Opleiding Tandheelkunde in Rotterdam: oplossing voor tandartsentekort?

Search Dental Tribune

Opleiding Tandheelkunde in Rotterdam: oplossing voor tandartsentekort?

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Hugo De Bruyn, afdelingshoofd Tandheelkunde aan de Radboud Universiteit (links) en Eppo Wolvius, mka-chirurg in het Erasmus MC (rechts)
Hedwig Fossen, Redactie Dental Tribune

By Hedwig Fossen, Redactie Dental Tribune

di. 30 augustus 2022

save

In gesprek met Hugo de Bruyn en Eppo Wolvius

Het Capaciteitsorgaan adviseert al jaren om het aantal opleidingsplekken voor tandartsen in Nederland uit te breiden en zo het tekort aan tandartsen tegen te gaan. Om dit te realiseren moet het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) geld beschikbaar stellen en moeten de faculteiten overeenstemming bereiken over de juiste oplossing. Kunnen de huidige opleidingen in Amsterdam, Groningen en Nijmegen extra opleidingsplekken bewerkstelligen of biedt een vierde opleiding in Rotterdam soelaas? En hoe zorg je dat afgestudeerden terechtkomen op de plekken waar tandartsen het hardst nodig zijn?

Het meest recente advies van het Capaciteitsorgaan uit 2020 luidt dat Nederland jaarlijks honderd extra tandheelkundestudenten moet opleiden. Het landelijk aantal studenten stijgt daarmee van 259 naar 359. Vooral bepaalde regio’s, waaronder Zeeland, Zuid-Limburg, Drenthe en Friesland, hebben te maken met een tekort aan tandartsen. Dat tekort zal in de toekomst nijpender worden gezien het grote aantal tandartsen dat met pensioen gaat en de tendens dat steeds meer tandartsen parttime werken.

Extra opleiding tandheelkunde

Een van de mogelijkheden om het aantal opleidingsplekken uit te breiden én het regionale tekort aan tandartsen op te lossen is door een extra opleiding te starten in Rotterdam. Dit stelt Eppo Wolvius, mka-chirurg in het Erasmus MC en initiatiefnemer van de lobby voor de nieuwe opleiding in Rotterdam. “Uit registraties van de KNMT (zie kader, red.) blijkt een duidelijk patroon dat afgestudeerde tandartsen zich vestigen in de regio waar ze gestudeerd hebben. Aangezien het tekort aan tandartsen in de regio’s Rotterdam, Zeeland en Noord-Brabant het grootst is, is het dus gewenst om hier een nieuwe opleiding aan te bieden.”

Kan zo’n extra opleiding dan ook in bijvoorbeeld Maastricht openen? Wolvius stelt dat dit ook een prima optie is. “Maar in onze regio zijn de tekorten het grootst. Vanuit Nijmegen heb je de link naar Limburg, vanuit de opleiding in Groningen kan je Drenthe voorzien en vanuit Rotterdam kan je de regionale tekorten in Zeeland adresseren.” De Rotterdamse mka-chirurg geeft aan dat het geen beleid moet zijn om de continuïteit van de mondzorg afhankelijk te laten zijn van buitenlandse instroom. In Zeeland is een derde van de tandartsen in het buitenland opgeleid, waardoor niet zeker is hoelang deze tandartsen in Zeeland blijven werken.

Registraties KNMT tandartsentekort

Uit registratie van de KNMT uit 2020 blijken de regionale tekorten. Zo is in de regio Amsterdam de hoogste tandartsendichtheid van 8,7 tandartsen per 10.000 inwoners en in de regio Zuid-West Nederland de laagste dichtheid van 4,2 tandartsen per 10.000 inwoners. Ook in Friesland, Oost-Nederland, Limburg en delen van Overijssel ligt de tandartsendichtheid onder de 5 tandartsen per 10.000 inwoners. In de andere regio’s met een tandheelkundeopleiding, Groningen en Nijmegen, is de tandartsendichtheid respectievelijk 5,8 en 6,4 per 10.000 inwoners.

Naast het regionale tekort zijn er tal van andere redenen om Rotterdam te kiezen als opleidingsplek, vertelt Wolvius. “We zijn van toegevoegde waarde, omdat we een sterke verbinding hebben met een multiculturele stad als Rotterdam. Daardoor kan een opleiding helpen om het onderzoek naar de achterstand in mondzorg bij bepaalde groepen verder uit te werken. Ook hebben we hier een afdeling voor bijzondere tandheelkunde en orthodontie, die beide een aandeel kunnen hebben in de opleiding. En een technisch vak als tandheelkunde heeft wat aan onze goede samenwerking met de TU Delft. Ten slotte hebben we binnen de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) een sterke managementopleiding en aangezien tandartsen vaak ook manager zijn, bieden we een mooie aanvulling op het bestaande pallet aan opleidingen.”

Regionale tekorten

De bestaande opleidingen zijn er niet van overtuigd dat een tandheelkundeopleiding in Rotterdam het regionale verdeelprobleem gaat oplossen, vertelt Hugo de Bruyn, afdelingshoofd Tandheelkunde aan de Radboud Universiteit en momenteel voorzitter van het discipline-overleg dat de drie bestaande opleidingen vertegenwoordigt. “Er zijn inderdaad grote tekorten in bepaalde regio’s, maar een opleiding in Rotterdam gaat niet met zekerheid zorgen voor tandartsen op – bij wijze van spreken - Goeree-Overflakkee. En het lost zeker het tekort in Limburg en andere gebieden niet op.”

Volgens De Bruyn zijn er andere stimulansen nodig om tandartsen beter over Nederland te spreiden. “Je kan daarbij denken aan een premie of woonvergoeding vanuit de overheid of verzekeraars voor tandartsen die zich vestigen in regio’s waar de noden het grootst zijn. In Zweden gebeurt dit bijvoorbeeld voor tandartsen die in het dunbevolkte Lapland willen werken. Dat lijkt me een betere oplossing voor een tekort op bepaalde plaatsen en een overschot op andere plekken. Hoewel die extra opleidingsplekken óók nodig zijn, omdat tandartsen steeds minder uren werken.”

“Een dergelijke premie gaat wat mij betreft het verschil niet maken,” reageert Wolvius. “Dat werkt tijdelijk. Op lange termijn zie je dat afgestudeerden blijven hangen op de plekken waar ze zijn opgeleid. Ook bij afgestudeerde artsen zie je dat patroon.”

Uitbreiding bestaande opleidingen

De Bruyn pleit er in naam van het Radboudumc voor om de 100 extra plekken voor tandheelkundestudenten te verdelen over de huidige drie opleidingsplekken. Dat heeft ten eerste te maken met de hoge kosten die gepaard gaan met het opzetten van een volledig nieuwe opleiding. “Het is bijvoorbeeld een enorme investering om een prekliniek in te richten, waar studenten hun praktische vaardigheden leren. Het gebouw en de infrastructuur zijn al aanwezig bij de huidige drie opleidingen en met een handige planning en minimale extra inzet van personeel kunnen we die honderd extra bachelorstudenten een plek bieden.”

Daarnaast duurt het een aantal jaar voordat een nieuwe opleiding is opgestart, terwijl er zo snel mogelijk een oplossing nodig is, zegt De Bruyn. “Je moet de kwaliteit van het onderwijs regelen, goedkeuring voor je opleiding krijgen, docenten aantrekken, studiemateriaal maken, enzovoort. Als wij morgen van de regering de vraag krijgen om meer studenten op te leiden, kunnen we vanaf 2023 al nieuwe studenten kwalitatief goed opleiden.”

Opschalen van de huidige tandheelkundeopleidingen zorgt dus voor kosten- en tijdbesparing, maar ook voor een grotere leefbaarheid van de opleidingen, aldus De Bruyn. “In Groningen, waar jaarlijks 48 studenten worden aangenomen, zit je aan het absolute minimum om iets draaiende te houden in verband met de basisinvesteringen. Meer studenten per opleiding gaat als het goed is samen met meer middelen vanuit Den Haag en doordat de kosten per student dan lager worden, kunnen we de overige middelen gebruiken om docenten meer marktconform te betalen.”

Voor een nieuwe opleiding in Rotterdam heeft OCW uitgerekend dat er een jaarlijkse investering van 26,3 miljoen euro nodig is. “Wij kunnen uit de voeten met dit bedrag,” stelt Wolvius. “Voor nieuwe infrastructuur is inderdaad veel geld nodig, maar als je dit over meerdere jaren uitspreidt valt het mee. De honderd studenten zouden we graag verdelen in samenwerking met de bestaande opleidingen en dat betekent dat we het bedrag dus ook verdelen.”

“Stel, we krijgen deze zomer toezegging voor een nieuwe opleiding, dan hebben we twee tot drie jaar nodig voor we kunnen starten,” vertelt Wolvius. In de beginfase is het een optie om vanuit bestaande opleidingen masterprofielen in Rotterdam of omgeving aan te bieden. “Maar uiteindelijk moet dat een volwaardige opleiding worden, want studenten die hier alleen maar masterstages lopen, blijven niet hangen in de regio. Verder kunnen we op korte termijn starten met onderwijspraktijken in Zeeland om in te spelen op de tekorten daar.”

“De kritische massa verdunt”

Naast het feit dat OCW over de brug moet komen met financiële middelen, is het een uitdaging voor een eventuele nieuwe opleiding om intern vierkante meters te vinden en voldoende docenten aan te trekken. Wolvius: “Dit is oplosbaar, want vanuit de afdeling, het ziekenhuis en de universiteit is er grote steun om deze kar te trekken. We kunnen een beroep doen op tandartsen in de regio en op tandartsen werkzaam in het Erasmus MC om een bijdrage te leveren aan de opleiding. Daardoor beginnen we dus niet helemaal vanaf nul. Bij sommige bestaande opleidingen is er al een tekort aan staf en schaarste aan preklinieken, dus is het realistischer om in Rotterdam een opleiding te beginnen zonder dat we de huidige opleidingen in de wielen rijden. Het staat voorop dat we een goede samenwerking aan willen gaan met de bestaande opleidingen.”

De Bruyn kan zich voorstellen dat Rotterdam de competentie heeft om een opleiding te realiseren vanwege het medisch centrum, maar vreest dat docenten weglopen van bestaande opleidingen. “De kritische massa van goede tandheelkundedocenten verdunt dan. Ook zit er een probleem bij de patiëntenzorg en daarvoor zijn stageplekken in Rotterdam een goede oplossing. Zo kunnen wij de bachelorfase verzorgen en zou de masterfase via stage deels in Rotterdam kunnen worden georganiseerd. Op deze manier kunnen de bestaande drie opleidingen helpen de nood aan zorgverleners snel op te lossen.”

Financiële middelen afwachten

Wolvius vindt het ”van de zotte” dat anno 2022, twaalf jaar na het eerste advies van het Capaciteitsorgaan om het aantal opleidingsplekken uit te breiden, nog steeds moet worden afgewacht wat OCW aan middelen beschikbaar stelt. “Wat de oplossing ook wordt, er is meer inspanning nodig om het geld op te halen bij het ministerie van Financiën of VWS, want elk jaar dat we een oplossing uitstellen is een jaar te veel. De komende tien jaar gaat een derde van de tandartsen met pensioen en er zijn op het moment meer dan 300 vacatures voor tandartsen.”

De Bruyn sluit zich aan bij deze kritiek op het ministerie en geeft aan dat er al verschillende gesprekken zijn geweest met VWS en OCW, waarin vanuit de tandheelkundeopleidingen duidelijk is aangegeven dat de rek eruit is. “De salarisverhogingen voor docenten van de laatste jaren zijn niet gecompenseerd met extra geld vanuit het Rijk. Met dezelfde middelen redden we het niet, want dan moeten we op kwaliteit inleveren. Terwijl we juist het hoofd willen bieden aan de uitdagingen van de toekomst.”

Reactie ministeries

De ministeries van OCW en VWS hebben niet van de mogelijkheid gebruikgemaakt om op dit artikel te reageren. Wel laat OCW weten dat in juni overleg plaatsvond tussen het ministerie van OCW, Erasmus MC en de drie bestaande tandartsopleidingen (Rijksuniversiteit Groningen, ACTA Amsterdam en Radboud Universiteit Nijmegen). Het ministerie van VWS en het Capaciteitsorgaan waren daarbij betrokken. “Wij zijn blij dat er toen is afgesproken dat een werkgroep met daarin de bestaande aanbieders en Erasmus MC de regionale situatie zal gaan bekijken. De vraag is namelijk of er sprake is van een landelijk tekort of een regionaal verdeelprobleem. De werkgroep gaat bekijken hoe samengewerkt kan worden bij het aanbod van tandartsopleidingen. Verder is het Capaciteitsorgaan gevraagd om te kijken naar de verdeling van tandartsen over de regio’s,” laat een woordvoerder van OCW weten.

Minister Ernst Kuipers van VWS stuurde een kamerbrief over het onderwerp op 17 augustus. De aanleiding was een brief van de KNMT waarin de KNMT haar zorgen uit over het capaciteitsprobleem in de mondzorg. Kuipers vindt het "aannemelijk dat een evenwichtiger spreiding van tandartsopleidingen ook bijdraagt aan het aantrekken van nieuw potentieel voor de opleiding, omdat de afstand tot de opleiding een variabele is bij de keuze die studenten maken voor een opleiding.” De ingestelde werkgroep zal de conclusies “op korte termijn” presenteren, aldus de brief van Kuipers. “Eind van dit jaar komt het Capaciteitsorgaan met een nieuw instroomadvies, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de verdeling van tandartsen en het tandartsbezoek over de regio’s.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement