Pre-IAPD congres: focus op het kind of de kies?

Search Dental Tribune

Pre-IAPD congres: focus op het kind of de kies?

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
René Gruythuysen

René Gruythuysen

wo. 6 februari 2019

save

Op 23 en 24 november vond het pre-IAPD-congres plaats in Eindhoven. Het officiële IAPD-congres wordt gehouden in Maastricht in 2021. PAOT-docent, onderzoeker en publicist René Gruythuysen was aanwezig tijdens het pre-congres en deelt hieronder zijn persoonlijke impressie en reflectie.

Het wetenschappelijk deel van het pre-IAPD-congres startte met een presentatie van prof. dr. Brouwer over gezondheidseconomie. Hij verwees naar John Kenneth Gabraith met het citaat “Economics is extremely useful as a form of employment for economists.” Ook verwees hij naar Oscar Wilde met het citaat “Economists know the price of everything and the value of nothing.” Een dergelijke ongebruikelijke reflectie op je vakgebied schept vertrouwen. Als de kern van de handelwijze in de gezondheidszorg noemde Brouwer “voldoen aan je doelstellingen”. Het is vooralsnog alleen maar te hopen dat dit in de mondzorg voor kinderen de norm wordt. Van belang is ‘equity’, ofwel: veel aandacht verdienen kwetsbare groepen in de zorg met vaak een geringe sociaal-economische status.

Economisch bezien draait de zorg om ‘value for money’. De bereikte gezondheidswinst moet bij voorkeur in balans zijn met de kosten, zoals het geval is bij de ‘Gewoon Gaaf’-methode. Ongeveer 15% van de tandartsen past de methode toe in de eigen praktijk. Ook andere projecten gaan over verbetering van de mondzorg bij de jeugd, zoals GigaGaaf! en Gezonde peutermonden, zo vermeldde Erik Vermaire in een lezing tezamen met een spreker uit België en Duitsland. Daarin werden de diverse nationale vormen en projecten rond de mondzorg voor kinderen belicht. In Nederland hebben we minder tandartsen (1:1945) dan in de beide buurlanden (1:1145). Maar daar staat tegenover dat in Nederland veel mondhygiënisten zijn (4100), bijna de helft van het aantal tandartsen (8880).

‘s Middags kwam onder andere de cariësbehandeling aan bod. Een presentatie over het perspectief van de cariësbehandeling werd gegeven door een van de Hall-kroononderzoekers. Dat leidde ertoe dat vooral de loftrompet werd gestoken over de Hall-kroon, die zeer misleidend als een biologische behandeling werd voorgesteld. Dat is immers in tegenspraak met de constatering dat het succes van de Hall-kroon onafhankelijk is van het gedrag van het kind. De Hall-kroon is daarom de meest extreme vorm van symptoombestrijding en levert dus geen bijdrage aan de bevordering van gezond gedrag. Ook werd in de presentatie over de behandeling van diepe cariës gesteld: als op de bitewing geen ‘clear band’ aanwezig is tussen de pulpa en de cariëslaesie, is een pulpotomie geïndiceerd. Omdat deze benadering in 36% van de gevallen leidt tot een onnodig invasieve behandeling, kan men echter beter (en bewezen!) kiezen voor een klinische indicatie (onverhoopte pulpa-expositie bij een poging tot indirecte overkapping).

Vooral benieuwd was ik naar een discussie over de keuze tussen zilverdiaminefluoride (SDF) en een restauratieve benadering. Die discussie kwam echter niet van de grond. De lezing over SDF bleef steken op het niveau van een nieuw trucje op tandniveau, zonder dat de applicatie werd behandeld als onderdeel van een niet-restauratieve benadering bij een kind. Bij de lezing over restauratieve behandeling ging het vooral over de materiaaltechnische aspecten van adhesieve restauraties. Die vindt de spreker veel mooier dan Hall-kronen en ze overleven volgens de spreker veel langer dan in het Greifswald-experiment (Daarin werd de overleving van Hallkronen, Compomeerrestauraties en NRC vergeleken. Voor de laatste twee verschilde die niet significant). Vergeten werd te vermelden dat aan het Greifswald-experiment uitsluitend hoog-cariësactieve kinderen deelnamen.

Verder werd al snel overgegaan op behandeling onder algehele anesthesie. De spreker illustreerde dat aan de hand van een dia waarop een kind te zien was dat zijn hoofd onder de trui van de moeder verborg. “Geen beginnen aan,” volgens de spreker. Zelfs niet voor een tandarts-pedodontoloog, vroeg ik me af? Tevens werd het volkomen achterhaalde concept van de Polybur belicht.

Op de tweede dag kwam onder andere het troetelkindje van de ‘old school’ kindertandheelkunde ruim aan bod: de kaasmolaar. In totaal waren hiervoor vier sprekers uitgenodigd. Ik volgde er drie met elkaar grotendeels overlappende verhalen. Het ging vooral weer over kiezen en niet over kinderen. Voor de praktijk zijn bij kaasmolaren echter primair zaken van belang die gelden voor alle cariësbehandelingen: vroegdiagnostiek, pijnpreventie en afremmen, liefst stoppen, van de cariësactiviteit. Waarom dan al die exclusieve aandacht voor een variant? Op populistische wijze (ik experimenteer niet met kinderen!) werd gewaarschuwd voor toepassing van zilverdiaminefluoride bij kaasmolaren. Dat leverde applaus op van (slecht geïnformeerde) toehoorders.

Natuurlijk heb ik presentaties gemist (NB De fraaie presentatie van Els Tijskens over minimaal invasief behandelen bij een zeer cariësactief kind met multipele agenesie kende ik al), maar twee presentaties over kwetsbare kinderen waren voor mij een verademing. In ‘Autisme in de stoel’ werd zeer helder verwoord en getoond aan de hand van video’s hoe belangrijk ‘kort en bondig’ communiceren is, waarbij veel ruimte wordt geboden aan de cliënt om alle puzzelstukjes een plek te geven. Lina Jasulaityte gaf een presentatie over de 1-jarige succesvol geïntegreerde applicatie van SDF bij jonge kinderen en kinderen met een complexe en problematische achtergrond. Het uitgangspunt bij de behandeling is: leg het accent op het streven naar mondgezondheid door causale behandeling (NOCTP en NRC) met aandacht voor het kind en zijn achtergrond. Genereer zelfvertrouwen in het nemen van verantwoordelijkheid voor de mondgezondheid en bied ondersteuning bij het volhouden daarvan. Zet preventie voorop en pas aanvullende behandeling alleen toe als daar aanleiding toe bestaat vanuit het oogpunt van het voorkomen van pijn/ontsteking. Hoe lang duurt het nog voordat deze aanpak de norm wordt? Die presentatie verdient een plek in het hoofdprogramma van 2021.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement