Ook Radboudumc plaatst kanttekeningen bij taakherschikking

Search Dental Tribune

Ook Radboudumc plaatst kanttekeningen bij taakherschikking

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Tessa Vogelaar

By Tessa Vogelaar

wo. 4 april 2018

save

NIJMEGEN – In navolging van ACTA plaatst nu ook het Radboudumc kanttekeningen bij het taakherschikkingsexperiment van minister Bruins. In een brief waarschuwen prof. dr. Hugo de Bruyn (afdelingshoofd Tandheelkunde), prof. dr. Marie-Charlotte Huysmans (hoogleraar Cariologie & Endodontologie) en dr. Niek Opdam (universitair hoofddocent) voor een achterstand in kennis op het gebied van cariësbehandeling onder mondhygiënisten, die kan leiden tot overbehandeling en daarmee schade voor de patiënt.

In de brief gaat het drietal met name in op het zelfstandig behandelen van primaire caviteiten door de mondhygiënist. Ze benadrukken dat de benadering van de ziekte cariës flink is veranderd de afgelopen decennia. Op basis van onderzoek is de grens voor de restauratie-indicatie steeds verder opgeschoven naar diepere laesies.

Preventieve, non-operatieve behandeling van cariës is belangrijker geworden in de afgelopen jaren, staat in de brief. Op het eerste gezicht lijkt daar een uitgelezen kans te liggen voor de mondhygiënist. Maar in plaats van een focus op dieet, leefstijl en fluoridetoepassingen om te zorgen voor cariëspreventie, is in de uitbreiding van de deskundigheid van de mondhygiënist de nadruk komen te liggen op de technische aspecten van boren en vullen. Dat nemen de opleiders van de Nijmeegse tandheelkundefaculteit overigens niemand kwalijk, omdat het ook zo is omschreven in de wet.

Wel benadrukken zij dat cariologie en de preventieve benadering ervan relatief onderbelicht zijn gebleven. Een gebrek aan aandacht voor diagnostiek, risico-inschatting en indicatiestelling bij de borende mondhygiënisten kan leiden tot overbehandeling, vrezen Huysmans, Opdam en De Bruyn. Dat kan in de hand worden gewerkt wanneer zelfstandig werkende mondhygiënisten (zonder een tandarts in de buurt), kiezen voor de veilige optie door alleen ondiepere leasies te restaureren, zoals ze hebben geleerd tijdens de opleiding.

In de brief wordt gepleit voor een nauwe samenwerking tussen de opleidingen mondzorgkunde en tandheelkunde op het gebied van cariologie-onderwijs. Het niveau van dit onderwijs wordt bij voorkeur op universitair niveau geborgd. “Samen opleiden betekent ook de behandelvisies binnen de twee opleidingen op elkaar afstemmen en zo de kwaliteit van de patiëntenzorg borgen,” valt in de brief te lezen. Verder wordt gepleit voor een verdieping van het cariologie-onderwijs aan de opleiding  mondzorgkunde. Bovendien zouden geregistreerde mondhygiënisten een bijscholingstraject moeten volgen op het gebied van cariologie.

Namens de hoogleraren en universitair hoofddocenten van ACTA schreef decaan Albert Feilzer in december 2017 al een brief over het voorgenomen experiment tot meer zelfstandige bevoegdheid van de mondhygiënist. Daarin werd het experiment ‘vooralsnog onwenselijk’ genoemd. Gevreesd werd voor de veiligheid van patiënten en de kwaliteit en doelmatigheid van zorg. Dat, en de zorgen van beroepsverenigingen KNMT en ANT, weerhield minister voor Medische Zorg en Sport Bruno Bruins er niet van om op 25 januari van dit jaar in een brief aan de Tweede Kamer groen licht te geven voor het taakherschikkingsexperiment dat gepland staat om in 2020 van start te gaan.

De volledige brief van het Radboudumc is online terug te vinden op de website van zowel beroepsvereniging KNMT als ANT.
(bron: Radboudumc)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement