Search Dental Tribune

Moedermelk of poedermelk?

Foto: AdobeStock

wo. 28 oktober 2026

Bewaar

Alarmerende berichten van het RIVM afgelopen juli: bij onderzoek naar de moedermelk van 1629 vrouwen is PFAS aangetroffen, in een hoeveelheid die 18% hoger is dan de risicogrens. Een half jaar eerder maakte onderzoeksjournalist Hansje van de Beek voor Argos een podcast getiteld ‘Het witte goud’, over de waardering van borstvoeding ten opzichte van flesvoeding. Er blijkt, zowel medisch als maatschappelijk, veel discussie mogelijk. En wat is er te zeggen vanuit tandheelkundig perspectief?

Bij het onderzoek van het RIVM werd naar 29 verschillende PFAS gekeken: 4 soorten zaten in 93% van de moedermelk. Het RIVM hanteert een risicogrens, waaronder voor het kind geen schadelijke effecten worden verwacht. 82% van de onderzochte moedermelk bleek onder die risicogrens te blijven. Bij die overige 18% zijn volgens het RIVM schadelijke effecten voor het lichaam niet uit te sluiten. Het immuunsysteem kan bijvoorbeeld minder goed gaan functioneren. Of kinderen daar ziek van worden hangt onder meer af van erfelijkheid en leefomstandigheden. Ondanks die risico’s volgt het RIVM de adviezen van het Voedingscentrum: geef, als het mogelijk is, borstvoeding, ook al krijgen kinderen daardoor PFAS binnen.

Beste voeding
Het Voedingscentrum volgt op zijn beurt het advies van de WHO: geef de eerste 6 maanden uitsluitend borstvoeding en combineer het in de 1,5 jaar daarna met flesvoeding. Volgens het Voedingscentrum is borstvoeding de beste voeding voor baby’s: moedermelk voorziet baby’s van voldoende energie en voedingsstoffen in die eerste 6 maanden. “Naast voedingsstoffen bevat borstvoeding veel verschillende stoffen die de gezondheid van het kind bevorderen en de kans op allerlei infecties en ziekten kleiner maken”, stelt het Voedingscentrum. Veel van die stoffen beschermen en ontwikkelen het maagdarmkanaal.

Als gezondheidsvoordelen van borstvoeding voor het kind noemt het Voedingscentrum:
minder kans op oorontsteking en een lager risico op onder meer overgewicht, astma en leukemie. ‘Moedermelk-kinderen’ krijgen bovendien waarschijnlijk minder last van bijvoorbeeld luchtweginfecties, maagdarminfecties, diabetes type 1 en hart- en vaatziekten. En borstvoeding verbetert waarschijnlijk de intellectuele en motorische ontwikkeling.

Gouden standaard
In de podcast ‘Het witte goud’ (Argos, VPRO) worden deze gezondheidsvoordelen nauwkeurig tegen het (wetenschappelijke) licht gehouden. Onderzoeksjournalist Hansje van de Beek wordt vooral getriggerd door het hogere IQ-getal (+3), en benoemt ook een betere hechting en meer vermogen om later goede relaties aan te gaan. Zij vraagt zich af: hoe goed zijn die onderzoeken naar de voordelen van moedermelk, en hoe groot zijn die voordelen eigenlijk?

Van de Beek vergelijkt twee grote peer reviewed systematic reviews, waarin conclusies uit een groot aantal studies verzameld worden – één uit 2016 (veel geciteerd) en één uit 2025. Van de Beek vroeg dr. Carel Thijs, epidemioloog en oud-universitair hoofddocent Maastricht University, naar de waarde van beide onderzoeken. Hij is van mening dat een vergelijkend onderzoek naar borst- versus flesvoeding nooit de gouden onderzoeksstandaard haalt, omdat het onmogelijk is met gerandomiseerde groepen te werken (zoals bijvoorbeeld met het onderzoek naar medicijnen). Thijs concludeert dat er alleen enkele bewezen voordelen van borstvoeding zijn op korte termijn:

  • 33% minder kans op oorontsteking;
  • 15-34% minder kans op overgewicht in de eerste 12 jaar;
  • 7-30% minder kans op astma in de kindertijd;
  • 10-23% minder kans op kinderleukemie.

(NB die verminderde kans moet goed worden meegewogen. Bij kinderleukemie bijvoorbeeld gaat die van 0,08% naar 0,06% ‒ al zijn dat zijn nog altijd 2 van 10.000 kinderen).

En de tandheelkunde?
Prof. dr. Tessa Roseboom, auteur van ‘De eerste 1000 dagen’, zei in een interview met NT/DENTZ (25-07)1: “Onderzoek (…) heeft laten zien dat ziekte of ondervoeding in de zwangerschap invloed heeft op de gebitsvorming. Periodes van ziekte zijn terug te zien in de opbouw van het glazuur, vergelijkbaar met jaarringen in een boom. Het blijkt dat je die sporen al in de prenatale groei en ontwikkeling kunt terugvinden.” Op verzoek stuurt Roseboom een greep van publicaties toe over vooral de invloeden op de glazuurvorming in de prenatale fase. Daaruit blijkt onder meer dat alcoholgebruik tijdens de zwangerschap een factor kan zijn in verstoring van de glazuurvorming. Ook pre- en perinatale stress kunnen de dikte van de neonatale lijn (NNL) beïnvloeden en daarmee de glazuurontwikkeling.

Borstvoeding gaat uiteraard pas postnataal een rol spelen. In een themanummer van het NTVT over de eerste 1000 dagen schrijft Roseboom: “Als kinderen borstvoeding krijgen, blijven ze een rijke variatie aan smaken proeven omdat de smaak van de moedermelk wisselt met de voeding die de moeder eet. Dat is niet het geval bij kinderen die kunstvoeding krijgen en dus geen variatie hebben in de smaaksensatie in de eerste periode na de geboorte waarin ze poedermelk drinken. Dit kan gevolgen hebben voor voedselvoorkeuren en -gewoonten later in het leven. Of kinderen borst- of flesvoeding krijgen, heeft belangrijke gevolgen voor mondgewoonten, de vorming van de kaak en de ontwikkeling van de mondspieren. Er zijn aanwijzingen dat zuigelingen die in het eerste levensjaar borstvoeding krijgen, in het latere leven minder risico op cariës hebben. Een meta-analyse toonde aan dat kinderen die borstvoeding kregen, 57% minder last hadden van cariës dan kinderen die kunstvoeding kregen”.2

On demand
Pedodontoloog Janneke Krikken brengt daar een belangrijke nuancering bij aan. Volgens Krikken wordt de discussie borst- of flesvoeding het meest vertroebeld door de gewoonte in ons land om direct na de geboorte te beginnen met drinken op aanvraag, oftewel borstvoeding on demand. Dat is prima, voor de eerste weken en ook maanden. Maar wat wordt vergeten, is dat dit daarna, zeker wanneer een eerste tandje is doorgekomen, moet worden omgebouwd naar een eetpatroon met vaste momenten. Vooral ’s nachts kan anders veel schade ontstaan: “Als kinderen de hele nacht bij de moeder in bed aan de borst kunnen liggen, kan dat heel ernstige vormen van zuigflescariës veroorzaken. Wij zien heel kleine kindjes met zeer ernstige cariës van het bovenfront. Kinderen krijgen gemiddeld rond 4 à 5 maanden hun eerste tanden. Wordt er dan nog de hele nacht borstvoeding gegeven, dan breken die tanden door in een mond waar de hele nacht door suikers zijn. Daar zijn ze niet tegen bestand.”

Bacterieflora
Het Voedingscentrum adviseert om vanaf circa 6 maanden borstvoeding te gaan combineren met hapjes. Dat is het moment om met het aanbieden on demand te stoppen, omdat het kind via die hapjes een bacterieflora binnenkrijgt die van die hapjes én van de zoete borstvoeding cariës kan maken.
In een artikel over Generation-R3 - in Rotterdam - bevestigt dr. Lea Kragt (Erasmus MC Rotterdam) vooral de relatie tussen langdurige borstvoeding en het risico op cariës: “Zorgverleners dienen zich hiervan bewuster te zijn en patiënten te adviseren over het potentiële risico van langdurige borstvoeding op de ontwikkeling van cariës door de huidige aanbevelingen over borstvoeding, mondhygiëne en voedingsfrequentie toe te passen.” Die aanbevelingen vinden we in de KIMO-Richtlijn Cariëspreventie4: 5 eetmomenten per dag, met zeker 2 uur ‘rust’ voor de tanden tussendoor. Zo gauw een eerste tandje door is, beginnen met twee keer poetsen per dag, met een fluoridetandpasta. En vanaf dat eerste tandje gaat het kind ook mee naar de tandarts.

Malocclusie
Ook verschijnselen als malocclusie of een achterblijvende kaakontwikkeling worden wel in verband gebracht met het al dan niet geven van borstvoeding. Pedodontoloog Krikken bevestigt dat het uit de borst drinken de mondmotoriek enorm bevordert. Het is de stand van de tong, lippen en wangen die uiteindelijk de positie van de elementen bepaalt. Maar ook hier telt volgens haar een andere factor veel zwaarder dan het geven van borst- of flesvoeding: “We hebben er in ons land een gewoonte van gemaakt kinderen na de voeding altijd een speen te geven. Die dwingt de tong in een positie waar die niet thuishoort, waar die de groei van de bovenkaak niet kan stimuleren. Blijft die te smal, dan ontwikkel je een kruisbeet.” Ook met het geven van hapjes in het eerste jaar ontwikkelt het kind een goede mondmotoriek. Zonder die hapjes hoeft het kind de voedselbolus niet naar achteren te duwen. Krikken: “Zo houd je een slappe tong en slappe wangen. Dat heeft invloed op de stand van je tanden en kiezen. Dit soort factoren en patronen zijn veel belangrijker dan het verschil tussen borst- en flesvoeding an sich.”

Moedermelk of poedermelk?
Krikken gelooft zeker in enkele gezondheidsvoordelen van moedermelk. Maar wat zegt ze tegen een jonge moeder die vanaf het begin flesvoeding wil geven? “Ik zou puur vanuit tandheelkundig perspectief nooit sterk aandringen op borstvoeding. Ik ken heel veel kinderen die met de fles zijn opgevoed en prima gezond zijn. Ikzelf bijvoorbeeld.” En met een knipoog: “Dus laten we de voordelen niet overdrijven: zou ik dan met moedermelk een nóg hoger IQ hebben gehad?”

Bronnen

  1. NT/DENTZ ‘25/07 Interview p.12-172.
  2. Roseboom TJ. De eerste 1.000 dagen van een kind: het belang voor de mondzorgpraktijk. Ned Tijdschr Tandheelkd 2025; 132: 118-123.
  3. Kragt L. Borstvoeding en de ontwikkeling van cariës bij kinderen. Ned Tijdschr Tandheelkd 2025; 132: 138-143.
  4. KIMO-richtlijn Cariëspreventie.
To post a reply please login or register
advertisement
advertisement