Dental Tribune Netherlands

Tandarts blijft kennisleider, maar zorgwetgeving duizelt hem nog

By Drs. ing. Erik M. van Dam, senior consultant
December 16, 2019

Wat weet u als tandarts van het Nederlandse gezondheidsrecht? Kent de Wkkgz, de WGBO en de Wet BIG voor u nog geheimen, of bent u van alles op de hoogte? En hoe zit dat met vakgenoten? Erik van Dam (VvAA) bespreekt de resultaten van het jaarlijkse VvAA-ledenpanel-onderzoek (2019).

Als zorgverlener is het van belang om goed op de hoogte te zijn van de juridische context van uw vak. De kennis over de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) loopt dit jaar echter bij veel zorgverleners terug. Tandartsen behouden wel vertrouwen in hun kennis. Dit blijkt uit de 2019-editie van het jaarlijkse VvAA-onderzoek. Ook op andere onderdelen van de zorgwetgeving scoort de tandarts wederom hoger dan collega-zorgverleners. Echter, het duizelt de tandartsen ook, als het over gezondheidsrecht gaat. Net zo hard als andere zorgverleners zelfs. Drie op de vijf tandartsen vraagt daarom om meer toegankelijke informatie.

Wkkgz-kennis tandartsen stabiel
Het deel van de tandartsen dat meer dan de naam of het doel van de Wkkgz kent, is sinds de invoering van deze kwaliteitswet in 2016 steeds ruim bovengemiddeld geweest. Voor alle zorgverleners samen zien we dit jaar een, vooralsnog onverklaarbaar, grote terugval in bekendheid. In 2018 had nog bijna de helft (46%) vertrouwen in zijn of haar kennis. Dit jaar kwam de meter niet verder dan 32%! Mogelijk dat inmiddels de nieuwigheid eraf is en daarmee ook de communicatieve aandacht op een lager pitje staat.

Des te opvallender dat de tandarts zo stabiel en ruim boven het gemiddelde blijft scoren: dit jaar weet 58% van de tandartsen meer dan alleen de naam of het doel van de Wkkgz (2017 en 2018 respectievelijk 60% en 59%) (figuur 1).

Ook beter bekend met andere onderdelen zorgwetgeving
Als het om de WGBO, medische aansprakelijkheid en zeker om de Wet BIG gaat, geeft de tandarts ook hoger op van zijn kennis dan de gemiddelde zorgverlener in het onderzoek. Met name bij de Wet BIG: 85% van de tandartsen weet meer dan alleen het doel van deze wet (2018: 81%). De totaalgroep blijft steken op 68% (2018: ook 68%). Hierbij speelt zeker mee dat taakdelegatie in de tandheelkundige praktijkorganisatie een bovengemiddeld belangrijk onderdeel is. Tandartsen hebben daarom van oudsher al veel te maken met deze beroepenwetgeving (figuur 2).

‘Duizelende tandarts’ wil beter geïnformeerd worden
Kijken we breder, dan valt op dat slechts 18% van alle zorgverleners een ‘behoorlijk’ of ‘volledig’ overzicht van het Nederlandse gezondheidsrecht heeft. Tandartsen scoren ook hier met 37% aanzienlijk positiever. Of dat betekent dat ze meer grip op de materie hebben is nog maar de vraag. Blijkens de reacties op de stelling ‘Het duizelt me als het over gezondheidsrecht gaat’ niet: daarbij scoort de tandarts zelfs (fractioneel, maar toch) hoger dan de totaalgroep: 49% (helemaal) eens, tegen 48% (helemaal) eens in de totale populatie. Men laat het er echter niet bij zitten. De behoefte aan ondersteuning (‘meer toegankelijke informatie’) is namelijk bij tandartsen met 63% aanzienlijk en vergelijkbaar met de totaalscore van alle zorgverleners samen (65%). Slechts een enkele tandarts is het volledig oneens met de stelling dat hij behoefte heeft aan meer informatie (figuur 3).

VvAA heeft in ieder geval besloten meer invulling aan deze informatiebehoefte te geven in 2020. Onder meer met behulp van kleinschalige lezingen en korte video’s, die beschikbaar zijn via de VvAA-website. Hier is ook een video te vinden die grip op zorgwetgeving in vier minuten uitlegt.

Kennis zorgwetgeving van belang
Hoewel koploper in kennis van zorgwetgeving, houden ook de scores van de tandarts uiteindelijk dus niet over. Reden voor directe ongerustheid? Niet echt. Naast genoemde ambities om het kennisniveau te vergroten, is het uiteraard niet zo dat alleen zorgwetgeving de kwaliteit van zorg bepaalt. Veelal werken zorgverleners namelijk al (ongeveer) binnen het wettelijk beschrevene zonder zich daarvan bewust te zijn. Bijvoorbeeld doordat beroepsorganisaties onderdelen vertalen in praktische oplossingen voor de dagelijkse praktijkvoering. Denk bijvoorbeeld aan het eenvoudig kunnen aansluiten bij de geschilleninstantie mondzorg (SGIM). Of een jarenlange gewoonte in een praktijk om potentieel nieuw personeel grondig en gericht op goede zorgverlening te screenen, zonder expliciet van de ‘vergewisplicht’ van de Wkkgz gehoord te hebben. Ook dragen zorgverleners geregeld op andere wijze bij aan de doelstellingen van de wetgeving (bijvoorbeeld het verlenen van goede zorg) dan via de specifieke bepaling ervan.
Waarom dan toch zo’n aandacht voor die wettelijke bepalingen? Vaak biedt een wet simpelweg goede handvatten om structureel grip te krijgen en te houden op bepaalde kwaliteitsaspecten. En de wetenschap te voldoen aan de verplichtingen geeft de nodige rust in de praktijk. Al is het maar met het oog op de mogelijke sancties, opgelegd door bijvoorbeeld de toezichthouder IGJ.

Voor vragen, opmerkingen en tips kunt u e-mailen naar erik.van.dam@vvaa.nl.

 

Onderzoek 2019
Het jaarlijkse VvAA-ledenpanel-onderzoek over de bekendheid van zorgwetgeving leverde deze zomer een overallrespons op van 738 respondenten. Dat was in lijn met eerdere jaren (2018: 749). Bij tandartsen is het aantal respondenten met 57 wel lager dan anders (2018: 85). Een indicatie om niet te stevige conclusies uit de onderzoeksresultaten te trekken. De samenstelling van de respons van tandartsen gaf overigens geen extra reden voor voorzichtigheid.
De wetten, de toezichthouder: de afkortingen
Wkkgz Wet kwaliteit, klachten, en geschillen zorg
Wet BIG Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
WGBO Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst
IGJ Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Latest Issues
E-paper

DT Netherlands No. 6, 2020

Open PDF Open E-paper All E-papers

© 2020 - All rights reserved - Dental Tribune International