Dental Tribune Netherlands

Cariës: niet enkel een gaatje boren, maar een proces van begin tot eind

By Tessa Vogelaar
February 04, 2020

In theorie is cariëspreventie heel simpel: volg de basisadviezen van het Ivoren Kruis op het gebied van mondhygiëne, voeding en fluoride en je voorkomt gaatjes. In de praktijk blijkt dit een stuk lastiger, weet dr. Catherine Volgenant, tandarts en universitair docent Preventieve Tandheelkunde bij ACTA en expert op het gebied van cariologie. Factoren als lifestyle en (poets)gedrag spelen een rol, maar op een heel ander niveau is het ecosysteem in de mond van essentieel belang. Volgenant vertelt Dental Tribune er meer over, aan de hand van de Quality Practice themadagen over cariologie op 7 en 28 maart 2020 en recent ACTA-onderzoek over het effect van pre- en probiotica op de mondgezondheid.

Op de themadagen ‘Een gaatje: eerste begin tot minimaal invasieve behandeling’ op 7 (ACTA, vol) en 28 maart 2020 (Den Bosch) fungeert Volgenant als moderator. Bij die rol hoort ook de taak het programma te bedenken en sprekers uit te nodigen. Daarover moest ze best een tijdje denken. “Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om in de ochtend te starten met de theorie. Van daaruit werken we toe naar steeds meer praktisch toepasbare informatie,” legt Volgenant uit. Egija Zaura trapt af met een lezing over de ecologie van cariës: wat gebeurt er op moleculair microbiologisch niveau in de mond en hoe kun je dit ‘cariësmilieu’ zo beïnvloeden dat gaatjes zo min mogelijk kans krijgen? Vervolgens gaat Guus van Strijp het hebben over vroegdiagnostiek van cariës en Nynke Blanksma over risicoprofielen en zilverdiaminefluoride (SDF) als behandeloptie voor open cariës, vooral bij kinderen. In de middag spreekt Dagmar Else Slot over evidence based kennis van parodontologie en preventie en aan het einde van de dag staan Erik Vermaire en Clarissa Bonifácio op de planning. Zij gaan het onder andere hebben over minimaal invasief behandelen in de vorm van sealen bij beginnende cariës en Hall-kronen.

Minimaal invasief

De titel van de dag, ‘Een gaatje: eerste begin tot minimaal invasieve behandeling’, doet vermoeden dat tandartsen cariës nog te weinig zien als een ontwikkeling en bij een gaatje te snel overgaan tot boren. Dat klopt gedeeltelijk, beaamt Volgenant. “Ik hoop dat mensen door deze dag echt een andere manier van denken over cariëspreventie krijgen; dat ze beseffen dat het een heel proces is, die overigens al begint lang voordat er een gaatje is, waarin je mensen begeleidt naar een gezonde mond. En anderzijds, wanneer er al schade is, dat mensen weten dat er veel opties zijn om zo minimaal invasief mogelijk te behandelen.”

Dat tandartsen bij cariës vaak als eerste aan boren denken, is volgens haar omdat het echte doeners zijn. “Als tandarts wil je iemand ontzettend graag helpen; je wilt iets dóen. Je patiënt begeleiden in hoe je de mond gezond houdt, kan voelen alsof je niet echt iets toevoegt. Terwijl ik hoop dat tandartsen zich steeds vaker zullen focussen op de gedragsmatige kant, en dus wat minder vaak fysiek iets gaan repareren.” Een psycholoog toevoegen aan het programma heeft de cariologie-expert ook overwogen. “Aan een lezing over motivatie en de gedragsmatige kant van preventie heb ik zeker gedacht. Maar je moet keuzes maken. Als ik nou twéé dagen had mogen vullen, dan had ik dit sowieso aan bod laten komen,” lacht Volgenant.

Preventie is teamwork
Lang praten over de ideale rolverdeling tussen tandarts, mondhygiënist en (preventie)assistent op het vlak van preventie, vindt Volgenant niet passen bij deze themadagen. “Daarin een fysieke grens aangeven is zó lastig. Voor mij is het allerbelangrijkste dat je als een team werkt als het om preventie gaat. De mondhygiënist is supergoed opgeleid om preventief te werken, en hiervan moet je als team gewoon goed gebruikmaken door veel met elkaar te overleggen.” Als tandarts werkend in de mondzorgpraktijk van ACTA, vindt ze het belangrijk om ook begeleiding aan patiënten te geven om de mondgezondheid te verbeteren. Het gaat volgens haar ook om een klik. “En soms is het gewoon praktisch om te doen zodat een patiënt niet nog speciaal terug hoeft te komen.” Maar hoe je er nu precies voor zorgt dat de patiënt zelf ook de verantwoordelijkheid gaat voelen voor het eigen gebit, blijft ook voor Volgenant een issue. “ Er zijn collega’s die heel goed zijn op het vlak van motivational interviewing, zoals kindertandarts Lina Jasulaityte. Dat helpt natuurlijk. Maar uiteindelijk ben je heel afhankelijk van je patiënt. Als die geen oren heeft naar het het verbeteren van zijn mondgezondheid, is het moeilijk om dat om te buigen naar uiteindelijke gedragsveranderingen.”

Effect probiotica
Helemaal aan het begin van het proces van cariëspreventie staat zoals gezegd de ecologie van de mond. De vraag welke rol bacteriën in de mond precies kunnen spelen in het kader van preventie, is een belangrijke voor Volgenant en haar collega’s van Preventieve Tandheelkunde op ACTA. Wereldwijd wordt dit namelijk nog maar weinig onderzocht. De afdeling heeft recent nog klinisch onderzoek gedaan naar het effect van probiotica ̶ bacteriën die een positieve werking hebben op het lichaam ̶ op de mondgezondheid.

Voor ACTA met name wetenschappelijk interessant was de vraag of de bacteriën ook invloed zouden hebben op de mondgezondheid wanneer de weerstand afneemt, legt Volgenant uit. “Iedereen heeft wel eens perioden met mindere weerstand of meer plaque-opbouw. Kunnen we op die momenten als tandarts of mondhygiënist iets aanbieden? Verbetert het ook de weerstand in een gezonde mond? Overall zou dit onderzoek ons meer leren over hoe het ecosysteem in de mond werkt.” Over pro- en prebiotica - een verzamelnaam voor respectievelijk bacteriën of stoffen die de groei van bepaalde bacteriesoorten in het lichaam bevorderen ̶ in de darmen is al heel veel bekend, benadrukt de universitair docent, maar over deze stoffen in de mond nog amper iets. “Wij wisten niet eens of de probiotica wel in de mond zouden blijven, of dat men de bacteriën al zou doorslikken nog voordat ze hun werk kunnen doen.”

Media-aandacht
Als voorwaarde om aan dit onderzoek mee te mogen doen, gold dat je als proefpersoon twee weken je tanden niet zou mogen poetsen. Deze tot de verbeelding sprekende eis werd al snel opgepikt door de media. Volgenant: “Een journalist stuitte per toeval op de oproep. Zo kwam ons onderzoek in het nieuws bij AT5, Het Parool en zelfs EenVandaag. En dat terwijl het helemaal geen uitzondering is om voor de wetenschap mensen te vragen hun tandenborstel twee weken te laten staan: dat is namelijk hét model om tijdelijk gingivitis te ‘simuleren’, zonder dat dit bij gezonde mensen schadelijk is.” De media-aandacht bleek in het voordeel van ACTA, want tegen de verwachting in stroomden de aanmeldingen van proefpersonen binnen.
Twee weken niet poetsen zou voor haarzelf overigens geen optie zijn. Volgenant: “Ik ben niet alleen docent en onderzoeker, maar behandel ook nog gewoon patiënten. Dan verwachten mensen toch van je dat je mond schoon is. In eerdere situaties heb ik wel eens een paar dagen niet gepoetst toen ik geen patiënten hoefde te zien. Ik verwacht twee weken in theorie wel vol te houden, maar denk dat het mentaal behoorlijk pittig is. Dat realiseren wij ons maar al te goed wanneer we proefpersonen zoeken.”

Vervolgonderzoek
 Op dit moment is Volgenant samen met haar collega’s druk bezig met het uitwerken van de onderzoeksresultaten. De resultaten van de klinische studie kunnen vóór de officiële publicatie helaas nog niet gedeeld worden. De afdeling Preventieve Tandheelkunde van ACTA is kort na deze eerste studie een vervolgonderzoek gestart, ditmaal naar prebiotica. “Voor dit onderzoek hebben we mensen met vijf verschillende zoetstoffen laten spoelen, om vervolgens te kijken welk effect dit had op het ecosysteem in de mond. Daaruit liet een van die stofjes – inuline, een zoetstof – duidelijke uitschieters zien; een positief effect op de diversiteit van het microbioom in de mond.” Met deze stof start ACTA nu een derde onderzoek. “Daarvoor vragen we mensen wederom twee weken niet te poetsen, terwijl ze met dit middel spoelen.” Waar Volgenant eigenlijk op hoopt is een ontdekking zoals die van een stof als arginine. “Van het aminozuur arginine is uit onderzoek gebleken dat dit de stofwisseling van de biofilm verandert en deze minder cariogeen maakt. Deze stof is vervolgens via een patent van Colgate in een tandpasta beland en nu overal te koop.”

Kunnen we dan binnenkort een tandpasta in de winkel verwachten met daarin door ACTA onderzochte pre- of probiotica? “Helaas nog niet. De recent uitgevoerde studies hebben nog veel vervolgonderzoek nodig,” legt Volgenant uit. “Maar het zou goed kunnen dat op basis van deze resultaten over een tijd stoffen aan bijvoorbeeld tandpasta of mondwater worden toegevoegd vanwege mogelijk positieve effecten. Ik verwacht echter niet dat dat ’zó snel zal gaan, omdat je ook te maken hebt met veel papierwerk bij commerciële bedrijven, bijvoorbeeld voor het indienen van patenten. Denk maar aan een jaar of tien, voordat er mogelijk een nieuw middel in de schappen ligt.”

Personalized prevention
Of de aankomende kennis over probiotica en preventie op de lange termijn invloed heeft op de manier waarop de tandarts de patiënt voorlicht, kan Volgenant nog niet zeggen. “Uit grote onderzoeken weten we inmiddels dat de mondecologie van mensen ontzettend verschillend kan zijn per persoon. Dus als we daarover meer weten, kunnen we ook beter adviseren.” Volgens de universitair docent gaan we steeds meer over op ‘personalized prevention’, waarin bij preventie bijvoorbeeld wordt gekeken hoeveel speeksel iemand produceert of hoe iemands immuunsysteem reageert. “Ik hoop dat cariëspreventie in de toekomst naast het geven van uitleg over mondhygiëne, fluoride en voeding, aangevuld kan worden met specifieke middelen op basis van iemands specifieke risicoprofiel. Over enkele jaren hopen we voldoende kennis te hebben om precies te weten welk stofje geschikt is om het ecosysteem in jouw mond te verbeteren.”

 

Programma Quality Practice themadagen 7 en 28 maart
  • 9.00 - 9.30 uur Ontvangst en registratie
  • 9.30 – 9.35 uur Welkom en huishoudelijke mededelingen door ACTA Dental Education
  • 9.35 – 9.40 uur Inleiding op de dag door moderator dr. Catherine Volgenant
  • 9.40 – 10.30 uur Lezing 1: ‘Cariës – een ecologische catastrofe’ – prof. dr. Egija Zaura
  • 10.30 – 10.40 uur Korte introductie over ‘Ergonomie & bewegen in de praktijk’ – dr. Annemiek Rollman
  • 10.40 – 11.00 uur Pauze
  • 11.00 – 11.50 uur Lezing 2: ‘Vroegdiagnostiek van cariës: een witte vlek in de tandheelkunde?’ –
    dr. Guus van Strijp
  • 11.50 – 11.55 uur Vervolgoefening ‘Ergonomie & bewegen in de praktijk’ – dr. Annemiek Rollman
  • 11.55 – 12.40 uur Lezing 3: ‘Preventieplan op maat’ – dr. Nynke Blanksma
  • 12.40 – 13.25 uur Lunchpauze
  • 13.25 – 14.05 uur Lezing 4: ‘Dagelijkse mondverzorging en cariës: een update’ - dr. Dagmar Else Slot
  • 14.05 – 14.10 uur Vervolgoefening ‘Ergonomie & bewegen in de praktijk’ – dr. Annemiek Rollman
  • 14.10 – 14.50 uur Lezing 5: Cariësmanagement: veranderingen in strategie – van begin tot het eind –
    dr. Erik Vermaire
  • 14.50 – 15.05 uur pauze
  • 15.05 – 15.10 uur Vervolgoefening ‘Ergonomie & bewegen in de praktijk’ – dr. Annemiek Rollman
  • 15.10 – 16.00 uur Lezing 6: ‘Gaatjes vullen zonder boren’ – dr. Clarissa Bonifacio
  • 16.00 – 16.30 uur Borrel

 

Meer informatie en opgeven via tandheelkunde.qualitypractice.nl/themadagen.

 

2 Comments

  • René Gruythuysen says:

    Tekst
    Factoren als lifestyle en (poets)gedrag spelen een rol, maar op een heel ander niveau is het ecosysteem in de mond van essentieel belang.
    Reactie
    Het omgekeerde geldt: Factoren als lifestyle en (poets)gedrag zijn van essentieel belang en vormen de basis in de preventie. Kennis van het ecosysteem in de mond biedt mogelijkheden tot ondersteuning daarbij.
    Tekst
    Dat tandartsen bij cariës vaak als eerste aan boren denken, is volgens haar omdat het echte doeners zijn. “Als tandarts wil je iemand ontzettend graag helpen; je wilt iets dóen. Je patiënt begeleiden in hoe je de mond gezond houdt, kan voelen alsof je niet echt iets toevoegt. Terwijl ik hoop dat tandartsen zich steeds vaker zullen focussen op de gedragsmatige kant, en dus wat minder vaak fysiek iets gaan repareren.” Een psycholoog toevoegen aan het programma heeft de cariologie-expert ook overwogen. “Aan een lezing over motivatie en de gedragsmatige kant van preventie heb ik zeker gedacht. Maar je moet keuzes maken. Als ik nou twéé dagen had mogen vullen, dan had ik dit sowieso aan bod laten komen,” lacht Volgenant.
    Reactie
    Dit is niet om te lachen. Dit is uiterst treurig omdat hiermee de kern van de preventie ‘de gedragsmatige aanpak’ wordt gemarginaliseerd.
    Tekst
    “ Er zijn collega’s die heel goed zijn op het vlak van motivational interviewing, zoals kindertandarts Lina Jasulaityte. Dat helpt natuurlijk. Maar uiteindelijk ben je heel afhankelijk van je patiënt. Als die geen oren heeft naar het verbeteren van zijn mondgezondheid, is het moeilijk om dat om te buigen naar uiteindelijke gedragsveranderingen.”
    Reactie
    Hoe kun je effectief preventie bij een gedragsziekte bedrijven als je denkt dat onafhankelijk van de patiënt te kunnen doen? Hoe komt het dat ACTA niet opleidt tot het niveau van Lina met betrekking tot gedragsverandering. Te meer omdat Lina succes heeft met haar benadering bij kinderen uit gezinnen met een problematische achtergrond (zie: Problematische mondzorg bij zorgafhankelijke patiënten; Accredidact 2019). Over de aanpak van Lina op te merken ‘dat helpt natuurlijk’ is neerbuigend en helpt zeker niet om collega’s te stimuleren tot het aangaan van het gesprek met de patiënt over de geconstateerde mondproblemen.

  • Lina Jasulaityte says:

    “Maar uiteindelijk ben je heel afhankelijk van je patiënt. Als die geen oren heeft naar het verbeteren van zijn mondgezondheid, is het moeilijk om dat om te buigen naar uiteindelijke gedragsveranderingen.” De vraag hier is waarom heeft de patiënt geen oren naar het verbeteren van mondgezondheid? Het probleem is meestal dat DE ZORGVERLENER GEEN OREN HEEFT naar de mogelijkheden van de patiënt (of de ouders). Advies voor verandering wordt gegeven, en niet in samenspraak met de patiënt (ouder) gemaakt. De patiënt voelt dat dit opgelegd is, dat komt niet uit de patiënt zelf.
    Luisteren we voldoende naar onze patiënten? Stellen we genoeg vragen? Er zijn maar heel weinig mensen die geen betere mondgezondheid voor zichzelf willen, en ik heb nog niemand tegengekomen wie geen betere mondgezondheid voor hun kind wil. Meeste mensen willen wel, maar er zijn te veel obstakels. Wat voor één makkelijk te bereiken is, kan voor een ander een zeer moeilijke taak zijn. Hoe vaak wordt gevraagd: wat is voor je haalbaar als de eerste stap? Waar wil je mee beginnen met verandering? Hoe ga je dat aanpakken? Vertel… Hebben zorgverleners voldoende begrip bij moeilijkheden en terugval? Zijn we geduldig genoeg om te helpen na het vallen, en opnieuw vallen om steeds opnieuw met de kleinste stap te beginnen? Geloven we als behandelaars dat mensen wel kunnen veranderen, stralen we dat uit? Stimuleren we de patiënten zelf daarover te praten? Geven we voldoende waardering bij de kleine pogingen?
    Gedragsverandering begint bij jezelf. Als je zelf je eigen communicatiepatroon verandert, merk je dat de patiënten ook ‘meer oor beginnen te hebben voor verandering’. Ik zou zeggen: ‘Wil je zelf graag je communicatie effectiever te maken? Hoe graag wil je dat? Wat zou je merken als dat je zou lukken? Wat is dan je eerste kleinste stap om dit te bewerkstelligen?’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2020 - All rights reserved - Dental Tribune International