Search Dental Tribune

“Wie geen fouten durft te maken, beweegt te langzaam”

Jan Willem Vaartjes
Kees Adolfsen

Kees Adolfsen

di. 3 februari 2026

Bewaar

Vijf jaar nadat beroepsvereniging ANT fuseerde met de KNMT, ziet een nieuwe beroepsvereniging het licht: de Vereniging Bevlogen Tandartsen (VBT). In enkele maanden tijd heeft de vereniging al ruim 600 leden aan zich weten te binden. Wat wil deze nieuwe beroepsvereniging en waarmee wil ze zich profileren? Dental Tribune sprak met medeoprichter en voorzitter Jan Willem Vaartjes.

Je was ook voorzitter van de ANT tot de fusie met KNMT in coronatijd. Wat is je drijfveer om opnieuw een beroepsorganisatie te starten?
Na die fusie ben ik de afgelopen jaren actief gebleven op bestuursgebied, ook binnen de KNMT. Ik realiseerde me dat ik best veel kennis heb en ook een behoorlijk netwerk. En ik vond dat binnen de KNMT een paar zaken niet werden opgepakt, die wel actie vereisten. Toen dachten we met een groepje van twintig à dertig praktijken: als we de tijd en het geld die we individueel aan zulke zaken besteden nou bundelen, gaat het een stuk efficiënter en kost het ons individueel minder. Zo begon het, met name rond de aanpak van het zzp-vraagstuk: de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). De afgelopen maanden hebben we het groter gemaakt, vooral omdat we ons met een zeker volume wilden laten horen tegen de dreigende komst van een cao voor de tandartspraktijk, waar we erg op tegen zijn. Inmiddels heeft de Vereniging Bevlogen Tandartsen ruim 600 leden.

Moeten we de VBT zien als een organisatie tegenover de KNMT?

Nee, wij zien het meer als een vereniging náást de KNMT. Bij de fusie met de ANT hadden we afgesproken dat er een ondernemende KNMT zou zijn, die er echt voor de ondernemer zou zijn en ook lef zou tonen. We brachten bij die fusie 2100 nieuwe leden aan – dat is nog maar vijf jaar geleden. Als je voor die leden niet echt iets doet, moet je niet vreemd opkijken dat je ze niet binnen boord houdt. En ik heb het echt intern geprobeerd, heb op Algemene Ledenvergaderingen het ANT-geluid laten horen: dit is niet de kant die we op willen. Mijn indruk is dat als je zo groot wordt, er een soort verlammingsverschijnselen optreden. Je wordt enorm bang om fouten te maken, en daarmee veel te voorzichtig. Wie geen fouten durft te maken, beweegt te langzaam, daar ben ik van overtuigd. Wij willen met Bevlogen Tandartsen extreem flexibel zijn en ook niet alles aanpakken wat je met zo’n grote vereniging nu eenmaal wel moet oppakken. We willen op specifieke issues onze stem laten horen, prikkelen en met nieuwe ideeën komen. Een keer een foutje daarbij mág. Zo hadden we in het begin even problemen met het inloggen op onze website. Was na een halve dag weer opgelost.

Tandartsen maken niet graag fouten, toch?

Dat is zeker waar. Maar laten we realistisch blijven: als we 100 vullingen maken, gaan er 98 goed. We zijn gewend dat er een keer iets fout kan gaan. Je moet je stinkende best doen en altijd bereid zijn om van je fouten te leren. Maar té perfectionistisch, daar kun je als tandarts ook aan onderdoor gaan. We zien het ook bij de overheid: alles wordt gereguleerd en met regels dichtgesmeerd, want er mag niks fout gaan. Ander voorbeeld: AI wordt enorm gewantrouwd, want kan wel eens onjuiste informatie genereren. Natuurlijk moet je kritisch blijven, maar ik ben een enorme fan van AI. Onze website was er dankzij AI binnen één maand, inclusief alle voor de tandheelkunde relevante wet- en regelgeving. Neem het meest recente advies van het Capaciteitsorgaan. Vroeger ging een medewerker dat uitpluizen en bewerken, en dat ging ik dan nog checken. Nu controleer je even wat AI heeft geproduceerd, binnen de stijl die we voor VBT hebben geprogrammeerd, en maak je het via de website voor iedereen heel snel toegankelijk. Zo proberen wij in alles snel en flexibel te zijn. Zonder hoge kosten van een groot verenigingsgebouw met secretariaat, liefst helemaal zonder mensen in dienst. Daarmee kunnen we de contributie van onze leden relatief laag houden. En zo kunnen we al dat geld besteden aan actie: het inhuren van advocaten, het laten maken van relevante rapporten et cetera.

VBT ageert sterk tegen belemmerende regeldruk. Over wat voor regels gaat dat vooral?

Laat ik vooropstellen: regels moeten er zijn. Maar ze moeten tot het noodzakelijke beperkt worden. En de governance-regels die praktijkhouders van de overheid krijgen opgelegd gaan alle perken te buiten. Met meer dan 25 zorgverleners moet je een cliëntenraad hebben. Wij gaan nog steeds uit van een behandelrelatie en een vertrouwensband tussen tandarts en patiënt. Dan heb je als het goed is de omweg van een cliëntenraad helemaal niet nodig. Daarnaast zit nu iedereen tussen kerst en oud en nieuw een jaarrekening te maken, die nu openbaar gemaakt moet worden. Kost je weer een extra dag en een paar honderd euro voor de accountant. Dan moeten praktijken met meer dan 50 medewerkers – dat was aanvankelijk zelfs 25 - een Raad van Toezicht hebben! Als je niet uitkijkt word je meer een praatclub dan een team dat zich ten volle kan richten op het verlenen van kwaliteitsvolle zorg.
Ook uit andere hoek neemt de regeldruk toe. Ik vind dat de nieuwe richtlijnen van het KIMO subjectiever worden, met minder evidence voor de aanwijzingen die ze geven. Ik pleit voor een basisset van een paar honderd regels voor de tandarts. Tenslotte zeggen we ook tegen de overheid dat we een teveel aan regels niet aankunnen. Komt er een nieuwe richtlijn bij, dan kijk je welke oude regels je kunt schrappen. Zoals D66-partijleider Rob Jetten ook zegt: één erbij, dan twee eraf. Misschien moeten we als VBT de vraag gaan beantwoorden hoeveel regels een tandarts redelijkerwijs aankan binnen zijn vakgebied.

In jullie visie staat dat vertrouwen de basis is van mondzorg. In een omgeving zonder overbodige bureaucratie presteren zorgverleners én patiënten het best.

Dat geldt ook voor patiënten inderdaad. Als je als zorgverlener eindeloos bezig bent met formaliteiten en formulieren intikken, ben je minder op de patiënt gericht, letterlijk fysiek ook. Dat neemt de ruimte weg voor een normaal en sociaal gesprek, waarmee je een vertrouwensband creëert dan wel in stand houdt. Op basis van vertrouwen begrijp je als patiënt je behandeling ook beter en ben je gemotiveerder. Elke patiënt is anders en wil anders behandeld worden. Valt dat weg, dan word je al gauw een nummertje, zoals in de meeste ziekenhuizen. Overigens denk ik dat het met het vertrouwen tussen tandarts en patiënt nog best goed gesteld is, zeker ten opzichte van de andere spelers in de mondzorg: de overheid en de verzekeraars. Daar zie ik eerder gestold wantrouwen. Neem de maxima die zorgverzekeraars steeds meer opleggen. Die komen voort uit de rare uitschieters in declaraties die ze soms tegenkwamen, van 35 sealings per zitting bijvoorbeeld of kosten van € 1.000,- per behandeld kind. Maar zo’n systeem kun je softwarematig veel slimmer maken en afstemmen op wat een goed functionerende praktijk gemiddeld declareert. Nu moet elke praktijk een machtiging boven een bepaald aantal vullingen aanvragen, ook al declareer je het hele jaar binnen de norm. Dat komt meer over als pesterij dan als zinvolle kostenbesparing.

Zou de VBT van alle behandelcodes af willen?

Wij pleiten voor een gereguleerd deel met codes, met daarnaast een stuk ruimte voor vrije tarieven. We vinden het raar dat je als overheid ook kroon- en brugwerk wil reguleren. Er moet ruimte zijn voor diversiteit en specialisatie binnen een specifiek vakgebied. De angst voor torenhoge tarieven op een vrije mondzorgmarkt is onterecht. Toen het maximumtarief voor facings werd vrijgegeven, was de angst dat iedereen zich daarop ging storten. Dat is helemaal niet gebeurd. Ik ken een collega die echt een specialist is op dit gebied. En dat mág iets meer kosten, want hij zit ruim drie uur aan de microscoop om zo’n facing te maken. Vrijwel overal in de wereld is de ruimte om naar eigen inzicht en kwaliteit te behandelen en te declareren groter dan in Nederland.

Je noemde de Wet DBA als een startpunt van actie voor de vereniging. Met de handhaving op schijnzelfstandigheid is de situatie voor zzp’ers toch echt veranderd?

Het is een foute voorstelling van zaken dat er echt iets veranderd is. Ik was zelf betrokken bij de huidige modelovereenkomst waar iedereen nu mee werkt. De Belastingdienst heeft schriftelijk bevestigd dat als je als tandarts zo werkt als daarin beschreven staat, je zelfstandig bent. Ik heb de mails nog waar dat in staat. Het zou raar zijn als ze nu zouden zeggen dat dat niet meer zo is: de wet is namelijk niet veranderd! Ik ben dus benieuwd of de Belastingdienst het bij de rechter zou winnen. Al wil je daar natuurlijk niet terechtkomen.
Wij denken aan oplossingen in twee richtingen. Voor ons zijn zzp’ers zelfstandigen zonder praktijk. Als je, zeg langer dan vijf jaar bij een praktijk werkt, komt je ondernemerschap onder druk te staan. Richt dan als zelfstandigen een coöperatie op, dan kan de praktijk die coöperatie contracteren. Dat is weliswaar geen oplossing voor het probleem van inbedding, maar wel voor je positie als ondernemer.
Tandartsen die langdurig op vaste dagen bij een praktijk werkzaam zijn, kunnen zelf als clubje gaan declareren aan hun patiënten. De praktijk kan dan de kosten van gebouw, apparatuur en dergelijke doorrekenen aan die tandartsen. Het kost even om zoiets op te zetten, maar dan ben je wel DBA-proof. Het is een voorbeeld van hoe wij graag in nieuwe oplossingsrichtingen denken.

Tot slot: jullie noemen je bevlogen tandartsen. Is dat ook tegenover vakgenoten die niet meer zo bevlogen zijn?

Dat is totaal niet de intentie. Er zit geen enkel waardeoordeel in ten opzichte van collega’s. Er was een heel eenvoudige inspiratiebron: vereniging De Bevlogen Huisartsen. Een succesvolle club, die over een paar onderwerpen ging procederen en een paar juridische overwinningen behaalde tegenover de NZa en zorgverzekeraars.
Zoals er in huisartsenland nu meerdere beroepsverenigingen zijn, zo willen wij ons opstellen naast de KNMT. Natuurlijk, rond corona hebben we een tijdje met één stem gesproken namens de sector. Dat was toen noodzakelijk en nuttig. Nu vinden wij het juist tijd voor meerstemmigheid. Stiekem denken we ook dat we voor de KNMT een beetje een voorbeeld kunnen zijn voor een versie 3.0. Met minimale overhead en kosten en maximale flexibiliteit. Zo hebben we een appgroep met zo’n 300 leden. Als je dan bijvoorbeeld zo’n nieuw VeCoZo-contract ziet aankomen, waarbij je ongeveer automatisch bij het kruisje moet tekenen om nog digitaal te kunnen declareren, delen we per app even of we vinden dat dit kan en mag. Na instemming hebben we in no time een analyse van ons advocatenkantoor. Zo willen we ons profileren: als een club die actief de handen uit de mouwen steekt en actie onderneemt. En een broedplaats is voor nieuwe ideeën.

To post a reply please login or register
advertisement
advertisement