Column Richard Mastwijk: Tobben in box 3

Search Dental Tribune

Column Richard Mastwijk: Tobben in box 3

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
(foto: Canva/tapanakorn)
Richard Mastwijk

Richard Mastwijk

di. 1 maart 2022

save

De ooit door de SP als pretbox gekwalificeerde box 3 staat op instorten. Om uw geheugen even op te frissen: in box 3 vindt een heffing van inkomstenbelasting plaats over de vermeende inkomsten uit vermogen. Bij de introductie van deze heffing in 2001 bedroeg het vermeende rendement 4% over het vermogen. De inkomstenbelasting bedroeg 30% over dit fictieve inkomen, per saldo een heffing van 1,2% op het vermogen in box 3.

Gezien de te behalen rendementen op bijvoorbeeld aandelen, vond men deze bijtelling te laag en is de systematiek in 2017 gewijzigd. Hoe hoger het vermogen, hoe hoger het rendement zou moeten zijn. Voor ondernemers zonder pensioenfonds, waaronder tandartsen, vindt de opbouw van een deel van het benodigde pensioenkapitaal vaak plaats binnen box 3. Dit kan ook samenvallen met het moment waarop de praktijk wordt beëindigd en de waarde wordt verzilverd. Als de pensioenhorizon in zicht komt, kan het verstandig zijn om het risico van beleggen in aandelen te vermijden. Voor veel mensen betekent dit een spaarrekening. Deze spaarrekening geeft echter geen rente en boven de € 100.000,- moet zelfs een rente aan de bank worden betaald. Stel: er is een bedrag van € 400.000,- apart gezet ter compensatie van het gemis van een pensioenuitkering. Aan de bank wordt een vergoeding betaald van € 1.500 (0,5% over € 300.000,-). De bijtelling in box 3 komt uit op een bedrag € 14.054,- (1,8% over € 50.650,- en 4,4% over € 298.700,-). Hierover wordt € 4.357,- (31% over € 14.054,-) betaald aan inkomstenbelasting. Bij een gemiddeld inflatiepercentage van 5% (Eurozone) is de koopkracht van het spaargeld met € 20.000,- gedaald. In totaal is er bijna € 26.000,- verdwenen, zonder maar één cent van de spaarrekening te hebben aangesproken. Per saldo een verlies van 6,5%! Natuurlijk wordt dit effect in het bijzonder beïnvloed door de oplopende inflatie en de negatieve rente. Maar daar lijkt nog niet direct een einde aan te komen. Ook los van deze bijzondere omstandigheden is deze heffing al jaren onderwerp van gesprek en inzet van procedures. In december 2021 heeft de Hoge Raad bepaald dat de vermogensrendementsheffing in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod. Dit stelt de overheid voor een fiks probleem en een mogelijk gat in de begroting van 4 miljard euro. De oplossing lijkt te worden gevonden in het belasten van het werkelijk gehaalde rendement: het systeem zoals dat bestond voor 2001. Helaas ziet staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst Marnix van Rij geen mogelijkheden om de heffing in box 3 op korte termijn aan te passen. Dit wordt mede veroorzaakt door achterstallig onderhoud van de ICT-systemen. Wellicht sluiten deze oude ICT-systemen nog prima aan bij de eerdere heffingswijze.

Richard Mastwijk

Consultant en partner bij van helder

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement