Dental Tribune Netherlands

Kinderboeken over de tandheelkunde: “Ik wil de tandarts een positief imago geven”

By Laura van Dee
April 17, 2013

LEEUWARDEN – Kinderboeken worden gezien als een belangrijk onderdeel van de opvoeding. Zij geven het opgroeiende kind een – vaak pedagogisch verantwoord – beeld van wat het in de nabije of verre toekomst te wachten staat. Zo geven kinderboeken inzicht in de beginselen van het verkeer, het omgaan met andere mensen en het herkennen van dierengeluiden. Wat leren kinderboeken eigenlijk over de tandarts? Spelen zij in op de nog steeds wijdverbreide opvatting dat de tandarts ‘eng’ is, of geven zij een ander signaal? Dental Tribune ging op onderzoek uit.

Een zoekopdracht naar ‘tandarts’ en ‘kinderboek’ levert in de online boekhandel zo’n twintig hits op. Blijkbaar is de tandheelkunde ook voor het kinderboek een dankbaar onderwerp. Wat opvalt is dat veel kinderboeken negatieve titels hebben, zoals Bang voor de tandarts en De tandarts is een monster. Net zo opvallend is een titel die zorgt voor een heel ander geluid: De Vrolijke Tandensalon. De auteur van dit boek is Astrid Kuiper, preventie-assistente en BVE-docent aan het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde (CBT) in het Medisch Centrum Leeuwarden. Zij vertelde aan Dental Tribune dat zij de titel opzettelijk heeft gekozen. “Ik wil de tandarts een positief imago geven. Veel kinderen zijn onterecht bang. Naar de tandarts gaan moet leuk en laagdrempelig zijn,” vindt Kuiper.

In De Vrolijke Tandensalon heeft de schrijfster praktijkervaringen, zoals kinderen die zich schamen voor de knuffel die ze meenemen naar de tandarts en kinderen bij wie een stukje tand is afgebroken, vermengd met voorlichting. Allerlei dieren – zoals een konijn, katten en een mol – en zelfs een agent brengen een  bezoek aan de tandarts.  “Kinderen identificeren zich graag met dieren,” verklaart Kuiper. “Op het CBT werk ik regelmatig met een handpop, een hond, waarop ik laat zien welke handeling ik ga uitvoeren. Dat heeft een positief effect.” Volgens Kuiper is de kracht van kinderboeken over tandheelkunde dat ze afleiding bieden in de wachtkamer en kinderen ook wat kunnen leren over mondverzorging. “Die voorlichtingscomponent ontbreekt uiteraard in ‘gewone’ kinderboeken,” aldus Kuiper. “Bovendien communiceer je met dit soort boeken in de wachtkamer naar ouders dat je als mondzorgpraktijk voorlichting belangrijk vindt.”

Gert Stel, tandarts-pedodontoloog aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, sluit zich daarbij aan. “Kinderen maken door boeken ook thuis of op school al op jonge leeftijd kennis met het fenomeen ‘tandarts’, waardoor ze goed op een eerste bezoek worden voorbereid.” Ook bij het UMCG liggen kinderboeken in de wachtkamer, bijvoorbeeld Silke bij de tandenpoetsjuf, een boek over mondverzorging bij schisis en ook van de hand van Kuiper.

Het is volgens Stel belangrijk dat ouders kinderen al op jonge leeftijd meenemen als ze voor een periodiek mondonderzoek naar de tandarts gaan, zodat kinderen spelenderwijs kennis maken met de tandarts en de praktijk. “Dat eerste contact hoeft overigens niet per se door de tandarts gelegd te worden, ook de mondhygiënist of de preventieassistent kan dat doen.” Stel ziet ook mogelijkheden in websites en apps om contact te zoeken met de belevingswereld van kinderen en jongeren. “Een praktijk kan bijvoorbeeld een aparte kinderpagina op de website maken.”

Kuiper vraagt kinderen bij de eerste afspraak in welke groep ze zitten op school en of ze een juf of meester hebben, zodat er vertrouwen ontstaat. Vervolgens stelt ze zich voor als de ‘tandenpoetsjuf’. Kuiper denkt niet dat er tegenwoordig meer bange kinderen zijn dan vroeger. Wel denkt ze dat angstige kinderen nu meer opvallen door het bestaan van tandheelkundige centra, zoals het CBT Leeuwarden, die gespecialiseerd zijn in angstige patiënten. “Veel mensen weten inmiddels van het bestaan van deze centra af. We kampen dan ook met een wachtlijst van drie maanden,” aldus Kuiper.

Soms komt tandartsangst van een kind door een vervelende ervaring, vertelt Kuiper, maar ook regelmatig doordat ouders hun kinderen de boodschap overdragen dat de tandarts eng is. “Als een moeder tegen haar kind zegt: ‘Déze mevrouw doet je geen pijn hoor’, wordt daarmee al geïmpliceerd dat mondzorgprofessionals in principe wél pijn doen.” Daarmee wordt het negatieve imago van de tandarts niet bestreden, maar juist in stand gehouden.

Omdat ouders vaak aan kinderen voorlezen, heeft Kuiper ook voor hen boodschappen in het boek verwerkt, bijvoorbeeld over de gevolgen van limonade in zuigflesjes voor het kindergebit: “Tandarts Sjaan ziet de zuigfles en weet je wat ze zegt? ‘Steeds slokjes zoet drinken is voor je gebit heel erg slecht! Ontbijt, middag- en avondeten én vier keer iets tussendoor op een dag, dat is geen probleem voor tanden en kiezen, dat is oké, dat mag.’” Kuiper merkt dat ouders vaak onvoldoende weten over mondgezondheid. Zo is bij weinigen bekend dat het aantal eet- en drinkmomenten per dag tot maximaal zeven beperkt moet worden. Ze heeft het boek bewust op rijm geschreven, zodat ook minder taalgevoelige ouders het kunnen voorlezen.

Kuiper heeft goede reacties ontvangen op De Vrolijke Tandensalon, omdat het lezers opvalt dat het erg positief geschreven is. “De Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde heeft me bijvoorbeeld een enthousiaste mail gestuurd. En misschien gaat het boek vertaald worden in het Frans en hertaald in het Vlaams!” verklapt Kuiper.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2021 - All rights reserved - Dental Tribune International