Search Dental Tribune

Het Dahl-concept: praktische inzichten gebaseerd op vijf jaar follow-up

Dr. Kostas Karagiannopoulos

Dr. Kostas Karagiannopoulos

di. 21 april 2026

Bewaar

Het Dahl-concept wordt al ongeveer vijftig jaar gebruikt voor het herstel van gebitsslijtage, voornamelijk in Noord-Europa. Hoewel het wereldwijd misschien minder bekend is, kan deze aanpak dienen als een minimaal invasief en kosteneffectief alternatief voor uitgebreidere tandheelkundige behandelingen, mits toegepast in de juiste klinische context. Het houdt in dat bij lokale slijtage alleen de aangetaste tanden worden hersteld, waarbij de tanden worden gespaard die geen restauratie vereisen. Het is conceptueel een orthodontische modaliteit, voor het eerst beschreven als ‘Relatieve axiale tandbeweging’ door Krogstad en Dahl in 1975.1-4

De gemene deler in bijna alle slijtagegevallen is het gebrek aan herstelruimte. Dento-alveolaire compensatie zorgt ervoor dat antagonisten en alveoli naar elkaar toe migreren naarmate de tanden worden weggesleten. Dit betekent dat afgesleten tanden in occlusie in de verkeerde positie zitten. Voor lokale gebitsslijtage zijn de opties om restauratieve ruimte te creëren en het volume verloren door de slijtage weer toe te voegen de volgende:

  • orthodontische intrusie van de afgesleten tanden gevolgd door additieve restauraties bij dezelfde occlusie;
  • verhoging van de occlusale verticale dimensie en herstel van alle tanden in de boog (ongeacht of ze afgesleten zijn of niet);
  • verhoging van de occlusale verticale dimensie en herstel van enkel de afgesleten tanden, waarbij de niet-afgesleten tanden worden gespaard.

Bij deze laatste optie wordt doorgaans binnen een gemiddelde periode van twee tot negen maanden een nieuwe occlusie vastgesteld na de hieronder beschreven veranderingen (figuur 1):

  • intrusie van herstelde tanden;
  • eruptie van niet-herstelde tanden;
  • mandibulaire herpositionering waarbij het met composiet opgebouwde front fungeert als een permanente deprogrammeerder die de condylen in een centrische relatie plaatst.

Casusrapport

Een 45-jarige man werd doorverwezen vanwege aanzienlijke slijtage van het bovenfront. De patiënt was niet geïnteresseerd in uitgebreide zorg (inclusief orthodontie) en maakte zich alleen zorgen over de achteruitgang van zijn bovenste voortanden. De versleten tanden waren allemaal in occlusie en er was duidelijk een gebrek aan restauratieve ruimte (figuur 2a-e).

Het overeengekomen plan was om de zes bovenste voorste tanden te herstellen met composiet en daarbij de verticale dimensie te verhogen volgens het Dahl-concept. Intra-orale scans, beetregistratie en klinische foto's werden gemaakt als referentie voor de diagnostische opwas (figuur 3a-c).

Een additieve restauratieve aanpak is aangewezen in de meeste gevallen van gebitsslijtage en maakt het mogelijk om esthetiek, occlusale aanpassingen, patiëntcomfort en fonetiek te testen via een intraorale proefopstelling (mock-up) met behulp van een dual-cure composiet (TEMPSMART DC, GC; figuur 4a-d). Bovendien hebben patiënten vaak de voorkeur voor additieve tandheelkunde, aangezien ze de tandpreparaties die nodig zijn voor indirecte restauraties gewoonlijk liever mijden.

De moulding injection technique (MIT) werd gebruikt om de zes afgesleten voorste tanden te herstellen, waardoor de vooraf bepaalde morfologie en beet nauwkeurig konden worden gerepliceerd. Een glasheldere, onder druk vervaardigde siliconen stent (EXACLEAR, GC) werd gemaakt van de opwas. Het veld werd afgezonderd met rubberdam, de tanden gezandstraald met 29-micron alumina, gevolgd door het plaatsen van PTFE-tape op basis van de alternerende techniek (figuur 5a-d). MIT werd toegepast met een universeel éénstapsadhesief (G-Premio BOND, GC) en een flowable restauratief composiet met hoge vullingsgraad (G-ænial Universal Injectable, Shade A2, GC).

Alle composietrestauraties waren gemaakt uit één kleur en afgewerkt met metalen proximale strips (New Metal Strip, GC) en een n° 12 scalpel. Het polijsten werd voltooid met siliconen spiraalwieltjes. Op de dag van de behandeling was posterieur de opening van de beet te zien, terwijl de occlusale contacten op alle fronttanden zoals gepland gelijkmatig verdeeld waren (figuur 6a-c).

De patiënt kwam om de twee maanden op controle en de occlusie werd gecheckt met articulatiepapier. Na acht maanden was de occlusie volledig hersteld met alle achterste tanden in occlusie (figuur 7a-e). Hierna werd een occlusale spalk aangemeten.

Hoewel de occlusie aanvankelijk wat vreemd aanvoelde, had de patiënt geen pijn en kon hij binnen de eerste maand weer normaal eten, ook al raakten de achterste tanden elkaar niet. Herstel van de occlusie volgt doorgaans een sequentie die begint met de tweede molaren, waarna de eerste molaren en ten slotte de premolaren volgen. De nieuwe contacten op de achterste tanden vertonen variatie, aangezien sommige op knobbelhellingen liggen en andere op de punten van de knobbels of op marginale kammen liggen. Restauratiebreuken worden zelden waargenomen tijdens de Dahl-fase, omdat de voorste composieten de spieractiviteit verminderen door hun deprogrammeringseffect. Tijdens de Dahl-fase had de patiënt geen pijn, ongemak of tandverschuiving (‘drifting’).

Het proces van het bespreken van de behandeling met de patiënt en zijn toestemming wordt geïllustreerd in tabel 2. De patiënt werd vijf jaar lang opgevolgd met minimaal onderhoud (figuur 8a-d). De materiaaleigenschappen van G-ænial Universal Injectable (zoals hoge buigsterkte en slijtvastheid) ondersteunen langdurige stabiliteit.5

De gouden standaard voor het behandelen van een casus met anterieur gelokaliseerde gebitsslijtage omvat uitgebreide orthodontie, gevolgd door additieve restauratieve tandheelkunde op de door slijtage getroffen tanden.6-8 Het doel van dit artikel is te verduidelijken dat het vergroten van de occlusale verticale dimensie niet synoniem is met het herstellen van de hele tandenboog louter voor prothetisch gemak. Het Dahl-concept is een alternatief voor een volledige boogreconstructie, een orthodontisch concept dat de niet aangetaste tanden spaart van behandeling. Het gebruik van injecteerbaar composiet maakt minimaal invasieve restauratie zonder preparatie mogelijk, waardoor de gezonde tandstructuur behouden blijft. Hoewel de techniek meerdere controles en een onzekere finale occlusie omvat, biedt deze een praktische en kosteneffectieve oplossing voor de behandeling van lokale gebitsslijtage in de algemene tandartsenpraktijk.

Contra-indicaties voor het Dahl-concept

-          Algemene gebitsslijtage: vereist volledige boog- en volledige mondrestauraties

-          Crowding: zou baat hebben bij pre-restauratieve orthodontie

-          Voorste en achterste open beet: vertoont een gebrek aan eruptieve potentie

-          Restauraties op implantaten: vertonen geen eruptie

-          Falende posterieure restauraties: neigen naar volledige boogrestauraties

-          Parodontale aandoeningen, meerdere ontbrekende tanden, scheefstand van molaren en diepe overbeet: zijn minder voorspelbaar met het Dahl-concept

 

Te bespreken onderwerpen in het patiëntgesprek

-          Alleen de afgesleten tanden zullen hersteld worden.

-          De beet zal veranderen door de behandeling en deze verandering wordt getest bij de testopstelling (‘mock-up’).

-          De nieuwe beet doet geen pijn en je raakt er na 3-4 weken aan gewend.

-          Geleidelijk (over een periode van 2-9 maanden) zullen de achterste tanden naar elkaar toe migreren.

-          In 5 procent van de gevallen zal de occlusie niet spontaan herstellen, waardoor restauratief herstel nodig zal zijn.

-          Zodra de beet volledig tot stand is gekomen, wordt een opbeetplaat verstrekt.

 

Noten

  1. Magne P, Magne M, Belser UC. Adhesive restorations, centric relation, and the Dahl principle: minimally invasive approaches to localized anterior tooth erosion. Eur J Esthet Dent. 2007 Autumn;2(3):260-73.
  2. Gulamali AB, Hemmings KW, Tredwin CJ, Petrie A. Survival analysis of composite Dahl restorations provided to manage localised anterior tooth wear (ten year follow-up). Br Dent J. 2011;211(4):E9.
  3. Dahl BL, Krogstad O, Karlsen K . An alternative treatment of cases with advanced localised attrition. J Oral Rehabil 1975; 2: 209-214.
  4. Dahl BL, Carlsson GE, Ekfeldt A. Occlusal wear of teeth and restorative materials. A review of classification, etiology, mechanisms of wear, and some aspects of restorative procedures. Acta Odontol Scand. 1993;51(5):299-311.
  5. Rajabi H, Denny M, Karagiannopoulos K, Petridis H. Comparison of Flexural Strength and Wear of Injectable, Flowable and Paste Composite Resins. Materials (Basel). 2024 Sep 27;17(19):4749.
  6. Miraglia B. Pre-Restorative Orthodontics: A Cornerstone of Comprehensive Care. Dent Today. 2015 Oct;34(10):98, 100, 102-3.
  7. Vatamanu OEB, Alzyoud Z, Elgarba BM, Fontenele RC, Cristache CM, Jacobs R. Clear aligner therapy for minimally invasive dentistry: A scoping review. J Dent. 2025 Oct;161:105968.
  8. Mainjot AKJ, Charavet C. Orthodontic-assisted one step- no prep technique: A straightforward and minimally-invasive approach for localized tooth wear treatment using polymer-infiltrated ceramic network CAD-CAM prostheses. J Esthet Restor Dent. 2020 Oct;32(7):645-661.

 

Cv dr. Kostas Karagiannopoulos

Dr. Kostas Karagiannopoulos is een ervaren gespecialiseerd restauratief tandarts, academicus en onderzoeker. Sinds 2008 is hij actief in de academische wereld en hij is nu klinisch docent aan University College London. Hij leidt Bio-Emulation in het Verenigd Koninkrijk, een internationale groep tandartsen met als gemeenschappelijk doel om tandweefsels te behouden en herstellen met de natuur als leidraad. Hij was medeoprichter van Prosthoworks. Zijn interessegebieden zijn volledig geleide samenstellingen, het beheersen van het versleten gebit en de natuurlijk ogende protheses. Hij werkt ook in een praktijk die zich beperkt tot prothetiek in de regio Londen. Meer informatie: www.prosthoworks.co.uk / www.drkostas.co.uk

To post a reply please login or register
advertisement
advertisement