Search Dental Tribune

Van links naar rechts: Prof. Ivo Krejci, honorair hoogleraar aan de Universiteit van Genève in Zwitserland; Prof. Laura Ceballos García, hoogleraar aan de Universidad Rey Juan Carlos in Madrid, Spanje; prof. Roland Frankenberger, hoofd van de afdeling Conserverende Tandheelkunde aan de Philipps-Universität Marburg in Duitsland; en prof. Marleen Peumans, verbonden aan de afdeling Mondgezondheidswetenschappen van KU Leuven in België. (Foto: OEMUS MEDIA)

wo. 4 november 2026

Bewaar

Universele adhesieven zijn inmiddels niet meer weg te denken uit de restauratieve tandheelkunde. Ze bieden vereenvoudigde applicatieprocedures en steeds betrouwbaardere klinische prestaties. In dit interview bespreken prof. Laura Ceballos García, prof. Roland Frankenberger, prof. Ivo Krejci en prof. Marleen Peumans het beschikbare klinische bewijs, belangrijke overwegingen bij de keuze van een adhesief en toekomstige ontwikkelingen op het gebied van adhesieve tandheelkunde.

Wat zijn voor u de belangrijkste criteria bij de keuze van een adhesief? Gebruikt u verschillende soorten adhesieven voor verschillende indicaties?
Ceballos García: Ik vind dat een adhesief moet worden geselecteerd op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke bewijs. Het is raadzaam om een adhesief te gebruiken dat is getest in gerandomiseerde klinische onderzoeken en adequate en consistente resultaten heeft behaald. Hierdoor zouden de klinische prestaties zo veel mogelijk onafhankelijk zijn van de vaardigheden van de behandelaar. Natuurlijk moeten we ook vertrouwd zijn met de applicatiewijze en mogen er geen vroegtijdige klinische problemen optreden, zoals postoperatieve gevoeligheid. Ik probeer hetzelfde adhesief te gebruiken voor alle klinische procedures.

Frankenberger: Aangezien ik sinds 1994 elk adhesief op de markt heb getest, is de vraag eenvoudig. Wanneer een adhesief onze reeks in vitro-onderzoeken, waaronder kauwsimulatie, microtreksterktetests in diepe caviteiten en praktische tests, ‘overleeft’, dan staat het me vrij om het te gebruiken. Normaal gesproken gebruik ik bij voorkeur voor elke indicatie hetzelfde adhesief; ik maak geen onderscheid.

“Tegenwoordig bieden universele adhesieven goede prestaties en een lage techniekgevoeligheid, wat uitstekend is.”

Prof. Roland Frankenberger

Krejci: Efficiëntie, gebruiksgemak en lage techniekgevoeligheid zijn de belangrijkste factoren. Ik geef er ook de voorkeur aan om slechts één universeel ééncomponentadhesief te gebruiken dat geschikt is voor alle indicaties.

Peumans: Voor mij is het belangrijkste criterium de hechtingsefficiëntie van het adhesiefsysteem, zowel in vitro als in vivo. Ik vertrouw nog steeds graag op een driestaps-ets-en-spoeladhesief, vooral wanneer het moeilijk te zien is of er dentine is blootgelegd op het geprepareerde tandoppervlak, zoals bij een veneerpreparatie. Wanneer ik duidelijk kan zien waar dentine en glazuur zich bevinden, gebruik ik een tweestaps-zelfetsend adhesiefsysteem met voorafgaand selectief etsen van het glazuur. Hoe dan ook, ik ets het glazuur altijd met 35% fosforzuur om de micromechanische retentie te vergroten.

Tegenwoordig presteren universele adhesieven die het functionele 10-MDP-monomeer bevatten ook zeer goed in vitro wanneer ze in een tweestaps-zelfetsmodus worden gebruikt. Hierbij wordt het adhesief aangebracht, met lucht verdund en gepolymeriseerd, waarna een hydrofobe hars of vloeibaar composiet wordt aangebracht. G2-BOND Universal is een voorbeeld van een dergelijk adhesief. Langlopende klinische onderzoeken zijn echter nog niet beschikbaar.

GC introduceerde in 2004 zijn eerste zelfetsende eenflesadhesiefsysteem, G-BOND. Uw onderzoeksgroep was een van de eerste die het in een klinisch onderzoek evalueerde. Hoelang beschikt u inmiddels over klinische gegevens over dit product?
Peumans: We hebben een 14 jaar durend klinisch onderzoek afgerond waarin we de hechtingsefficiëntie van G-BOND van GC en OptiBond FL van Kerr bij niet-carieuze cervicale laesies evalueerden.¹

Wat zijn volgens het door u uitgevoerde onderzoek de klinische prestaties?
Peumans: Na 14 jaar presteerden restauraties die waren gehecht met het HEMA-vrije éénstaps-zelfetsende adhesief G-BOND even goed als restauraties die waren gehecht met het driestaps-ets-en-spoeladhesief OptiBond FL, dat als gouden standaard geldt. Onaanvaardbare randdegradatie of ernstige randverkleuring waren de belangrijkste redenen voor falen, gevolgd door retentieverlies.

De totale klinische slagingspercentages bedroegen respectievelijk 58,9% en 57,9% voor G-BOND en OptiBond FL. De totale klinische prestaties verschilden niet significant tussen de twee adhesieven. Veranderingen in de gezondheidstoestand van sommige patiënten en het opnieuw optreden van abrasie, erosie of abfractie verlaagden de slagings- en retentiepercentages.

Hoe belangrijk is de dikte van de adhesieflaag en waarom? En hoe belangrijk is in dat verband de radiopaciteit van een adhesiefsysteem?
Frankenberger: Ongevulde adhesieven kunnen problemen veroorzaken wanneer de laag te dik is, omdat deze op een röntgenopname als een spleet kan verschijnen. Daarom geef ik de voorkeur aan adhesieven met een geringe filmdikte. Als dat het geval is, speelt radiopaciteit geen grote rol. Alleen wanneer we hechten aan door cariës aangetast dentine, waarbij de hybride laag vrij dik kan zijn, is dit mogelijk van enig belang.

“Er is steeds meer bewijs dat hedendaagse universele ééncomponentadhesiefsystemen even goed presteren als traditionele meerstapsadhesieven.”

Prof. Ivo Krejci

Peumans: Als het adhesief een filmdikte heeft van minder dan 10 µm, wat vaak het geval is bij universele adhesieven, bestaat er een verhoogd risico op suboptimale stabilisatie van het adhesieve grensvlak en een verminderd vermogen van de adhesieflaag om de spanning op te vangen die wordt veroorzaakt door de polymerisatiekrimp van het bovenliggende restauratieve composiet. Bovendien is de polymerisatie van een zeer dunne adhesieflaag suboptimaal als gevolg van zuurstofinhibitie.

Radiopaciteit is daarom belangrijk om een verkeerde interpretatie van recidiefcariës onder de restauratie te voorkomen, vooral wanneer de restauratie door een andere tandarts wordt beoordeeld.

Krejci: Volgens mij ligt de optimale situatie ergens in het midden. De fysische eigenschappen van een adhesiefsysteem zijn inferieur aan die van een hooggevuld restauratief composiet, waardoor dikke adhesieflagen de biomechanische eigenschappen van het restauratiesysteem kunnen aantasten. Daarom moet de adhesieflaag zo dun mogelijk zijn, maar wel dik genoeg om een volledige verbinding met het restauratieve composiet mogelijk te maken. Radiopaciteit is voordelig wanneer een adhesiefsysteem om welke reden dan ook in een dikkere laag is aangebracht of wanneer er ophoping optreedt, bijvoorbeeld in caviteitshoeken.

Er is een toenemende trend richting universele eenflesadhesieven. Welk bewijs is er voor hun slagingspercentages? Wat verstaat u persoonlijk onder een universele benadering?
Peumans: Een universeel adhesief is een verbeterd éénstaps-zelfetsend adhesief dat op verschillende manieren kan worden toegepast: volgens de ets-en-spoelmethode, de zelfetsmethode of met selectief etsen van het glazuur. Bovendien kunnen deze adhesieven chemisch hechten aan verschillende restauratieve substraten.

Het gebruik van deze universele adhesieven neemt toe vanwege hun gebruiksgemak en de mogelijkheid om verschillende applicatiemethoden toe te passen. Wat de hechtingsefficiëntie betreft, presteren deze adhesieven vrij goed in in vitro-hechtsterktetests. Bovendien vertonen ze een goede hechtingsefficiëntie in klinische onderzoeken naar niet-carieuze cervicale laesies, vooral wanneer ten minste het glazuur met fosforzuur wordt geëtst.

Ceballos García: Helaas is het aantal beschikbare klinische onderzoeksrapporten over de prestaties van adhesieven nog steeds niet zo hoog als we zouden willen, omdat dergelijke onderzoeken zeer moeilijk uit te voeren zijn. Universele adhesieven zijn al meer dan tien jaar op de markt, hoewel slechts weinig klinische onderzoeken hun langetermijnprestaties hebben geëvalueerd, voornamelijk na vijf jaar klinisch gebruik.

G-Premio BOND van GC is een universeel eenflesadhesief dat compatibel is met alle etsstrategieën. Het is geschikt voor directe adhesieve procedures, reparaties van restauraties en de behandeling van dentineovergevoeligheid. (Afbeelding: GC Europe)

G-Premio BOND van GC is een universeel eenflesadhesief dat compatibel is met alle etsstrategieën. Het is geschikt voor directe adhesieve procedures, reparaties van restauraties en de behandeling van dentineovergevoeligheid. (Afbeelding: GC Europe)

Volgens deze onderzoeken ligt het retentiepercentage van restauraties bij niet-carieuze cervicale laesies boven de 80% voor de geteste adhesieven en zelfs nog hoger wanneer de glazuurranden vooraf met fosforzuur worden geëtst.

Frankenberger: Na meerdere jaren van klinisch gebruik ben ik van mening dat universele adhesieven een zeer hoge klinische standaard hebben bereikt. Ik gebruik ze voortdurend.

Peumans: De hechtingsefficiëntie is echter materiaalafhankelijk en onderhevig aan hydrolytische degradatie. De klinische langetermijnprestaties van universele adhesieven moeten nog worden aangetoond.

Krejci: Voor mij betekent een universele benadering dat het adhesiefsysteem goed presteert op glazuur, dentine, composiet en keramische oppervlakken, met één enkele applicatie zonder aanvullende behandelingsstappen. Er is steeds meer bewijs dat hedendaagse universele ééncomponentadhesiefsystemen even goed presteren als traditionele meerstapsadhesieven.

Ceballos García: Er is een recent klinisch onderzoeksrapport waarin G-Premio BOND werd geëvalueerd. Het overlevingspercentage van cervicale restauraties die met dit adhesief waren vervaardigd, bedroeg 96,5%.²

Wat laat het wetenschappelijke bewijs zien over HEMA-vrije adhesieven, zoals G-BOND en G-Premio BOND?
Krejci: HEMA is een klein molecuul dat allergische reacties kan veroorzaken. Daarom winnen HEMA-vrije adhesieven terrein. Hoewel HEMA in de meeste adhesieven is verwerkt, is er geen bewijs dat het onmisbaar is voor een goede hechting.

Ceballos García: HEMA-vrije adhesieven zijn minder hydrofiel en zorgen daardoor voor een lagere waterabsorptie en minder hydrolytische degradatie van de adhesieflagen.

Peumans: Een systematische review van klinische onderzoeken toonde aan dat HEMA-vrije en HEMA-bevattende adhesiefsystemen vergelijkbare klinische prestaties vertoonden bij deze restauraties. Dit werd ook bevestigd in ons langlopende klinische onderzoek van 14 jaar dat ik eerder noemde.

Frankenberger: Het geheim van hun klinische succes ligt beslist niet in het feit dat ze HEMA-vrij zijn. Toch is dat mooi meegenomen.

“Daarom moeten we streven naar adhesieven die de biofilm kunnen beïnvloeden, de cariogeniteit ervan kunnen verminderen, secundaire cariës kunnen voorkomen of remineraliserende eigenschappen hebben.”

Prof. Laura Ceballos García

Wat vindt u van het gebruik van adhesieven als primer voor indirecte restauraties?
Frankenberger: In dit geval geef ik er nog steeds de voorkeur aan om afzonderlijke silanen of metaalprimers te gebruiken.

Peumans: Daar ben ik het mee eens. Het is in vitro duidelijk aangetoond dat het afzonderlijk aanbrengen van silaan op de indirecte restauratie, gevolgd door applicatie van het adhesief, resulteert in een hogere en duurzamere hechtsterkte aan de indirecte restauratie dan bij het gebruik van een adhesiefsysteem waarin silaan is verwerkt. Daarom adviseren we nog steeds om silaan en het adhesief in twee afzonderlijke stappen aan te brengen.

Wat is volgens u de volgende stap op het gebied van adhesieve tandheelkunde? In welke richting ontwikkelt het onderzoek zich?
Krejci: Zelfhechtende restauratieve composietmaterialen.

Peumans: Er wordt inderdaad veel onderzoek gedaan op dit gebied. Op dit moment blijft de hechtingsefficiëntie van deze zelfhechtende materialen echter nog achter bij die van de adhesiefsystemen die als gouden standaard gelden, in combinatie met composietmaterialen. Adhesieve bioactieve materialen vormen een ander onderzoeksgebied waarop de wetenschap zich richt.

Frankenberger: Om eerlijk te zijn, ben ik blij dat we eindelijk een goede standaard hebben bereikt met relatief snel toepasbare universele adhesieven. Voor mij is het belangrijkste aspect, naast de hechtingsprestaties zelf, een lage techniekgevoeligheid. Dit aspect is aanzienlijk verbeterd sinds de eerste eenflesadhesiefsystemen.

Laat ik het zo zeggen: we begonnen 30 jaar geleden met adhesieven die destijds als gouden standaard golden, maar daarna ging de ontwikkeling de verkeerde kant op. Snelheid kreeg prioriteit boven prestaties, wat leidde tot een onaanvaardbaar hoge techniekgevoeligheid, zoals bij wet-bondingtechnieken. Dat behoort inmiddels tot het verleden.

Tegenwoordig bieden universele adhesieven goede prestaties en een lage techniekgevoeligheid, wat uitstekend is. Natuurlijk wordt er veel geschreven over onderwerpen zoals bioactieve adhesieven. Deze vormen echter slechts een optie en zijn geen fundamentele vereiste voor toekomstige adhesiefsystemen.

Ceballos García: Ja, tegenwoordig beschikken we over adhesiefsystemen die voldoende effectief zijn voor directe en adhesieve indirecte restauraties en waarmee op eenvoudige wijze voorspelbare klinische resultaten kunnen worden bereikt. Klinisch falen is voornamelijk het gevolg van secundaire cariës of een fractuur van de restauratie of het gebitselement.

Daarom moeten we streven naar adhesieven die de biofilm kunnen beïnvloeden, de cariogeniteit ervan kunnen verminderen, secundaire cariës kunnen voorkomen of remineraliserende eigenschappen hebben. Zelfhechtende composieten zijn inderdaad een andere mogelijkheid. Hoe dan ook is er nog een lange weg te gaan.

Frankenberger: Helaas vormt de Europese verordening betreffende medische hulpmiddelen, de Medical Device Regulation, op verschillende punten een obstakel voor verdere ontwikkelingen. Klinische onderzoeken zijn bovendien veel ingewikkelder en duurder dan in de jaren 2000. Daarom ben ik er niet van overtuigd dat de ontwikkeling van nieuwe adhesieven zich in hetzelfde tempo zal voortzetten als tot nu toe.

Redactionele opmerking:

Referenties

  1. Peumans M, Van de Maele E, de Munck J, van Landuyt K, Van Meerbeek B. Fourteen-year clinical performance of a HEMA-free one-step self-etch adhesive in non-carious cervical lesions. J Adhes Dent. 2023;25(1):147–58. doi: 10.3290/j.jad.b4208859.
  2. Oz FD, Ozturk C, Soleimani R, Gurgan S. Sixty-month follow up of three different universal adhesives used with a highly-filled flowable resin composite in the restoration of non-carious cervical lesion. Clin Oral Investig. 2022 Aug;26(8):5377–87. doi: 10.1007/s00784-022-04505-x.
Tags:
To post a reply please login or register
advertisement
advertisement