereiken?
In principe heb ik twee termijnen van drie jaar als voorzitter. We waren er wel heel dichtbij met de Wet BIG 2, maar die is er nog niet gekomen. Verplichte nascholing gaat er wel komen. Het is ook gewoon heel leuk om nascholing te volgen.

Dit jaar zullen er waarschijnlijk voor het eerst meer vrouwelijke dan mannelijke tandartsen werkzaam zijn in Nederland. Hoe kijkt u daartegen aan en wat betekent het voor de KNMT?
In januari van dit jaar was 48% van de actieve beroepsgroep vrouw. Dus dit jaar zal de omslag er inderdaad wel zijn. Eigenlijk, en dat klinkt wat onaardig, is het een non-issue. Want het gaat erom dat er veel parttimers zijn, en of dat nu mannen of vrouwen zijn is eigenlijk niet relevant. Jonge tandartsen staan anders in het leven. Ook veel jonge mannen willen parttime werken. Tussen mannen en vrouwen zit wat dat betreft niet veel verschil. Daar moeten we het niet meer over hebben. Is het verstandig dat er in een beroepsgroep alleen maar vrouwen of mannen zijn? Ik denk dat het verstandig is dat er in elke beroepsgroep ongeveer evenveel vrouwen als mannen werken.

Moet je daar iets mee als beroepsorganisatie?
Ik vind dat je mannen en vrouwen moet beoordelen op hun individuele kwaliteiten. Het is goed dat het percentage ergens in het midden zit. Universiteiten zijn wel aan het zoeken naar een balans, want er worden nu veel meer vrouwen opgeleid. Bij de KNMT streven we ernaar dat de ledenraad en het bestuur een weergave zijn van de populatie. Bij de ledenraad lukt dat behoorlijk. In het bestuur hebben we op dit moment maar één vrouw. Vrouwen die belangstelling hebben voor een bestuurlijke functie nodig ik van harte uit om zich te melden. Maar mannen natuurlijk ook. We kijken bij alle kandidaten naar de individuele kwaliteiten en of ze complementair zijn aan het team.

Kort CV Hans de Vries (60)

Hans de Vries behaalde in 1986 zijn tandartsdiploma in Nijmegen. In 2004 werk hij erkend als tandarts-implantoloog en in 2011 als gecertificeerd tandheelkundig slaapgeneeskundige NVTS. Na zijn afstuderen werkte hij drie jaar in Duitsland. In 1989 nam hij een solopraktijk over in Heerlen, die later een groepspraktijk werd en verder ging onder naam Centrum voor Tandheelkunde en Implantologie Heerlen. Verder deed hij werkervaring op als burgertandarts bij het ministerie van Defensie, als tandarts-prothetist bij Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde in het Atrium Medisch Centrum te Heerlen en als docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen (PAOT OSAS). Vanaf 2011 tot zijn aantreden als voorzitter van de KNMT was hij tandarts-directeur bij Dental Clinics Heerlen.

Bestuurlijk was hij eerder onder meer actief in de KNMT-afdeling Limburg, de NVTS en de Ledenraad van de KNMT.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement