Dental Tribune Netherlands

“Preventie is het vertrekpunt van mondzorg”

By Claudia Liberova en Inez Beckers
September 12, 2021

Een belangrijke zwakte van onze zorg is de focus op ziekte en het verlenen van zorg, schrijft VWS in de discussienota Zorg voor de Toekomst. Geldt dit ook voor de mondzorg? En wat zijn belangrijke volgende stappen op het gebied van preventie binnen de mondzorg? Dental Tribune sprak met Manon van Splunter-Schneider, voorzitter van NVM-mondhygiënisten, en Dagmar Else Slot (aangesteld als hoogleraar Preventie in de mondzorg) als reactie op de discussienota.

In het najaar van 2020 publiceerde het ministerie van VWS de discussienota Zorg voor de Toekomst, waarin het een beknopte probleemanalyse en uiteenlopende beleidsopties bespreekt omtrent de Nederlandse gezondheidszorg. Het ministerie schrijft dat er een beweging nodig is van de huidige focus op ziekte en zorg naar het bevorderen van gezondheid en welbevinden. Het moet minder gaan om ‘de patiënt’ en meer om ‘de mens’ en hoe hij of zij invulling wil geven aan zijn of haar leven. Dat vraagt onder andere om een betere inbedding van preventie in de Nederlandse gezondheidszorg.

“Binnen de mondzorg is preventie het vertrekpunt,” zegt Manon van Splunter-Schneider, voorzitter van NVM-mondhygiënisten. “Het voorkomen van problemen in de mond begint bij mensen thuis, bij bewustwording en gedragsverandering.” Op persoonlijke titel voegt Dagmar Else Slot, ACTA-hoogleraar Preventie in de mondzorg, toe: “Preventie is niet alleen het voorkomen, maar ook het beperken van schade en het vroegtijdig signaleren van aspecten die tot schade zouden kunnen leiden.”

Collectieve preventie

Als je mondzorg vergelijkt met andere zorgsectoren zijn we naar de mening van Van Splunter en Slot al een heel eind op weg. “Door het systeem van twee controlemomenten per jaar ligt de focus al aardig op preventie in de mondzorg,” zegt Van Splunter. “We kijken niet alleen of er schade is, maar ook bijvoorbeeld naar welke risico’s iemand loopt. Op dat gebied gaat het goed, maar het kan zeker beter. De mondzorg is nu heel erg gericht op individuele behandelingen en er mag veel meer aandacht naar collectieve preventie. Het is belangrijk dat iedereen de boodschap meekrijgt dat je zelf de grootste preventiespecialist bent en hoe belangrijk het is om een gezonde mond te hebben.”

Bij de mondcontrole dient er wat Van Splunter betreft niet alleen gekeken te worden naar wat er mis is, maar ook naar bijvoorbeeld de zelfzorg, het voedingspatroon, medicatie en welke invloed dat op het lichaam heeft. “Preventie wordt pas preventie als het gericht is op gedragsverandering en er gekeken wordt naar de hele mens.”

NVM-mondhygiënisten benoemt in haar reactie dat preventie is verworden tot een containerbegrip. Slot beaamt het containerwoord gevaar, alom gebruikte definities en een gezamenlijke stip op de horizon zouden een boost geven aan preventie in de mondzorg. De beroepsvereniging pleit voor een onderscheid in de verschillende soorten preventie, omdat voor deze verschillende soorten ook verschillende knelpunten gelden.

Knelpunten mondzorg

De discussienota van VWS noemt een aantal knelpunten waarop veel winst te behalen valt met betrekking tot preventieve zorg. Als eerste noemt VWS de sterke productieprikkels. In de bekostiging van een belangrijk deel van de zorg zijn de productieprikkels groot, waardoor de zorg te veel kenmerken van een ‘verdienmodel’ heeft gekregen. Slot reageert: "Naar mijn mening is door de marktwerking en het huidige verrichtingssysteem het risico op een ‘verdienmodel’ binnen de mondzorg wel aanwezig. Voorop staat, waar gewerkt wordt, mag verdiend worden, maar nu is het ondernemerschap en het ondernemersrisico binnen de mondzorg wel veelal beperkt. Daar tegenover staat ook een kwaliteitssysteem dat voor verbetering vatbaar is en regelmatig op weerstand vanuit de professie stuit. Denk hierbij aan de aversie voor een vorm van verplichte bij- en nascholing. We verliezen in de mondzorg af en toe uit het oog wat ‘normaal’ is in andere sectoren zowel qua verdienen als met betrekking tot kwaliteitseisen. De marktwerking en het huidige verrichtingssysteem kan daarmee een bedreiging zijn om de preventie optimaal tot zijn recht te laten komen."

Van Splunter blijft liever weg van de term ‘verdienmodel’. “Iedereen werkt in principe om een salaris te verdienen. Ik denk wel dat de zorg te veel gericht is op ziekte en herstel en dat die focus verlegd moet worden naar gezondheid en voorkomen.”

Als tweede knelpunt noemt VWS dat onheldere verantwoordelijkheden van verschillende partijen op het gebied van preventie leiden tot onduidelijkheid over wie initiatief moet nemen voor het aanbod en wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en coördinatie ervan. Van Splunter benoemt dat mondzorg onderdeel is van een veel groter stelsel. “Veranderingen in het zorgmodel beginnen bij VWS, wat betreft het beleid en de vergoeding van de mondzorg. Het ministerie van OCW gaat over opleidingsplaatsen, dus over hoeveel zorgverleners er opgeleid worden. Als NVM-mondhygiënisten hebben we er altijd voor gepleit om meer mondhygiënisten op te leiden, maar er moeten ook voldoende tandartsen zijn. Het is belangrijk om te kijken naar de verhouding tussen curatieve en preventieve specialisten.”

Nog een knelpunt dat in de nota genoemd wordt is dat er sprake is van onderinvestering in preventie door zorgaanbieders en zorgfinanciers. Slot is het ermee eens dat er gekeken zou moeten worden naar het vergoedingssysteem, zodat preventie meer oplevert. “De vraag is of problemen altijd te voorkomen zijn en of iemand daar dan financieel voor gestraft moet worden. Aan de andere kant, als iemand een probleem heeft en dat netjes wordt opgelost, moet diegene wel gecompenseerd worden.” Het is echter tot op heden nog verdomd lastig meetbaar of meetbaar te maken.

Meer reacties

Naast deze in de nota genoemde knelpunten werden in reacties op de discussienota ook nog andere problemen aangedragen. TNO noemt bijvoorbeeld dat op dit moment door de overheid en instanties onvoldoende gestuurd wordt op geïntegreerde vroege preventie op maat, ondersteund door bijvoorbeeld een wetenschappelijke onderbouwde en datagedreven inzet om sociale en gezondheidsproblemen te voorkomen. In de reactie van het Radboudumc wordt benoemd dat in de nota het knelpunt van klimaat en milieu mist: “De discussienota zou er rekening mee moeten houden dat we in een ‘klimaat-pandemie’ überhaupt niet meer aan de huidige standaard van kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid kunnen voldoen.”

Volgens het Zorginstituut is de betaalbaarheid een groot knelpunt dat wordt gemist in de nota: “Wanneer de grens van wat de samenleving kan opbrengen, is bereikt, zal het maximaal inzetten op doelmatigheidswinst niet kunnen voorkómen dat het soms nodig is om nee te zeggen tegen zorg, hoe passend die wellicht ook is.”

Volgende stappen

Om de mondzorg meer preventiegericht te krijgen, hebben bovengenoemde knelpunten aandacht nodig. In de discussienota wordt een aantal denkbare beleidsopties genoemd ter bevordering van de preventie en gezondheid, waaronder een regionale aanpak voor de uitvoering en financiering van preventieactiviteiten. Daarnaast is een optie om een wettelijke taak vast te stellen voor zorgverzekeraars om mee te werken aan de regionale samenwerkingsstructuur en mogelijk ook overheidsmaatregelen voor meer gezonde keuzes, zoals het beperken van het aanbod van ongezonde voedingsmiddelen. Van Splunter en Slot beamen dat er meerdere partijen betrokken zijn bij het veranderen van het huidige zorgmodel. Van Splunter: “De overheid speelt een belangrijke rol met het opstellen van een kader en daarnaast spelen zorgverleners een heel belangrijke rol. De mondhygiënist zou meer naar voren moeten komen in het zorgproces als je kijkt naar de noodzaak van preventie. Zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor het stimuleren van preventie. Nu is het zo dat er vaak beperkingen op preventieve behandelingen worden gezet. Verder kunnen scholen een rol spelen in de opvoeding van kinderen met het meegeven van onder andere zelfverzorging en informatie over het voedingspatroon.”

NVM-mondhygiënisten schrijft in haar reactie op de discussienota dat kinderen op school het belang van een dagritme, het maken van gezonde keuzes, persoonlijke verzorging en de noodzaak van voldoende beweging aangereikt zouden moeten krijgen. Daarbij geeft ze aan dat door het loslaten van het labelen van collectieve preventiegelden gemeenten nu vooral inzetten op grote thema’s als obesitas, alcoholgebruik en roken en de overige thema’s als de preventieve mondzorg zijn losgelaten. Een minimale landelijke verdeelsleutel in aandachtsgebieden met een bandbreedte kan hier volgens NVM-mondhygiënisten een oplossing voor zijn.

Basispakket?

Op de vraag of de preventieve tandheelkundige zorg in het basispakket zou moeten zitten, zijn de meningen verdeeld. Slot is voor een sociaal-maatschappelijke samenwerking waarbij een deel van de mondzorg in het basispakket komt, bijvoorbeeld de mondhygiëne-instructie. “Maar die moet dan wel ook gedaan worden en er moeten goede afspraken gemaakt worden over wat die inhoudt,” voegt Slot toe. "Dit stimuleert immers de zelfzorg."

Van Splunter is meer voorstander van het richten op goede zelfzorg bij de jeugd, wat wel in het basispakket is opgenomen, zodat iedere volwassene zelf goed het gebit kan verzorgen. “Op het moment dat tandheelkundige zorg in het basispakket komt, stort het systeem van de aanvullende verzekering in. Gezien de kosten en bezuinigingen blijft er waarschijnlijk een heel minimaal pakket over en daar zijn patiënten niet bij gebaat. Mensen die tandheelkundige zorg niet kunnen betalen, hebben waarschijnlijk grotere hulp nodig dan een minimale dekking. Als het niet opgenomen wordt in het basispakket, maar via aanvullende hulp vanuit gemeenten, kan er een completere oplossing georganiseerd worden voor degenen die het echt nodig hebben.”

 

De drie belangrijkste vervolgstappen voor preventie in de mondzorg volgens Manon van Splunter-Schneider:

  1. Het voeren van een goede discussie over het begrip preventie, om te voorkomen dat het een containerbegrip wordt.
  2. Preventie meer aanbieden bij mensen thuis en in het onderwijs, om de zelfzorg en bewustwording te stimuleren.
  3. Doorpakken op de nota, zodat er uiteindelijk echt een omslag naar preventie in het systeem gemaakt kan worden.

 

De drie belangrijkste vervolgstappen voor preventie in de mondzorg volgens Dagmar Else Slot:
  1. Stoppen met de competitie op beroeps- en beleidsmatig niveau en meer elkaars kwaliteiten respecteren en gebruiken.
  2. Een eenduidige wijze van verslaglegging en notatie met gebruik van parameters uit de huidige praktijk.
  3. Een duidelijke richtlijn over zelfzorg op het gebied van mondhygiëne.

 

Personeelstekort

Ondanks de stijgende zorgvraag en het personeelstekort binnen de mondzorg, denken Slot en Van Splunter dat een verandering van het huidige zorgmodel naar meer preventieve zorg mogelijk is. Slot: “Er is een tekort aan zowel tandartsen als mondhygiënisten in sommige delen van Nederland, maar we mogen ook kritisch kijken naar onze eigen taken in de praktijk. Er zijn in Nederland ook veel preventieassistenten, dus als we die beter en misschien wel anders inzetten en de taakverdeling beter inrichten kan er beter gebruik worden gemaakt van de huidige competenties van mondzorgverleners. Op die manier zijn er misschien minder mensen nodig dan van tevoren gedacht is.”

Van Splunter benoemt dat er ook minder zorgverleners nodig zijn wanneer er meer op preventie gericht wordt in plaats van op curatieve zorg. “Preventie is primaire, secundaire en tertiaire zorg, gericht op zowel het individu als het collectief. De basis van toekomstbestendige zorg is naar mijn mening dat er meer gebruikt wordt gemaakt van de bestaande beroepen en dat er met een integrale kijk wordt gewerkt, waarbij mondzorgverleners kennis hebben van de andere rollen die er zijn, ook buiten hun eigen vakgebied, en er goed samengewerkt wordt.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2021 - All rights reserved - Dental Tribune International