“Digitale hulpmiddelen kunnen deels capaciteitsprobleem oplossen”

Search Dental Tribune

“Digitale hulpmiddelen kunnen deels capaciteitsprobleem oplossen”

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Foto: DocLine
Hedwig Fossen, Redactie Dental Tribune

By Hedwig Fossen, Redactie Dental Tribune

do. 30 juni 2022

save

Pieter Kersemakers is huisarts en medisch directeur Zorgbedrijf bij Arts en Zorg, waarbij 21 gezondheidscentra in Nederland zijn aangesloten. Hij werkte mee aan het opzetten van de eerste ‘Digital first’ huisartsenpraktijk DocLine in Utrecht, die sinds anderhalf jaar open is. Patiënten die ingeschreven staan bij DocLine regelen hun zorg in eerste instantie digitaal. Ze maken doktersafspraken door in te loggen met hun DigiD en zien de huisarts op het beeldscherm, tenzij er klachten spelen waarbij een fysiek consult noodzakelijk is. Vanuit zijn praktijk in Den Haag vertelt Kersemakers over het belang van deze digitale ontwikkelingen in de huisartsenzorg. In hoeverre zijn de vernieuwingen ook toepasbaar in de mondzorg?

Hoe lang is deze digitale praktijk al actief?

Het grappige is dat we al zo’n drie jaar geleden begonnen met de voorbereidingen voor DocLine, ruim voordat de pandemie losbarstte. Zo zijn we bezig geweest om beeldconsulten te testen en heb ik alle NHG-standaarden doorgenomen om te kijken bij welke klachten lichamelijk onderzoek nodig is. Dankzij deze voorbereidingen hadden we al een systeem ontwikkeld voor veilig beeldbellen en konden we tijdens corona het beeldbellen snel uitrollen over alle 21 gezondheidscentra van Arts en Zorg. Alles was al geïnstalleerd zodat de praktijken er direct mee overweg konden. Daarnaast zijn er andere praktijken buiten onze zorgorganisatie die ons systeem, bestaande uit de digitale gezondheidsdiensten van  Gezond.nl, hebben aangeschaft en daarmee snel uit de voeten konden in coronatijd.

De pandemie was dus niet de aanleiding voor deze digitale ontwikkelingen. Wat was dan de reden voor de vernieuwingen?

Zonder alle digitale hulpmiddelen zou de kwaliteit van zorg achteruitgaan, omdat er een tekort bestaat aan zorgverleners. De druk op de zorg wordt groter en er is steeds meer transitie van ziekenhuis naar de huisartsenzorg. Ook willen huisartsen tegenwoordig parttime werken of alleen waarnemend huisarts zijn, waarbij ze niet de verantwoordelijkheid voor een hele praktijk hebben.

De digitale ontwikkeling is een van de oplossingen om het hoofd te bieden aan deze toenemende druk op de zorg, omdat we hopelijk meer patiënten kunnen helpen. Wanneer patiënten veel zelf digitaal regelen, zoals recepten bestellen en afspraken maken, verlaagt dat de druk op de praktijk. Je kunt dan als huisarts je tijd besteden aan de mensen bij wie dat echt nodig is.

Leer je patiënten minder goed kennen als je ze alleen op beeld ziet?

Persoonlijk vind ik het heel prettig om een patiënt gewoon tegenover me te hebben, maar je kunt ook stellen dat je dankzij beeldbellen juist meer tijd hebt voor de patiënt. In een reguliere praktijk heb je als huisarts beperkt tijd voor een consult. Door allerlei randzaken worden er al snel een aantal minuten van een tien minuten durend consult afgesnoept. Je moet de patiënt ophalen in de wachtkamer, de patiënt doet zijn of haar jas uit en na afloop weer aan. Dat kost tijd die je bij beeldbellen niet verliest. Je logt in, de patiënt is op je scherm en je hebt dan de volledige tien minuten voor de patiënt. Bovendien leer je iemand kennen in de eigen omgeving, aan de keukentafel bijvoorbeeld.

Volgens de NHG-standaard mag je pas beeldconsulten met patiënten gaan uitvoeren zodra je ze fysiek hebt leren kennen. Gebeurt dat ook in de ‘digital first’-praktijk in Utrecht?

We nodigen patiënten inderdaad eerst uit voor een fysieke kennismaking op de praktijk. Als ze daarna inloggen via onze portal wordt hun identiteit gecontroleerd met hun DigiD.

Met wat voor soort klachten kun je patiënten op afstand helpen?

We hebben een chatfunctie die is bedoeld voor eenvoudige zorgvragen of een herhaalrecept. Als je bijvoorbeeld een loopneus en jeukende ogen hebt en er een sterk vermoeden bestaat dat je hooikoorts hebt, kun je via de chat een neusspray en oogdruppels voorgeschreven krijgen. Patiënten met meer complexe klachten kun je niet via de chat helpen. Iemand met langdurige buikpijn waarvoor je wellicht naar de maag-darm-leverarts moet, gaat eerst naar de huisarts voordat er een eventuele verwijzing komt.

Het videoconsult zien we echt als vervanging voor het normale consult. Alleen bij klachten waar lichamelijk onderzoek voor nodig is of wanneer je – ik noem maar wat – een spiraal wil laten plaatsen, is beeldbellen niet voldoende. Maar vaak is lichamelijk onderzoek absoluut niet noodzakelijk. Zo weet je bij hoofdpijnklachten meestal voldoende als je de klachten goed uitvraagt via een videoconsult en hoef je niet per se in de nek te knijpen.

Pieter Kersemakers: "Zonder digitale hulpmiddelen zou de kwaliteit van zorg achteruitgaan, omdat er een tekort bestaat aan zorgverleners"

Bij alle praktijken van Arts en Zorg is er de mogelijkheid om te chatten en te beeldbellen. Hoe is dat praktisch geregeld?

Al onze praktijken maken gebruik van de Gezond.nl-portal, waarop patiënten kunnen inloggen. Ook de DocLine-praktijk maakt van deze portal gebruik, maar omdat het een ‘digital first’-praktijk is, zijn alle knopjes zo ingesteld dat digitaal de eerste keus is en patiënten alleen langskomen als dat echt nodig is. Deze praktijk is dan ook bij voorkeur alleen voor spoedgevallen telefonisch bereikbaar.

Na inloggen heb je bij de reguliere praktijken ook toegang tot de chatfunctie en de mogelijkheid om een beeldconsult in te plannen. Achter de chatfunctie zitten doktersassistenten samen met één of twee huisartsen, die als vraagbaak fungeren. Voor een videoconsult kun je als patiënt op twee manieren een afspraak maken: in de agenda zie je een aantal toegewezen tijden om een videoconsult te plannen. Deze kan je zelf aanklikken. Je krijgt dan een link in de mail om op dat tijdstip bij het consult aanwezig te zijn en de huisarts komt terecht in de afspraak via de portal. Een andere manier is om te bellen met de doktersassistent en een videoconsult aan te vragen.

Wat zijn de ervaringen van patiënten met deze digitale zorg?

Er is duidelijk een grote terugval in het gebruik van beeldbellen sinds corona weer aan het wegebben is, behalve in de DocLine-praktijk. In al onze reguliere praktijken blijkt dat patiënten en dokters de voorkeur hebben om elkaar fysiek te ontmoeten. Dat neemt niet weg dat we beeldbellen stimuleren en hopen dat het een vaste plaats gaat innemen binnen de reguliere zorg.

Aan chatten is nog steeds een grote behoefte. Mensen zijn daaraan gewend geraakt. Het interessante is dat voor corona de meeste vragen op de chat over anticonceptie en SOA’s gingen,  omdat patiënten het misschien gemakkelijk vinden om met een anoniem persoon hierover te praten.

Zijn het vooral jonge patiënten die zich inschrijven voor de digitale huisartsenpraktijk?

Voor de DocLine-praktijk in Utrecht hebben we wel een locatie gekozen waar een jonge populatie woont. Maar toen we keken naar de mensen die zich inschreven voor deze praktijk, bleek er geen relatie met leeftijd of opleidingsniveau. Het lijkt dus simpelweg een persoonlijke voorkeur van patiënten te zijn. Het is moeilijk te zeggen of een ‘digital first’-praktijk voor iedere populatie werkt, maar op dit moment is onze eerste digitale praktijk nog flink aan het groeien.

Wat hoop je dat de toekomst gaat brengen aan digitale ontwikkelingen voor de huisartsenzorg?

De digitale dokterstas is een mooie ontwikkeling waarmee we hebben geëxperimenteerd. Dit is een etuitje met kleine apparaten, waarmee je op afstand mensen kan onderzoeken. De doktersassistent of patiënt zelf kan de handelingen uitvoeren en ik kan op afstand in het oor van de patiënt meekijken of harttonen beluisteren. De tas werkt, de geluiden zijn geweldig te horen en de beelden zijn haarscherp te zien.

Het grootste probleem is nog hoe we de digitale dokterstas gaan inzetten. Je kunt namelijk niet iedere patiënt een dokterstas met apparaten geven vanwege de hoge kosten en de gebruiksaanwijzing die nodig is om ermee om te gaan. Je kunt wel bijvoorbeeld zo’n dokterstas beschikbaar stellen in een verzorgingshuis, waar je een van de verzorgenden leert hoe je met de apparaten omgaat en waardoor ik hier geen visite meer hoef te doen. Ik kan dan vanuit mijn spreekkamer de patiënten in het verzorgingshuis helpen. Ook vormt het een mogelijke oplossing in asielzoekerscentra, waar niet altijd huisartsen aanwezig zijn. Als één hulpverlener weet hoe de dokterstas werkt kun je een grote groep patiënten helpen.

Een andere uitdaging waar we nu voor staan is om met kunstmatige intelligentie te triageren, zodat in de toekomst geen assistent meer nodig is hiervoor. Als we dit verder hebben ontwikkeld, kunnen mensen met behulp van een klachtenchecker met enige zekerheid een diagnose krijgen en vervolgens een thuiszorgadvies of verwijzing naar de juiste hulpverlener.

Vanuit de mondzorg vroegen we verschillende experts over de mogelijkheden van dergelijke digitale ontwikkelingen in de tandartsenpraktijk. Zouden beeldconsulten ook voor tandartsen en hun patiënten voordelen bieden? 

Joerd van der Meer, expert op het gebied van digitale ontwikkelingen in de mondzorg:

“Beeldconsulten in de mondzorg zijn wat complexer dan in de huisartsenzorg, maar ik denk dat het wel de toekomst is. Als een patiënt een pijnlijke kies heeft, kan je wel de pijn uitvragen via beeldbellen maar je kan moeilijk de telefoon in de mond laten doen en het hele gebied bekijken. En dat is wel belangrijk. Maar dit soort technische problemen, zoals dataverzending en computerkracht, zijn altijd van tijdelijke aard.

Een positief effect van de coronapandemie is dat het de ontwikkeling van beeldconsulten heeft getriggerd, want dit heeft ongelofelijke voordelen. Videobellen met de tandarts is superefficiënt en het werkt drempelverlagend. Als je kind bijvoorbeeld valt en er is een stuk tand af, dan is het heel handig om snel contact te leggen met een dienstdoende tandarts en te horen of er acute behandeling nodig is. De tandarts, op zijn beurt, kan veel beter de planning doen omdat die al weet wat voor probleem eraan komt.

Nu is de mondzorg technisch nog niet zo ingericht dat je makkelijk beeldconsulten doet, dus zelf heb ik het relatief weinig gedaan. Maar het zou me niet verbazen als daar geschikte services voor komen of dat de KNMT bijvoorbeeld met proeven hiermee komt.”

Joerd van der Meer

Raoul Trentelman, directeur bij JTV Mondzorg voor kids, werkte mee aan een drie maanden durende proef met beeldbellen:

“Aan onze pilot namen kinderen deel tussen de 4 en 16 jaar met verhoogd cariësrisico, eventueel samen met hun ouders. Het doel was om de mondhygiëne en het poetsgedrag van deze kinderen te verbeteren. Ook gaven we bijvoorbeeld tips over eten en drinken. Zo konden we een vinger aan de pols houden en telefonisch adviezen geven, waar normaal kinderen voor naar de praktijk komen. We hoorden terug dat de beeldbelafspraken prettig waren, maar met de afnemende coronapandemie geven alle deelnemers aan dat ze liever weer een regulier bezoek aan de praktijk brengen. Overigens bleek ook een verantwoorde bekostiging een punt van aandacht.

Deze proef was specifiek gericht op mondhygiëne. Ik denk niet dat je tandheelkundige vragen op afstand kan oplossen, omdat je als tandarts alleen zorgvuldige beoordelingen kan maken als je de patiënt in de mond kan kijken. Wel zijn er apparaatjes in ontwikkeling waarmee je thuis een kleurenfoto van je cariësactiviteit kan maken. Wie weet biedt dat mogelijkheden, maar dat zal nogal wat kosten.”

Raoul Trentelman

Marcel Duker, tandarts in Leusden, heeft tijdens de zes weken dat zijn praktijk dicht was in coronatijd een paar beeldconsulten met patiënten gedaan:

“Ik heb op beperkte schaal met beeldconsulten geëxperimenteerd, maar ben vooral blij dat ik patiënten weer fysiek kan zien. Via bellen en videobellen is het wel mogelijk om patiënten een beetje gerust te stellen en te stimuleren om in geval van spoedklachten wel naar de praktijk te komen. Mensen meden de praktijk namelijk in het begin van de coronapandemie. Ook een behandelplan kan je goed op afstand bespreken, maar echte diagnoses stellen is als tandarts niet mogelijk. Wie weet kan dit in de toekomst wel met een soort 3D-camera op je tandenborstel. Daarmee zou je de tijd van een consult kunnen besparen.”

Marcel Duker

Eveline Feberwee, orthodontist in Tilburg met een eigen praktijk:

“In de coronatijd bespraken we veel behandelplannen via beeldbellen, waarbij ik bijvoorbeeld de verschillende mogelijkheden voor beugels liet zien. Die optie is gebleven, maar nu is het aan de patiënt of die hier gebruik van wil maken. Soms kan het beeldbellen fijn zijn voor ouders en kind, omdat het een bezoek aan de praktijk scheelt. Zelf vind ik het fijner om een kind in de ogen te kunnen kijken. Als ik een kind fysiek tegenover me heb, kan ik beter inschatten of de uitleg goed aankomt. Het succes van een behandeling hangt voor 50 procent van ons af, maar ook voor 50 procent van de medewerking van de patiënt.

Bij spoedklachten aan een beugel kan beeldbellen heel waardevol zijn. Als er bijvoorbeeld een draadje van de beugel los zit, kunnen we via video snel zien of een bezoek aan de praktijk direct nodig is of dat de patiënt dit even zelf kan afknippen. Dat videobellen heeft dan wel een voordeel ten opzichte van normaal bellen, want als ouders vertellen wat er aan de hand is kan het niet zo erg lijken, terwijl we misschien juist wel moeten helpen.”

Eveline Feberwee

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement