Dental Tribune Netherlands

“Geef cosmetisch deel van mondzorgtarieven vrij”

By Ben Adriaanse
May 17, 2016

Paul de Kok heeft iets met schoonheid. De restauratief tandarts geldt als coming man in de cosmetische tandheelkunde. Sinds 2008 is hij werkzaam in de Kliniek voor Parodontologie Amsterdam (KvPA) en sinds 2009 op ACTA. Dat de Nederlander anno 2016 hoge eisen stelt aan de esthetiek van zijn gebit, is zeker in de kliniek te merken: er komen mondige, veeleisende patiënten uit de hoofdstad en ‘t Gooi die best de portemonnee willen trekken voor een fraai gebit. In een levendig, informeel interview vertelt De Kok over de essentie van een mooi gebit en zijn persoonlijke visie.

Hoe ben je in de cosmetische tandheelkunde terechtgekomen?
Een interesse voor mooie dingen had ik altijd al, ik voel me daar prettig bij. Tijdens mijn tandheelkundeopleiding op ACTA dacht ik dat die interesse me naar de orthodontie zou leiden. Gelukkig bedacht ik me net op tijd dat ik in de orthodontie niets ‘met mijn handen’ zou kunnen doen en veel zou moeten delegeren. Het zelf creëren vind ik zo’n leuk aspect van het vak dat ik toch besloot tandarts te worden. Na mijn studie heb ik bij de KvPA gesolliciteerd bij Peter Keizer, destijds een van de uitdragers van de esthetische tandheelkunde in Nederland, en heb ik me gedifferentieerd tot restauratief tandarts.

Noem je jezelf ‘cosmetisch tandarts’?
Met die term heb ik moeite, het is eigenlijk een hol begrip. Er is geen differentiatie voor, maar buiten dat vind ik esthetiek een onderdeel van restauratieve tandheelkunde. Al heb ik affiniteit met de cosmetische kant, de gezondheid en functionaliteit van het gebit staat ook voor mij op nummer één. Zijn de gezondheid en functionaliteit goed, dan is de esthetiek eigenlijk het gemakkelijkste onderdeel.

Een vaak gehoorde uitspraak is dat de esthetische eisen van patiënten steeds hoger worden. Zie je dat ook in de praktijk terug?
Absoluut. Er zijn meer shoppers en patiënten met hoge eisen, zeker met de clientèle die we hier hebben uit Amsterdam en ‘t Gooi. Enerzijds ontstaat zo een patiëntengroep waarmee je ontzettend veel plezier hebt, want zij hebben net zoveel interesse in je vak als jij. Anderzijds ben je erg veel tijd aan ze kwijt omdat ze enorm hoge eisen stellen, soms zelfs onrealistisch hoog.

Het is maatschappelijk een stuk meer geaccepteerd om je gebit te verfraaien dan tien jaar geleden, net zoals plastische ingrepen in het algemeen. Zo zie je tegenwoordig ook veel volwassenen met een beugel rondlopen. Een keerzijde is dat patiënten te ver willen gaan en spierwitte tanden willen, die daardoor duidelijk onecht lijken. Gelukkig is die wens nog niet uit de VS overgewaaid naar hier; misschien houdt onze poldernuchterheid ons Nederlanders tegen. Patiënten willen ook niet dat het lijkt alsof ze een prothese hebben, wat met te witte tanden soms zo is. Er moet wel leven en transparantie inzitten. Toch kiezen steeds meer patiënten voor de behoorlijk witte A1-tint, of B1. En wat is er natuurlijk aan een A1-kleur als je 58 bent?

Slaan sommige tandartsen door in het honoreren van esthetische eisen?
Ik hoor helaas weleens over excessen waarbij van hoektand tot hoektand wordt geïnvesteerd en de rest verwaarloosd wordt. Recent had ik een vrouw in de stoel die 24 porseleinen facings in de mond had, aangebracht door een Amsterdamse tandarts die zichzelf gespecialiseerd vindt in facings. Twaalf om twaalf aan elkaar, geen tussenruimte, alles over het tandvlees heen hangend. Als dat kan, slaan we in Nederland door. Ook hier zien we dus weer het gevaar van iemand die in een bepaalde ingreep gespecialiseerd is en die te pas en te onpas toepast, inclusief folders en reclamespots. Feitelijk ben je dan patiënten aan het mishandelen.

Hoe groot is de rol van het gebit in iemands uitstraling?
Onderzoek wijst uit dat men als eerste naar de ogen kijkt, gevolgd door de tanden. Andere onderzoeken laten zien dat in de hedendaagse samenleving mensen die ‘mooi’ worden gevonden, meer succes in hun carrière en op sociaal gebied hebben. Als tandarts leveren we dus een niet te onderschatten bijdrage aan de uitstraling van onze patiënten.

Is de perceptie van een mooi gebit de afgelopen dertig jaar veranderd?
Een verandering in perceptie, of bewustzijn eigenlijk, zien we het sterkst in de gewenste tandkleur. Een tijd geleden werd A3 als fraaie tandkleur beschouwd, maar daar hoef je tegenwoordig niet meer mee aan te komen, zelf vind ik die kleur nu ook te donker. Het wordt witter en witter. We lachen nu allemaal om Gerard Joling, maar over een jaar of tien lacht hij het hardst... (lacht)

Daarnaast zie je dat men graag meer tanden in de breedte laat zien. In de VS wordt het opvullen van buccal corridors (de donkere ruimten tussen het gebit en de mondhoek, red.) al een tijdje mooi gevonden. Die corridors zijn er normaal gesproken gewoon, maar je ziet dat de tanden bij Amerikaanse kinderen dermate naar buiten worden gezet dat als ze lachen, de mondhoeken geheel met tanden zijn gevuld. Ook in Nederland zie je die vraag ontstaan. Zelf vind ik dat niet mooi, trouwens.

En als iemand toch zo’n behandeling wil?
Ik probeer mijn eigen smaak niet mee te laten wegen, maar wel een ethisch gevoel: wat is de schade die ik aanricht en wat is de meerwaarde van de behandeling? Ik kan er bij een patiënte van tachtig wel op hameren dat zij geen A1-tint moet nemen, maar als zij een A2 krijgt en niet tevreden is, moet ik alsnog van voren af aan beginnen.

Sta je open voor de kritiek die er wordt geleverd op bleekbehandelingen en de – subtiele – schade aan het oppervlak van de behandelde elementen?
De resultaten van bleekbehandelingen zijn wisselend. Als de patiënt gedisciplineerd is, kun je met thuisbleken goede resultaten behalen. Er wordt vaak geklaagd over de lage toegestane hoeveelheid waterstofperoxide, maar die voldoet echt wel om bij consequent gebruik voor een significant lichtere tint te zorgen. Voor zover ik weet is er daarnaast nog steeds geen klinisch onderzoek dat schade aantoont door bleken, mits er met de juiste materialen en op de juiste manier wordt gewerkt.

Op dit moment staat de taakherschikking in de mondzorg vol in de aandacht. Valt er ook binnen de cosmetische tandheelkunde veel te ‘herschikken’?
Ik denk dat bleekbehandelingen bij uitstek thuishoren bij de preventieassistent, als deze goed geïnstrueerd is in de neveneffecten, de voor- en nadelen, de indicatie en het begeleiden van een patiënt. Misschien dat een heel handige assistent een deel van de fotografie op zich kan nemen, maar daar houdt het bij ons wel een beetje mee op. Bovendien vind ik het fotografische deel eigenlijk veel te leuk om uit handen te geven. Ook bij de algemeen practicus zitten juist in de restauratieve en cosmetische hoek weinig gedelegeerde handelingen. Als je kijkt naar behandelingen die we hier doen, daarvan krijg ook ik als tandarts zelf het zweet op de rug. (lacht)

In hoeverre belemmert de huidige organisatie van de mondzorg en de tariefstructuur je werk als state-of-the-art tandarts op esthetisch gebied?
Het belemmert me niet, omdat ik mijn vak ontzettend leuk vind en geen concessies wil doen aan de kwaliteit die ik lever. Bovendien is mijn agenda altijd overvol. Maar met het onder de microscoop prepareren, het toepassen van IDS, het onder rubberdam werken en cementeren, DSD, en met de communicatie die ik ’s avonds nog heb met mijn tandtechnicus, vind ik het ongelooflijk dat ik geen cent meer mag vragen dan een collega die een goudporseleinkroon omslijpt en er met zinkfosfaatcement in vijf minuten opzet. Dat krijg je mij niet uitgelegd. Daar komt bij dat ik in deze kliniek kritische patiënten over de vloer krijg, die hoge eisen stellen en dus vaker voor overmaakwerk zorgen. Ook dat kun je niet verdisconteren. Terwijl je agenda vol zit, je state-of-the-art werkt en een cosmetisch product verkoopt, heb je een relatief lage omzet. Je kunt je afvragen of dat eerlijk is.

Eigenlijk zijn wij als kliniek aan de bovenkant van de markt bij uitstek een praktijk die de nadelen ondervindt van de vaste prijzen. Dat dwingt je haast om te gaan goochelen met codes. Ik zou dat geen frauderen willen noemen, maar je zoekt wel de marges van het tariefboekje op. Je zou kunnen zeggen dat de concurrent van onze esthetische behandelingen niet de tandarts om de hoek is, maar de winkels van Louis Vuitton en Cartier. Het gaat immers om de aanschaf van een luxeartikel, waarbij iemand zelf zou mogen bepalen wat hij ervoor over heeft. Niemand pleit ervoor om de prijzen van die modemerken vast te leggen.

Als je het politiek voor het zeggen zou hebben, welke verbetering stel je dan voor?
Net als in de geneeskunde zou je het cosmetische deel van de tarieven kunnen vrijgeven. Het zorgaspect zet je vast, zodat iedereen toegang heeft tot de elementaire voorzieningen. Als iemand zich de luxe kan en wil permitteren van een perfect gebit en excellente restauraties, draait de tandarts daar in het huidige systeem voor op. Het wordt hoog tijd dat de patiënt simpelweg betaalt al naar gelang de geleverde dienst. Logisch, toch?

Dit artikel is een verkorte weergave van het interview met Paul de Kok in de mei-editie van Dental Tribune Netherlands Edition. Deze verschijnt op 20 mei 2016.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2021 - All rights reserved - Dental Tribune International