Search Dental Tribune

Column Richard Mastwijk: Van de plofkip naar de plof-bv

Foto: AdobeStock

di. 31 maart 2026

Bewaar

Bij alles waarin het woord ‘plof’ voorkomt, heb ik op voorhand een negatieve associatie. Om te beginnen bij de plofkip. De televisiebeelden van kaal gebeten dieren die zich nauwelijks kunnen bewegen en eigenlijk alleen maar moeten eten, staan op mijn netvlies gebrand. De stap naar vegetarisme is me nog net wat te groot, maar de beelden hebben wel gezorgd voor vleesloze dagen. En het vlees dat nog wordt gegeten, komt van de biologische boer hier op het platteland.

De plof-bv is natuurlijk van een andere orde, maar brengt een ander soort leed voort. Namelijk schuldeisers, die voor het werk dat zij hebben uitgevoerd hun zuurverdiende centen niet ontvangen. Nu zijn wanbetalers natuurlijk van alle tijden en is dit geen nieuw verschijnsel. In de vorige eeuw waren er veel zogenaamde koppelbazen-bv’s. De winsten werden weggesluisd en de premies werknemersverzekeringen en loonbelasting werden niet afgedragen. Ook andere crediteuren waren daarbij vaak het haasje. Deze misstanden werden middels de daartoe ingestelde reparatiewetgeving grotendeels opgelost.

Als kroon op het werk is op 1 oktober 2012 de zogenaamde flex-bv geïntroduceerd. Met deze bv werd de bestuurder aansprakelijk voor eventuele tekorten van de betreffende besloten vennootschap. Snel dividend uitkeren en daarna de boel laten ploffen, was dus geen standaardroute meer. Onder alle bestaande bv’s zijn er vennootschappen die inmiddels geen activiteiten meer hebben en eigenlijk opgeruimd zouden kunnen worden.

Omdat het opheffen van een bv een heel administratief en juridisch gedoe teweegbracht, is sinds 15 november 2023 de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie van kracht. Als voorwaarde voor de turboliquidatie geldt dat er geen bezittingen (activa) mogen zijn. Hoe raar het ook moge klinken: schulden zijn gewoon toegestaan. In de situatie dat er geen bezittingen zijn maar nog wel schulden, lijkt mij dat er een faillissement in het spel zou kunnen zijn. Maar dat is misschien wat te simpel gedacht.

Voor schuldeisers is er dan de curator, die hun belangen moet behartigen. De turboliquidatie vraagt wel om een plan om de schuldeisers te betalen, maar als dat niet gebeurt, dan moeten de schuldeisers de bestuurder maar aansprakelijk stellen. Laat de bestuurder nu een gelegenheidsbestuurder zijn, die woonachtig is op straat en bij koude nachten zijn intrek neemt bij het Rode Kruis... Kortweg, de verhaalsmogelijkheden zijn praktisch gezien niet aanwezig en de vordering kan als oninbaar worden beschouwd.

Het Financieele Dagblad maakt in een artikel van december 2025 melding van duizend op deze wijze geliquideerde bv’s en een navenant aantal gedupeerden. De wetgever is goed is in het bedenken van antimisbruikwetgeving (denk aan de door mij vaak aangehaalde WTZa), maar maatregelen die het probleem echt oplossen, lijken telkenmale te ploffen.

Richard Mastwijk

Voormalig partner van helder accountancy

To post a reply please login or register
advertisement
advertisement