Situationeel leidinggeven in de praktijk

Search Dental Tribune

Situationeel leidinggeven in de praktijk

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
(foto: Canva/ayagiz)
Alexander Tolmeijer

By Alexander Tolmeijer

ma. 16 mei 2022

save

In de mondzorgpraktijk doen zich allerlei situaties voor die voor onrust kunnen zorgen en die vragen om goed leiderschap: medewerkers zijn bijvoorbeeld ziek, patiënten bellen af en praktijken worden groter en vaak diverser. Dat zorgt voor behoorlijk wat uitdagingen. Hoe ga je daarmee om als praktijkhouder of praktijkmanager? Lees in dit artikel een aantal inzichten die je kunnen helpen je leiderschapsstijl aan te passen, wat een goede samenwerking bevordert.

Goed leiderschap hangt sterk af van je omgeving. Winston Churchill was bijvoorbeeld een uitstekende leider in de oorlogstijd, maar was minder op zijn plek in de naoorlogse periode. Over leiderschap zijn duizenden boeken geschreven, als je je tot de belangrijkste beperkt. Auteur, zakenman en trainer Ken Blanchard is een expert op het gebied van situationeel leiderschap. Zijn inzichten zijn goed toe te passen in de context van de tandartspraktijk – en die gebruiken we dan ook in dit artikel.

Leiderschap heeft een sterke relatie met kennis, opleidingsniveau en ambitie van de medewerkers in de praktijk. Het is dus logisch dat je een assistent-stagiair anders moet aansturen dan een assistent die al tien jaar in de praktijk werkt. Dat voel je intuïtief wel aan. Toch halen we vaak niet het beste uit mensen. Als je kijkt langs de as van iets kunnen doen en iets willen (of zeker genoeg zijn om te) doen, dan kun je je voorstellen dat er regelmatig verschillen zijn tussen een stagiair en een ervaren assistent.

Als je alleen kijkt naar deze twee aspecten – willen en kunnen – kun je medewerkers in vier categorieën indelen. Iedere categorie vraagt om een andere leiderschapsstijl. Voor de goede orde: ‘willen’ betekent in dit geval ook ‘zeker zijn van’. Iemand die onzeker is, valt in dit voorbeeld onder ‘niet willen’, ook al is hij of zij uitstekend gemotiveerd. Het gaat bij deze categorieën om de aansturing die iemand nodig heeft.

Categorie 1: niet kunnen en niet ‘willen’

Iemand die iets niet kan en onzeker is, heeft duidelijke instructies nodig. Een directieve stijl past hier prima bij. Vaak checken of er nog vragen zijn en werk in overzichtelijke stappen indelen, zorgen ervoor dat iemand sneller leert en zich comfortabel voelt.

Categorie 2: wel kunnen, niet ‘willen’

Iemand die iets basaal kan maar nog onzeker is, heeft een subtiel andere stijl nodig. Direct toezicht is nog steeds belangrijk en instructies kunnen nog steeds relevant zijn. Belangrijk is echter vooral dat mensen leren waaróm iets belangrijk is en hoe het in het totale plaatje past. Het geven van positieve feedback helpt om het zelfvertrouwen te laten groeien.

Categorie 3: kunnen en willen

Iemand die iets kan en ook wil doen heeft in het begin een leiderschapsstijl nodig die meer op de relatie steunt. Het initiatief komt meer van de medewerker, waarbij de deur van de leidinggevende altijd openstaat. Het doel van de praktijkhouder is om zeker te zijn dat de doelen en werkzaamheden passen bij de filosofie van de praktijk en dat medewerkers zichzelf zeker genoeg voelen om dit ook zelf uit te dragen.

Categorie 4: de ervaren expert

Ervaren collega’s die goed gemotiveerd zijn hebben weer een andere benadering nodig. In dit geval kan het continu instructies geven en op details controleren mensen juist wegdrijven uit de praktijk. We zien dan ook weleens dat jonge tandartsen kiezen voor een praktijk met een strak inwerkprogramma, maar na vijf jaar verveeld raken door de controle op hun werk. Ze gaan dan op zoek naar meer vrijheid of verantwoordelijkheid. Hier past meer een leiderschapsstijl bij die openstaat voor commentaar en dialoog. Misschien is bij deze groep wel de belangrijkste vraag ‘wat heb je nodig om beter te worden?’.

Een mooie conclusie op deze leiderschapsstijlen is kort samengevat: iedereen hetzelfde behandelen is de meest oneerlijke stijl van leidinggeven. Leiderschap vraagt flexibiliteit, het vermogen je aan te passen aan jouw team. Vooral bij groter wordende praktijken of praktijken die zich nog meer willen toeleggen op groei is dit essentieel. Je eigen leiderschapsstijl is daarbij enorm belangrijk om het team mee te krijgen en het geheel in beweging te houden.

Congres Dentiva

Wil je meer weten over dit onderwerp? Dentiva organiseert op vrijdag 30 september en zaterdag 1 oktober het Dentiva Live event. Tijdens het seminar en de masterclass delen de sprekers de beste inzichten voor structurele ontwikkeling van de tandartspraktijk. Leiderschap en teamontwikkeling komen daarbij uitgebreid aan bod, onder meer door gedragswetenschapper Ben Tiggelaar. Meer informatie lees je op www.dentiva.nl/live.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement