“Goede vertrouwensrelatie is het fundament voor preventie”

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

I agree(Required)
This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Ingrid van Essen. (foto: Elisabeth Lanz)
Reinier van de Vrie

By Reinier van de Vrie

Mon. 6. December 2021

save

Eerst stilstaan, om later te versnellen. Investeren in een vertrouwensrelatie betaalt zich later uit. Daarvan is Ingrid van Essen overtuigd, vanuit haar ervaring als gedrag- en communicatiedeskundige en uit haar persoonlijke ervaringen bij de tandarts. Op het congres Kindertandheelkunde2022 in februari houdt ze de eerste presentatie. Dental Tribune sprak met haar over hoe zorgverleners met patiënten de verbinding aan kunnen gaan.

Hoe bent u betrokken geraakt bij de tandheelkunde?
Een paar jaar geleden werd ik voor een tandheelkundecongres gevraagd om te spreken over hoe je pubers motiveert tot tandenpoetsen. Dat sloeg enorm aan. Dat verhaal heb ik vervolgens in een regiotour op nog vier plekken gehouden. Zo ben ik nu door Paul Kalker gevraagd om te spreken op het congres Kindertandheelkunde2022.

Wat wordt de kern van uw lezing op dat congres?
De kern van mijn boodschap is dat een goede vertrouwensrelatie het fundament is voor preventie, en dus de basis voor een gezond gebit. Het is belangrijk om in te zetten op die relatie. Vanuit een systemische blik geef ik aan hoe je dat doet in een mondzorgpraktijk waar jonge kinderen met hun ouders bij de tandarts of mondhygiënist komen. Een goed contact met zowel het kind als met de ouders is dan essentieel voor een goed resultaat.

Dan heb je te maken met drie verschillende partijen en belangen…
Dat klopt. Het kind en de ouder zijn onderdeel van een familiesysteem, de zorgverlener is onderdeel van zijn werksysteem. Die verschillende systemen hebben verschillende normen, waarden en achtergronden. Met een systemische bril kijk je naar het gedrag dat iemand (nog) niet laat zien. Je stelt dan vragen om te zien wie de ander ook is. Iemand is namelijk niet alleen zijn gedrag. Dat moet je altijd in een context plaatsen. Het is heel belangrijk om echt je patiënt centraal te zetten en zijn persoonlijke verhaal te kennen. Wees oprecht nieuwsgierig en investeer in de relatie, zodat je gedrag beter begrijpt en daarop kunt reageren. Je wilt immers dat een ouder met een klein kind terug blijft komen. Die ouder moet zich daarom prettig en veilig voelen. Een warme band tussen patiënt en tandarts is belangrijk. Wat vaak vergeten wordt, is dat sommige ouders het heel spannend vinden om met hun kind naar de tandarts te gaan.

Wat vinden ze dan spannend?
Ik neem mezelf als voorbeeld. Als kind heb ik een trauma opgelopen voor de tandarts. Mijn vader had een heel slecht gebit. Op een dag kwam hij thuis met de mededeling dat hij al zijn tanden moest laten trekken, want hij kreeg een kunstgebit. Als zesjarig meisje zie ik hem nog thuiskomen. Ik zag alleen maar pijn en bloed. Uit schaamte werd er thuis verder niet over gepraat. Mijn moeder waarschuwde mij – met alle goede bedoelingen en intenties – dat als ik niet goed poetste dit me te wachten stond. Zo ging ik dus doodsbang naar de tandarts. Stel dat ik een gaatje had… Er is nooit aan me gevraagd hoe ik het vond om bij de tandarts te zijn. Ook niet toen ik volwassen was. Bang zijn hoorde erbij. Dat liet ik niet merken, maar het heeft er in geresulteerd dat ik een hele tijd niet naar de tandarts ben gegaan. Totdat ik zelf kinderen kreeg en met hen naar de tandarts moest. Die voelden feilloos mijn angst aan. De tandarts zag dat ook en was de allereerste die vroeg waarom ik zo bang was. Toen heb ik mijn verhaal in een apart gesprek zonder kinderen verteld. Hij neemt dat uitermate serieus en houdt er altijd rekening mee. Ik ben nog steeds geen fan van de tandarts, maar ik ga. Mijn tandarts keek dus echt met een systemische blik en zag de dynamiek dat mijn kinderen bang waren voor de tandarts, omdat ze die angst van mij hadden overgenomen.

Wat raadt u mondzorgverleners aan om te doen met bange ouders?
Mijn tandarts adviseerde om de vader van mijn kinderen mee te laten komen. Dat werkte goed, want die is niet bang. Sommige tandartsen laten bange ouders in de wachtkamer. Dat begrijp ik wel, want lastig of paniekerig gedrag van ouders slaat over op de kinderen. Maar het zou een signaal moeten zijn om met die ouders in gesprek te gaan hoe hun ervaringen zijn. Dan ben je niet direct met inhoud bezig, maar investeer je wel in de relatie. Vaak wordt onderschat dat mensen tandartsbezoek lastig vinden. Bijna niemand gaat ontspannen naar de tandarts. Als praktijk wil je toch een veilige situatie creëren? Ik wil inzicht geven in hoe je dat kunt doen en wat de do’s-and-don’ts zijn in de communicatie. Als zorgverlener moet je je heel erg bewust zijn van je eigen gedrag, want daarin laat je ook emoties zien. En het gaat niet alleen om rust in de behandelkamer, maar ook eromheen. Het hele team moet je een veilig gevoel geven en moet laten merken dat het oké is om bang te zijn of het spannend te vinden. Een kind voelt dat onbewust en direct aan.

Hoe pak je het aan als ouders goed poetsgedrag en goede mondhygiëne bij jonge jongeren niet voor elkaar krijgen?
Probeer dan eerst te achterhalen waarom ouders het niet voor elkaar krijgen. Daarbij is loyaliteit heel belangrijk, val een ouder nooit af. Vraag waarom het niet lukt. Geen opgeheven vingertje, maar een echt open gesprek. Vraag ook het kind waarom het niet wil poetsen. Ga na hoe het tandenpoetsritueel eruit ziet. Probeer er begrip voor op te brengen dat tandenpoetsen misschien wel saai is en lang duurt. Probeer te achterhalen waarom een kind zich slecht gedraagt. Ik hanteer altijd het motto dat iemand iets slecht verdraagt als hij zich slecht gedraagt. Vraag naar het verdragen. Misschien vindt het de tandarts niet aardig of poetst moeder te hardhandig. Stel open en neutraal veel onbevooroordeelde vragen. Geef ruimte en neem ouder en kind serieus. Het werkt niet contact-bevorderend als je alleen maar aangeeft dat tandenpoetsen nou eenmaal moet gebeuren.

Gelooft u erin dat een ritueel kan veranderen door gesprekken te voeren?
Daarvoor baseer ik me op de basisbehoeften van mensen uit de psychologie. Mensen willen zich verbonden voelen en ergens graag bij horen, ze willen autonomie in zelf keuzes kunnen maken, en ze willen zich competent voelen. Daar moet je je als zorgverlener van bewust zijn in gesprekken. Zit ik nog op de relatie, geef ik anderen – ook kinderen – de regie? Als je bijvoorbeeld erkent dat een kind tandenpoetsen niet leuk vindt, voelt het zich gezien, gehoord en serieus genomen. Vervolgens staat een kind echt wel open voor de boodschap dat het wel belangrijk is om te poetsen. Leef je in in de belevingswereld van het kind thuis. Laat het zien hoe het thuis poetst. Door het stellen van vragen dwing je de ander om actief na te denken over andere mogelijkheden en is er veel meer ruimte om het anders te gaan doen. Hoe zou poetsen bijvoorbeeld leuker kunnen worden? Dan bedenken ze bijvoorbeeld zelf dat ze een lievelingsliedje van twee minuten willen horen tijdens het poetsen. Alleen zeggen dat iets moet, werkt niet. ‘Ik moet helemaal niks…’ Dat geeft weerstand en frustreert de eigen autonomie. Als je mensen ruimte geeft, zijn ze echt wel bereid om te bewegen. Neem een neutrale en rustige houding aan. Maar dat vraagt wel iets van je.

Dat kost toch wel behoorlijk wat tijd, die gesprekken…
Absoluut, maar in het begin is dat zo ontzettend belangrijk, want het gaat om een goede vertrouwensrelatie met je patiënten, zoals gezegd het fundament. In het begin zal je wellicht wat meer tijd kwijt zijn om de achtergrond van een patiënt in kaart te brengen. Maar daar kun je wel steeds op terugkomen. Het is eerst even stilstaan om uiteindelijk die versnelling te kunnen maken. Ik vind het nog steeds heel eng om naar mijn tandarts te gaan, maar omdat hij zo aardig en empathisch is en geen oordeel geeft, en ik weet dat mijn angsten niet reëel zijn, ga ik toch iedere keer weer en laat ik alles doen wat er moet gebeuren. Voor mij is ook belangrijk dat hij uitlegt wat hij doet en waarom. Dat kun je ook bij kinderen doen. Je kunt ze ook instrumenten laten zien en vastpakken. Dat kost wat tijd, maar op de lange termijn heb je daar absoluut profijt van.

Werkt dat bij pubers ongeveer hetzelfde of moet je die op een heel andere manier motiveren?
Dreigen met tandproblemen over tien jaar werkt bij pubers niet. Pubers leven heel erg in het nu en die moet je echt op het moment pakken. Heel simpel: als je niet twee keer per dag je tanden poetst of als je schadelijke frisdrank drinkt, krijg je een slechte adem en dat zoent niet lekker. Daar zijn ze wel gevoelig voor. Een slechte adem is echt het haakje bij een puber. Een puber doet zijn best voor een goede mondhygiëne als hij de tandarts aardig vindt. Wat belangrijk voor hen is, is dat ze echt worden gezien, niet als patiënt maar als mens. Mijn dochter ging op zestienjarige leeftijd naar de tandarts en vond het zo knap dat hij van haar vorige bezoek nog precies wist hoe het met haar Engels ging. Dat is investeren in relaties, iemand echt zien en je verplaatsen in het verhaal van de ander. Pubers vinden dat heel fijn. Wat heel erg helpt is om open vragen te stellen, opties aanbieden of plaatjes laten zien als ze dat willen. Niet zomaar een advies geven, maar vragen of het goed is om een advies te geven. Even toestemming vragen en niet praten in dit of dat moeten of niet moeten. Bij pubers luistert dat nog nauwer.

Moeten mondzorgverleners zichzelf ook kwetsbaar durven opstellen?
Zeker, het gaat er om dat je als zorgverlener bereid bent echt empathisch te luisteren naar gevoelens van anderen. Dat lukt alleen als je jezelf ook kunt verbinden met gevoelens als schaamte, angst of verdriet. Het gaat om herkenning. Je hebt zelf mogelijk vliegangst of bent bang voor slangen of spinnen. Dan kun je zeggen dat je de angst van een patiënt kent of begrijpt, zonder dat het een trucje is. Dan moet je dus op zoek naar de kwetsbaarheid bij jezelf. Een andere vorm van kwetsbaarheid is een stukje metacommunicatie. Als je merkt dat mondhygiëne niet verbetert, kun je jezelf ook kwetsbaar opstellen door te vragen of je iets misschien beter kan doen of iets beter moet uitleggen. Bij mijn tandarts weet ik dat mijn angst er mag zijn. Hij begrijpt het en zegt dat hij het gevoel van angst ook kent, zonder daar verder op in te gaan. Hij erkent dat het een heel naar gevoel is. Dat begrip maakt me al een stuk rustiger en schept veiligheid en vertrouwen.

Mensen willen wel veranderen maar niet veranderd worden, schrijft u op uw website. Dat is best lastig bij zoiets praktisch als een goede mondhygiëne. Toch gewoon een paar regels opvolgen om je gebit schoon te houden?
Voor mij is dat ook heel normaal, het hoort toch gewoon bij de opvoeding en is je taak als ouder. Maar wat je als zorgverlener normaal vindt, hoeft iemand anders niet normaal te vinden. Dan kom ik weer op het systeemdenken. Als je zelf uit een gezin komt waar je ouders niet zoveel met je naar de tandarts gingen of weinig aandacht hadden voor mondhygiëne, dan zitten daar zoveel emoties en gedachten achter. Mensen willen best veranderen, maar dan willen ze wel zelf eerst de zin ervan inzien. Daar helpt dus goede voorlichting in, educatie en uitleggen, want sommige mensen hebben echt geen idee. Als je als professional uitstraalt dat goede mondhygiëne normaal is, geef je als signaal eigenlijk af dat het niet oké is als je dat niet vindt. Maar als je een professionele verbinding wilt en probeert na te gaan waarom iemand iets doet, heb je daarin dus ook zelf een serieuze taak. Als je alleen aangeeft wat er moet gebeuren en er verder niet over praat, ben je niet in verbinding. Mensen veranderen niet als ze het nut er niet van inzien. Ja, één of twee keer, maar daarna vervallen ze weer in oud gedrag.

Dat vergt wel heel veel van zorgverleners…
Absoluut, absoluut. Je neemt jezelf mee en komt jezelf steeds weer tegen. Je gedrag lokt emotie uit. Je ziet van alles voorbij komen, je contactmomenten zijn kort, er wordt ontzettend veel van je gevraagd en je wilt je graag met je vak bezighouden en dat mensen een goede mondhygiëne hebben… en dan krijg je te maken met mensen die – om welke reden dan ook – daarin niet meegaan.

U geeft aan dat je honderd procent verantwoordelijk bent voor de boodschap die je overbrengt. Wat bedoelt u daarmee voor de tandheelkunde?
Als je merkt dat je boodschap niet goed is overgekomen moet je je altijd afvragen of je wel goed hebt gecommuniceerd, of je misschien niet te kritisch bent geweest of iets over het hoofd hebt gezien. Dat kun je herstellen door er de volgende keer op terug te komen en aan te geven dat je het gevoel hebt het niet goed besproken te hebben. Dat is jouw verantwoordelijkheid. Je wijst niet de ander als enige schuldige aan, maar je vraagt je ook af wat je eigen rol is. Reflectie dus op hoe je het anders of beter had kunnen doen. Maar je kunt ook tot de conclusie komen dat je het goed hebt gedaan. Daarbij moet je ook kijken hoe de communicatie van het hele team of organisatie onderling is geweest. Want heel vaak zie je wat zich achter de coulissen afspeelt terug op het toneel.

U bent moeder van vier pubers. Zorgen die uit zichzelf een beetje goed voor hun gebit?
Ja, maar echt ook wel door de interventie van onze tandarts toen ze kleiner waren. Ze hebben het geluk dat ze de tandarts ook echt heel leuk vinden. Die zien ze echt als mens. Dus ze doen braaf wat er moet gebeuren. Maar heel eerlijk, ze vinden het ook niet leuk als ze volgende week naar de tandarts moeten. En dat begrijp ik maar al te goed.

Congres Kindertandheelkunde2022

Op vrijdag 4 februari vindt het door Bureau Kalker georganiseerde congres Kindertandheelkunde2022 plaats, in RAI Congrescentrum, Amsterdam. Ingrid van Essen is de eerste spreker op het congres. Verder spreken er Lina Jasulaityte, dr. Clarissa Bonifácio, dr. Ir. Manon van Eijsden, ir. Michelle van Roost, dr. Dien Gambon en Arie Riem.
Meer informatie: www.kindertandheelkunde2022.nl.

 

Biografie Ingrid van Essen

Ingrid van Essen is gedrag- en communicatiedeskundige. Ze is afgestudeerd als historicus. De eerste jaren van haar beroepscarrière gaf ze geschiedenis op het Haarlemmermeer Lyceum in Hoofddorp. Vanaf 2006 is ze zich gaan specialiseren in onder meer Transactionele Analyse, Systemisch werken, NLP en Lichaamswerk. Ze werkt nu als coach en trainer op het gebied van persoonlijk leiderschap, communicatie en teamontwikkeling in met name het onderwijs en de zorg. Ze schreef meerdere boeken over gedrag, relatie en communicatie. Ze is een veelgevraagd spreker op congressen. Zie verder: www.ingridvanessen.nl.

Angst Congrès Gezond gebit Kindertandheelkunde Preventie Vertrouwen Vertrouwensrelatie

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *