Dental Tribune Netherlands

Column Erik Ranzijn: Kabouters

By Erik Ranzijn
June 21, 2021

De sluiting van de winkels had lang geleken. Velen, waaronder ik, waren blij dat we weer 'gewoon' konden winkelen, hoewel ik mijn bezoekjes aan de middenstand nooit zo noem, maar het over 'boodschappen doen' heb. Bij winkelen moet ik altijd aan golfen denken: je slentert grote afstanden en eindigt uiteindelijk achter een groot glas bier. De meest vervreemdende ervaring uit voorgaande periode was wel dat ik serieus een afspraak had gemaakt bij een filiaal van de firma B., en toen vier uur had gewacht om een pakje van zes plastic eierlepeltjes te kunnen kopen. Het ergste was nog dat ik onevenredig blij met mijn aanschaf was geweest. Ik hoefde mijn gekookte eitje niet meer met een metalen lepeltje op te peuzelen.

Ik reed naar een bedrijventerrein in een aanpalende gemeente om een grote zak hondenvoer te kopen. In het daar gevestigde tuincentrum hebben ze ook een grote sectie diervoeders en dierenbenodigdheden, vandaar. Bij de ingang stond een vriendelijke winkelmedewerkster de duwstangen van de winkelwagentjes te desinfecteren, om ze vervolgens aan de klant te geven. “Welkom terug, en veel plezier in de winkel!,” zei ze hierbij op blije toon. Dit beloofde een experience te worden. De maandenlange sleur zou met de aanschaf van vijftien kilo hondenbrokken doorbroken worden.

Om het dierenvoer te bereiken moest ik mijn karretje eerst door de tuinafdeling duwen. Eerst langs de struiken en bomen, de vijverplanten, de kleine bloeiende plantjes en het tuingereedschap om de laatste hindernis te nemen: de prullaria. Er werd een uitgebreid assortiment aan buitenlantarens, bijenhotels en Boeddha's aangeboden. Bij de tuinkabouters stond een ouder echtpaar. De man had een baard, maar géén snor, een rode wollen schippersmuts op zijn hoofd en sandalen met klittenbandsluiting. Hij vertoonde een sterke gelijkenis met de objecten op de tafel. Zijn vrouw had in elke hand een beeldje vast en bekeek ze afwisselend zeer indringend. Ze zette er eentje terug en pakte een andere om ze wederom ten opzichte van elkaar te beoordelen.

“Welke vind jij het leukst?,” vroeg ze haar man. Hij haalde zijn schouders op. “Het maakt mij niet uit. Ik ben niet zo kieskeurig,” mopperde hij. Het duurde hem duidelijk allemaal veel te lang. Het einde van de lockdown betekende voor hem geen bevrijding. De vrouw vatte zijn opmerking gelukkig niet persoonlijk op. “Deze heeft een leuker gezicht, maar deze heeft een leuker jasje aan.” De man had inmiddels net zo'n rood aangelopen hoofd als de kabouter met het leuke jasje. ”Dan neem je ze toch alle twee, ze kunnen er nog wel bij.” De frustratie van een te lang huwelijk gecombineerd met een overdaad aan kabouters, kwam vermomd als vriendelijk gebaar naar buiten. De vrouw was zichtbaar blij met deze suggestie en zette ze beide vóór in het winkelwagentje. Ze draaide ze met de gezichtjes in de rijrichting, zodat ze fijn konden kijken waar ze heen gingen. De man sjokte achter haar aan.

Toen ik met het hondenvoer in de kar richting uitgang ging kwam ik ze weer tegen bij de hengelsportartikelen. De man stond met twee hengels in zijn handen. ”Maar hoeveel hengels heb je nog nodig, Henk?” Dit was geen hobby van Henk, dit was wraak.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2021 - All rights reserved - Dental Tribune International