“Endo’s zijn voor mij een soort zen-activiteit”

Search Dental Tribune

“Endo’s zijn voor mij een soort zen-activiteit”

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Het huidige bestuur van de NVvE. Tweede van rechts de nieuwe voorzitter, Ellemieke Hin.
Tessa Vogelaar

By Tessa Vogelaar

wo. 12 september 2018

save

Sinds maart 2018 mag Ellemieke Hin zich voorzitter noemen van de Nederlandse Vereniging voor Endodontologie (NVvE). Een nieuwkomer was de tandarts-endodontoloog met eigen verwijspraktijk in Heemstede echter niet. Al sinds 2014 is ze er bestuurslid. Bovendien was ze als richtlijncommissievoorzitter betrokken bij de recent gelanceerde Richtlijn endodontische diagnostiek en behandeling, die op 9 november 2018 tevens centraal staat tijdens het NVvE-najaarscongres.

Hoe bent u ertoe gekomen om specifiek tandarts-endodontoloog te worden?
Endodontologie was voor mij als student een groot mysterie, ik vond het heel lastig en was er onzeker over. Tijdens mijn studie Tandheelkunde heb ik daarom geprobeerd zo veel mogelijk endo’s te doen. Hoe meer ik er ging doen, hoe leuker ik het vond. Mijn onderzoek heb ik ook gedaan in de richting endodontologie, aan een universiteit in Rome. Toen ik als algemeen practicus aan de slag ging, miste ik verdieping en de endodontologie had toen nog steeds mijn interesse. Daarom besloot ik de opleiding aan ACTA te gaan doen.
Wortelkanaalbehandelingen zijn voor mij een soort ‘zen-activiteit’. Ik vind het heel rustgevend om zo’n behandeling heel rustig tot een goed eind te brengen. Toen ik dat vertelde tijdens mijn sollicitatie voor de opleiding, werd er wel even vreemd gekeken (lacht). In 2012 heb ik de opleiding afgerond en sindsdien ben ik werkzaam als NVvE-geregistreerd tandarts-endodontoloog en actief bij de NVvE.

Veel algemeen practici vinden de endodontologie lastig, u hebt zich erin gespecialiseerd. Hoe zit dat?
Het is misschien verleidelijk om endo’s te vermijden als je ze lastig vindt. Maar als je je erin verdiept en er steeds meer doet, krijg je meer vertrouwen en sta je steviger in je schoenen. Patiënten vragen weleens waarom andere tandartsen geen wortelkanaalbehandeling willen doen en ik juist wel. Dan maak ik de vergelijking met hardlooptraining: tandartsen lopen elke zaterdag misschien één rondje hard, maar wij tandarts-endodontologen trainen iedere dag. Bij ons komen bovendien de wat moeilijkere gevallen, dus heb je een steile leercurve.

U heeft een eigen verwijspraktijk voor endodontologie. Wat ziet u vaak misgaan bij algemeen practici?
Ik krijg soms verwijsbrieven die best kort zijn. Dan staat er alleen ‘endo’ en moet je samen met de patiënt uitvogelen om welk element het gaat. Terwijl het voor de behandeling heel handig is om te weten wat de historie is en welke testen er zijn gedaan. Het helpt mij om te weten wat de diagnose van de tandarts is, ook al is dat niet de juiste. Gelukkig krijg ik ook met regelmaat hele goede verwijsbrieven. Helemaal als ik wat vaker contact heb met verwijzers.
Ik kan me trouwens wel voorstellen dat het erbij inschiet, als je in een spoeddienst een patiënt krijgt die een endo nodig heeft, terwijl je nog twintig andere patiënten moet zien. Maar met een iets uitgebreidere verwijsbrief ga ik het gesprek met de patiënt heel anders aan, en hoef ik die veel minder informatie te ontfutselen.

U bent al enkele jaren actief voor de NVvE. Waarom wilde u voorzitter worden?
In vier jaar tijd heb ik onder meer het voorzitterschap van de richtlijncommissie op me genomen. Omdat de NVvE een maximale periode van zes jaar kent voor bestuursleden, zat de tijd voor onze vorige voorzitter Daniëlle Boonzaaijer er nu op. Omdat ik de mensen uit bijna alle commissies persoonlijk ken en bijna alle vergaderingen bijwoon, was het voor Daniëlle een logische keuze om mij te benaderen. Ik vind het geen makkelijke rol, maar zie het als een mooie uitdaging die op mijn pad is gekomen en die ik zeker niet uit de weg ga.

Wat zijn uw ambities als voorzitter?
Mijn ambitie is in ieder geval om iedereen in het mondzorgveld verbonden te houden. In deze tijd waaien er veel onrustige winden in de tandheelkundige wereld. Daarbij vind ik het van belang gezamenlijk het patiëntbelang voorop te stellen. Verder vind ik het belangrijk de tandarts zo goed mogelijk te informeren over de laatste stand van zaken in de endodontologie om zo het niveau van de endodontische behandelingen omhoog te brengen. Met de NVvE wil ik positief in de mondzorgwereld staan en op het gebied van endodontologie wetenschap en kliniek met elkaar verenigen. Ook probeer ik veel contact te hebben met de universiteiten om te zorgen dat Tandheelkundestudenten meer vertrouwen krijgen in het uitvoeren van een wortelkanaalbehandeling en weten hoe ze moeten verwijzen.

Wat kan er beter in de curricula van de opleidingen Tandheelkunde als het aan u ligt?
Ik hoor van studenten op congressen dat ze weinig over endodontologie leren tijdens hun studie en dat vooral klinische ervaring ontbreekt. Ze vinden het onderwijs heel basaal en willen meer verdieping. Het curriculum is ook sterk veranderd, denk ik. In mijn tijd deden we nog heel veel zelf. We maakten bijvoorbeeld nog een heel kunstgebit. De huidige studenten hebben daar geen tijd meer voor. Daarvoor zijn in het curriculum zeker goede dingen teruggekomen, zoals het wetenschappelijk denken, maar klinisch handelen moet je echt veel doen om er vertrouwd mee te raken. Universiteiten zouden bijvoorbeeld met wetenschappelijke verenigingen om tafel kunnen om daarover te overleggen.

Tijdens de laatste ALV van de NVvE is de Richtlijn endodontische diagnostiek en behandeling goedgekeurd en aangenomen. Waarom moest deze er komen?
De NVvE heeft het initiatief genomen om te starten met deze richtlijn, nadat de Gezondheidsraad in 2012 aanstuurde op het ontwikkelen van klinische praktijkrichtlijnen voor de mondzorg op basis van wetenschappelijk bewijs. De richtlijn is gebaseerd op een Zweeds rapport uit 2012 van het Swedish Council on Health Technology Assessment, getiteld ‘Methods of Diagnosis and Treatment in Endodontics’. Wij vonden dat een heel goede opzet. Daarom is besloten dit als uitgangspunt te gebruiken en te vertalen naar de Nederlandse tandheelkundepopulatie, en daarbij de meest actuele literatuur te zoeken. Het meest praktische hoofdstuk in de richtlijn gaat over het voorkómen van procedurefouten. Daarover is weinig wetenschappelijke literatuur en daarom is het vooral gebaseerd op case reports en boeken voor onderwijs. We vonden het vooral belangrijk dat tandartsen in de praktijk ook echt iets kunnen met een richtlijn. Als een richtlijn weinig toevoegt voor jouw dagelijkse werk en in een la belandt, dan heb je er weinig aan. We hebben geprobeerd om volgens de EBRO-methode (Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling, red.) alle vraagstukken heel klinisch toepasbaar te maken.

Waarom is diagnostiek zo belangrijk voor een goede endo?
Daar begint het allemaal mee. Iedereen heeft de neiging om meteen iets te gaan doen. Als ik iemand voor consult zie, zegt een patiënt weleens “maar u heeft niks gedaan.” Dan wijs ik erop dat onderzoek is gedaan, een foto is gemaakt en een plan van aanpak is gemaakt. Daar hoort een diagnose bij. Het bepalen van een DETI-score (Dutch Endodontic Treatment Index, red.) kan je helpen bij de diagnose en het bepalen van de moeilijkheidsgraad. Daarvoor moet je jezelf dingen afvragen als: zie ik de wortelkanalen wel of niet, is er sprake van een kroon met gegoten opbouw of gaat het om een bovenmolaar? Het werken met de DETI moet het makkelijker maken om te beslissen wat de moeilijkheden zijn en om te bepalen of je capabel bent om te gaan behandelen. Of algemeen practici de DETI daadwerkelijk altijd gebruiken weten we niet, het wordt in ieder geval wel van ze verwacht.

Hoe verhoudt deze richtlijn zich tot de richtlijnen van het Kennisinstituut Mondzorg (KiMo)?
Deze richtlijn is compleet door de NVvE ontwikkeld en gefinancierd, omdat het KiMo bij de aanvang nog in oprichting was. Sinds de oprichting is er voor het KiMo een grote rol weggelegd om aan richtlijnontwikkeling te doen op alle fronten in de tandheelkunde. Daar hoort een door Den Haag opgelegde agenda bij, waarbij geen ruimte is voor andere richtlijnen, bijvoorbeeld voor de endodontologie. Ons bestuur voert wel gesprekken met het KiMo over mogelijke zijinstroomrichtlijnen die erin moeten resulteren dat onze richtlijn wordt opgenomen in de database van KiMo. Dat is nu nog in ontwikkeling, maar op die manier hopen we een groter draagvlak te creëren.

De nieuwe richtlijn staat ook centraal op het NVvE-najaarscongres in november. Wat staat er zoal op de planning voor die dag?
We beginnen de dag met een introductie van dr. Dirk Mettes over richtlijnontwikkeling in de mondzorg. Daarna volgen lezingen van de leden van de richtlijnwerkgroep, die telkens een onderwerp uit de richtlijn lichten en vertellen hoe dit toepasbaar is in de praktijk. Daarnaast hebben we een internist uitgenodigd die gaat spreken over pijnbestrijding en antibioticumgebruik, om ook een beetje ‘out-of-the-box’ te denken. Het zijn allemaal korte lezingen, die als overzicht een goed beeld moeten geven van wat de richtlijn allemaal omvat.

Hoe hoopt u dat de NVvE zich de komende jaren onder uw leiding ontwikkelt?
Ten eerste hoop ik dat onze richtlijn goed wordt opgepakt in de praktijk. Daarnaast vind ik het heel belangrijk dat we als vereniging toegankelijk zijn voor vragen. Momenteel zijn we met het bestuur hard aan het nadenken over het opzetten en vormgeven van een platform voor endodontische vragen. Nu komen vragen van tandartsen vaak via het secretariaat van de NVvE binnen, waarna ze worden uitgezet in het veld. Wij denken dat deze vragen en antwoorden voor een grotere doelgroep interessant kunnen zijn, al heeft dit met alle privacywetgeving veel voeten in de aarde.
Verder proberen we op internationaal niveau mee te blijven praten. Vanaf volgend jaar zijn we lid van de International Federation of Endodontic Associations (IFEA), een internationale overkoepelende organisatie van endodontische verenigingen, waar 36 landen bij aangesloten zijn. Op die manier willen we ervoor zorgen dat we als eerste op de hoogte te zijn van internationale ontwikkelingen, zodat we onze leden zo goed mogelijk kunnen informeren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement