Column Erik Ranzijn: Winterslaap

Search Dental Tribune

Column Erik Ranzijn: Winterslaap

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
(foto: Canva/Christine Ann Bournias)
Erik Ranzijn

By Erik Ranzijn

vr. 12 februari 2021

save

Sinds de eerste weerman of weervrouw aankondigde dat er een periode van hevige koude en stevige sneeuwval aan zat te komen, verkeerde een groot deel van het land in staat van opwinding. Nog voordat de temperatuur in de buurt van het vriespunt lag werd menig talkshow gevuld met gesprekken tussen mensen die elkaar zaten op te winden over de genoegens van een ouderwetse Hollandsche winter. Op het nieuws verzekerde een medewerker van Rijkswaterstaat met de toepasselijke naam Slippens dat er genoeg zout voorradig was voor een degelijke gladheidsbestrijding. Iedereen blij.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik helemaal niets heb met het fenomeen winter. Als ik het zelf kan opzoeken, zoals met wintersport, is het nog tot daar aan toe. Dan kan je na een week weer weg, en heb je het hopelijk gehad, die winter. Ik vind de koude hoogst onaangenaam, en de sneeuw levert weliswaar prachtige plaatjes op, maar met hetzelfde genoegen (misschien zelfs wel meer) bekijk ik die plaatjes wel in de zomer. Diezelfde sneeuw zorgt er ook voor dat je schuifelend als een bejaarde (wat ik nog niet ben) over straat gaat, of je moet verplaatsen op degelijk en dus onelegant schoeisel met overmatig profiel.

De hond moet een paar keer per dag worden uitgelaten en ik kan het natuurlijk niet maken om al deze wandelingen aan H. te delegeren. Terwijl de oostenwind het land geselde, de autoriteiten een code rood hadden afgekondigd, en de NOS een liveblog over het winterweer online zette, pakte ik me warm in en ging met het huisdier naar buiten.

De hond is een poolhond, dus die stuiterde van enthousiasme voor me uit. Bij het plantsoentje stond een man achter een dikke boom die hem enigszins beschermde tegen de wind. Hij had zich zo dik ingepakt dat pas toen hij bewoog ik zag dat het een mens betrof. Hij hoorde bij een blije labradoodle die nu samen met mijn hond rondjes door de sneeuw rende. Het is een onafgesproken code dat hondeneigenaren met elkaar een praatje aanknopen als hun beesten met elkaar spelen.

Met “nou, die hebben tenminste sneeuwpret” opende ik het gesprek. “Ja, die wel," antwoordde de man vanachter een dikke wollen das die hij om zijn hoofd had gewikkeld en alleen zijn ogen onbedekt liet. ”Ik moet er niets van hebben. Wat een pleurisweer. Sinds de mens niet meer volledig behaard is, moet hij zich niet vrijwillig naar buiten begeven bij temperaturen onder de 22 graden boven nul.” Nu sta ik niet gauw met een mond vol tanden, maar hier kon ik toch echt niet overheen. Ik wilde dan maar iets relativerends zeggen, maar hij was me voor. “Zelfs een beer, die wél een dikke vacht heeft, stelt zich hier niet aan bloot, en houdt een winterslaap.” Hij floot zijn hond, mompelde iets dat ik als een groet interpreteerde en liep voorovergebogen tegen de wind in terug naar zijn warme hol.

Ik wilde me niet laten kennen en liep samen met de hond nog een extra rondje.

Erik Ranzijn is psycholoog en oprichter van Roovos Organisatieontwikkeling. Hij traint en begeleidt tandartsen en tandartspraktijken op het gebied van organisatie en professionalisering. Ook is hij voorzitter van de sectie Integrale Tandheelkunde van ACTA. Contact: erik@roovos.nl.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement