Search Dental Tribune

Zzp-update 2026: Kabinet-Jetten kiest voor Zelfstandigenwet

Foto: AdobeStock

In onze vorige zzp-update in Dental Tribune1 schreven wij onder meer over de ontwikkeling van het wetsvoorstel Vbar. Voor meer duidelijkheid over de grens zelfstandigheid-loondienst blijkt het begin dit jaar aangetreden nieuwe kabinet echter een heel ander plan te hebben: de Zelfstandigenwet. Wat betekent de komst van deze nieuwe wet?

Vbar: geen verduidelijking, wél rechtsvermoeden

In het najaar van 2025 stuurde het vorige kabinet de Tweede Kamer het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). De op dit moment verantwoordelijk minister Aartsen, van Werk en Participatie, zet nu een streep door het eerste en belangrijkste deel van dat wetsvoorstel. Dit betreft het verduidelijken van de grens tussen zelfstandigheid en een loondienst. Hierover was de afgelopen jaren veel te doen. Voor dit onderdeel kiest het huidige kabinet nu voor de Zelfstandigenwet.

Alleen het rechtsvermoeden gaat door. En wat hem betreft op korte termijn, zo schrijft Aartsen in zijn Kamerbrief van 6 maart dit jaar.2 Het rechtsvermoeden is van belang voor opdrachtgevers die werken met zzp’ers met een uurtarief onder de € 38. De zzp’er kan op basis van dit rechtsvermoeden een arbeidsovereenkomst opeisen. De opdrachtgever moet vervolgens aantonen dat er géén sprake is van schijnzelfstandigheid.

Hoe ziet de Zelfstandingenwet eruit?

Maar dan die zelfstandigenwet… Daarmee wil het kabinet het veld meer duidelijkheid bieden en meer ruimte geven voor échte zelfstandigen (zzp’ers). Waar de Vbar een wetsvoorstel is dat al in de Tweede Kamer lag, is de Zelfstandigenwet slechts een initiatiefwetsvoorstel. Dit initiatief heeft nog uitwerking nodig en er moet balans gevonden worden met het dwingendrechtelijk begrip arbeidsovereenkomst uit het Burgerlijk Wetboek.

Hoe ziet de Zelfstandigenwet eruit? Uit welke onderdelen bestaat het? En: wat zijn de opvallendste punten van het initiatief als we kijken naar het totaal 78 pagina’s tellende voorstel met memorie van toelichting? We kunnen vier kernelementen onderscheiden:

  1. zelfstandigentoets
  2. werkrelatietoets
  3. sectoraal rechtsvermoeden
  4. commissie beoordeling toetsingskader

In figuur 1 geven we verdere  invulling aan de kernelementen en benoemen we enkele opvallende punten.

Figuur 1

Geen nieuw wettelijk kader op korte termijn?

We gaven al aan de Zelfstandigenwet nog flink wat uitwerking nodig heeft. Minister Aartsen, in de vorige kabinetsperiode als Kamerlid zelf de initiatiefnemer van het wetsvoorstel, moet nog veel vragen beantwoorden. Zoals: welke kracht heeft een sectoraal rechtsvermoeden (kader 3 in figuur 1). Voor u: wat zijn de (on)mogelijkheden voor de mondzorg? En: welke kracht heeft een uitspraak van de beoordelingscommissie (kader 4 in figuur 1). Hoe verhoudt die zich bijvoorbeeld tot de basis van het bestaande wettelijke begrip arbeidsovereenkomst? Hoe moeten de Belastingdienst, maar ook de Nederlandse Arbeidsinspectie en de rechter daarmee omgaan?

‘Deliveroo’ nog als handvat gebruiken

Hoewel de Tweede Kamer in maart opriep om voor de zomervakantie met meer duidelijkheid te komen, kost de nadere invulling van het initiatiefwetsvoorstel tijd. Het is daarom niet te verwachten dat de Zelfstandigenwet al op korte termijn het wettelijk kader wordt bij het beoordelen van arbeidsrelaties. Voorlopig geldt nog het huidige kader, waarbij wettelijke uitspraken een kleuring geven aan het kort geformuleerde en abstracte begrip arbeidsovereenkomst in het Burgerlijk Wetboek. De belangrijkste uitspraak daarbij is die van de Hoge Raad in de zaak Deliveroo. De daarin gebruikte elementen zijn op dit moment de basis van de handhaving door de Belastingdienst en het oordeel van rechters.

Jarenlang gold voor de opdrachtgevers, bijvoorbeeld praktijkhouders, het ‘handhavingsmoratorium’. Sinds 1 januari vorige jaar controleert de Belastingdienst echter weer en kan zij ook onder meer naheffingen opleggen. Het is dus goed om in ieder geval de eigen arbeidsrelaties goed te analyseren.

Figuur 2 toont bij alle negen ‘Deliveroo-elementen’ concrete indicaties voor een arbeidsovereenkomst, of juist zelfstandigheid. Bij de beoordeling van een arbeidsrelatie wegen alle relevante feiten en omstandigheden van die elementen in onderling verband mee in een eindoordeel. Dit heet de ‘holistische toets’. Wel weten we inmiddels uit onderzoek3 dat rechters in de praktijk extra belangstelling tonen voor de wijze waarop werkzaamheden en werktijden worden bepaald (element 2) en voor het (extern) ondernemerschap, dus het ‘ondernemersgedrag’ buiten de te beoordelen arbeidsrelatie (element 9 in het schema).

Figuur 2

Noten

  1. Dental Tribune, jaargang 15, mei 2025, nr. 3, p.10 t/m 11.
  2. Kamerbrief 2026-0000067506, 6 maart 2026, ministerie SZW.
  3. Tijdschrift Arbeidsrechtpraktijk, oktober 2025, nr. 6, 4 t/m 12 Van der Neut, N.M.Q. en Zevenbergen, P.C.
To post a reply please login or register
advertisement
advertisement