Dental Tribune Netherlands

Column Erik Ranzijn: Liefdewerk oud papier

By Erik Ranzijn
November 16, 2020

Het was een druilerige herfstdag en ik was bevangen door een bijna grenzeloze schoonmaakdrang. Dat kan je als man dus ook nog overkomen. Ik had de keuken gesopt, de kamer gestofzuigd, het toilet grondig gereinigd en alle deurknoppen met een doekje afgenomen. Om het geheel af te ronden, stopte ik al het oude papier in een boodschappentas en vulde een andere met de verzamelde lege flessen.

Als een ware evenwichtskunstenaar fietste ik met de twee zware tassen aan mijn stuur naar het einde van de straat, waar zowel een papierbak als een glasbak staan. Iemand was op hetzelfde idee gekomen. Bij de glasbak stond een man voorovergebogen met het gebruikelijke geraas zijn voorraad te storten. Naast hem stond nog een plastic tas met papier. Hij had een grote zwarte regenjas aan om zich te beschermen tegen de motregen. Zijn capuchon had hij met het koordje strak om zijn hoofd getrokken.

Ik begon mijn kranten en tijdschriften door de klep van de papierbak te schuiven, maar na twee stapeltjes kon ik niets meer kwijt. De bak was helemaal vol. In zo'n geval heb je dus de keuze tussen doorfietsen naar een andere bak, of de boel weer mee naar huis nemen.

“Is ie vol?,” vroeg de man nadat hij zijn laatste fles in de buik van de glasbak had laten stukvallen. “Lekker dan! Kan ik het weer meenemen!” Vanuit een ondoordachte hulpbereidheid bood ik aan zijn papier mee te nemen, omdat ik tóch naar een papierbak verderop zou fietsen. Zonder mij voor dit genereuze aanbod te bedanken pakte hij zijn gammele fiets en verdween, onder achterlating van de plastic tas.

Gelukkig voor mij had de glasbak nog ruimte voor mijn flessen. Nu met twee tassen papier aan mijn stuur fietste ik naar de Palmgracht waar ik nog een papierbak wist. Halverwege scheurden de handvatten van de plastic tas door en moest ik verder fietsen met andermans papier onder mijn arm. Binnensmonds vervloekte ik mijn eigen padvindersgedrag. En ik kreeg geeneens het heitje voor mijn karweitje. Tot overmaat van ramp begon het ook nog harder te regenen.

Omdat ongeluk zelden alleen komt was de papierbak op de Palmgracht ook vol. Anderen hadden hun tassen met papier gewoon naast de bak gezet, maar dát ook doen druiste te sterk in tegen mijn eigen milieubeleid. De partij mee terugnemen naar huis was ook geen optie. Ik was op een missie en trapte, met steeds minder zicht ten gevolge van de regendruppels op mijn bril, door naar de volgende mij bekende stortplaats op de Westerstraat.

Bij het legen van de eerste tas – die van die vervloekte kabouter – kwam er een dame bij staan die ook van haar papier af wilde. Als mensen op mij wachten word ik altijd wat onrustig. Er gleed een stapeltje papier uit mijn hand. Bovenop lag een mannentijdschrift dat altijd zo geroemd wordt voor de kunstzinnige fotografie en de uitstekende interviews. Door een windvlaag werd het opengewaaid waardoor de middenpagina open en bloot zichtbaar werd. Ik wilde stamelen dat dit niet mijn papier was, maar realiseerde me dat ik zeer ongeloofwaardig over zou komen. De vrouw en ik negeerden elkaar: zij beleefd en ik beschaamd.

Erik Ranzijn is psycholoog en oprichter van Roovos Organisatieontwikkeling. Hij traint en begeleidt tandartsen en tandartspraktijken op het gebied van organisatie en professionalisering. Ook is hij voorzitter van de sectie Integrale Tandheelkunde van ACTA. Contact: erik@roovos.nl.

Scroll down
advertisement

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Latest Issues
E-paper

DT Netherlands No. 9, 2020

Open PDF Open E-paper All E-papers

© 2020 - All rights reserved - Dental Tribune International