“Het is de hoogste tijd voor verplichte bij- en nascholing”

Search Dental Tribune

“Het is de hoogste tijd voor verplichte bij- en nascholing”

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Monetta de Bakker-Ruige is sinds eind 2014 voorzitter van de Nederlanse Vereniging van Tandartsen (foto: Ben Adriaanse).
Ben Adriaanse

By Ben Adriaanse

wo. 8 april 2015

save

Eind 2014 werd Monetta de Bakker-Ruige de opvolger van Willeke Sanderink, die het voorzitterschap van de Nederlandse Vereniging van Tandartsen (NVT) na vele jaren neerlegde. Na een inwerkperiode heeft De Bakker-Ruige haar plannen inmiddels helder voor ogen; een ideaal moment om de kersverse NVT-voorzitter aan de tand te voelen. In gesprek met Dental Tribune vertelt zij waarvoor de wetenschappelijke vereniging voor tandartsen zich de komende jaren hard zal maken.

Heeft u lang getwijfeld toen u werd gevraagd als nieuwe NVT-voorzitter?
De tandheelkunde is een waanzinnig mooi vakgebied. In mijn werk als tandarts heb ik zoveel plezier dat ik een innerlijke drive heb gekregen om mijn opgedane kennis met anderen te delen. Daarnaast vind ik scholing en onderwijs erg leuk. Het overdragen van kennis en het bepalen van standpunten waar we als tandheelkunde voor staan, daar wil ik graag mijn steentje aan bijdragen. Toen deze kans op mijn pad kwam, had ik dan ook direct het gevoel dat ik ‘ja’ moest zeggen.

Waarom spreekt juist de NVT u als vereniging aan?
De NVT heeft door de jaren heen koers gehouden, maar zich ook ontwikkeld: de vereniging anticipeert actief op inhoudelijke ontwikkelingen binnen de mondzorg. Daarnaast is de NVT een heel oude vereniging (111 jaar), na het Tandheelkundig Genootschap zelfs de oudste in de Nederlandse tandheelkunde. Ik houd zelf enorm van traditie en van standpunten die zolang stand kunnen houden. Toen ik afstudeerde, was het bijna een automatisme dat je zowel lid werd van een beroepsvereniging als van een wetenschappelijke vereniging.

Vergeleken met die tijd lijkt de positie van de NVT iets minder prominent geworden: zo hebben de beroepsverenigingen momenteel meer leden. Hoe verklaart u dit?
Ik wil benadrukken dat een wetenschappelijke vereniging een andere invulling heeft dan beroepsorganisaties. De scheiding van ieders ‘taak’ binnen de tandheelkunde zou duidelijk uitgedragen moeten worden door alle partijen. Recentelijk is de NVT juist heel actief betrokken bij ontwikkelingen die van invloed zijn op de inhoudelijke uitoefening van ons beroep.

De laatste jaren heeft er in de tandheelkunde een differentiatie plaatsgevonden. Endodontologen, parodontologen, implantologen enzovoort hebben eigen wetenschappelijke verenigingen opgestart die hun eigen leden trekken. Toch blijft het belangrijk dat aan de basis een vereniging staat die alle tandartsen vertegenwoordigt, zowel de algemeen practicus als de gespecialiseerde tandarts in welke differentiatie dan ook. Het is immers juist de algemeen practicus die verwijst naar de gedifferentieerde tandarts. Daarnaast is de afgestudeerde tandarts min of meer verplicht om minimaal twee jaar in een algemene praktijk ervaring op te doen.

Er zijn allerlei algemene ontwikkelingen die er, ongeacht het specialisme, toe doen, juist nu het vak zo sterk in beweging is. Denk maar aan verplichte bij- en nascholing en het oprichten van een richtlijninstituut. Wij stemmen ons standpunt regelmatig af met de kleinere wetenschappelijke verenigingen.

De tandheelkunde wordt – nog meer dan andere medische gebieden – geassocieerd met de vaardigheid van de behandelaar. Bovendien is elke patiëntcasus anders. Is de nadruk op de wetenschappelijke onderbouwing, zoals de NVT die legt, wel altijd relevant?
Als er gedacht wordt dat we in onze bevordering van de wetenschap ver van de praktijk afstaan, is dat een misverstand. De NVT wil juist handvatten bieden op het gebied van vaardigheden, kennis overbrengen die voor de dagelijkse praktijk en voor het uitvoeren van die vaardigheden cruciaal is. Wat dat betreft staan we als vereniging niet aan de zijlijn, maar juist in het hart van het vak. Theorie en praktijk zijn in de tandheelkunde nu eenmaal met elkaar verweven.

Bovendien kun je, ook al is elke patiënt anders, wel degelijk bepaalde zaken standaardiseren. Welke stappen je bij een behandeling onderneemt, wat de taakverdeling is, welke boor je voor welke ingreep gebruikt, dat kun je allemaal prima van tevoren vastleggen. Voor het goed functioneren binnen een tandheelkundig team is dat zelfs een voorwaarde, zeker in grotere organisaties. Het is een goede zaak dat elke praktijk tegenwoordig met protocollen moet werken.

Wat wilt u zeker voor elkaar krijgen tijdens uw voorzitterschap van de NVT?
Ik zou het fantastisch vinden als we de accreditatie en registratie georganiseerd én verplicht krijgen, hopelijk op korte termijn! Verder hoop ik ons aantal leden te vergroten door ons als NVT nadrukkelijk te manifesteren, te beginnen bij de studenten, zodat de vereniging een onlosmakelijk onderdeel wordt van de tandheelkundige wetenschap. Daarbij willen we onze samenwerking met andere wetenschappelijke verenigingen intensiveren. Ook zou ik graag zien dat onze thema-avonden nóg meer gaan leven dan nu al het geval is.

Het verplicht stellen van bij- en nascholing is op dit moment hét onderwerp waarop de NVT inzet. Ondanks dat bijna iedereen tegenwoordig positief lijkt over die verplichting, komt er maar geen schot in de implementatie ervan. Waarom moet het nu allemaal zó lang duren?
Als u me dat kunt vertellen, graag (lacht). Eind 2013 is een ‘commissie van wijze heren’ ingesteld die de regie moest nemen bij het omvormen van de organisatie van accreditatie en registratie van bij- en nascholing. Sindsdien is de NVT een aantal keren aan de onderhandeltafel aangeschoven, net als andere verenigingen en belanghebbenden, maar het blijkt een langdurig traject om tot een goede oplossing te komen.

Sinds eind 2013 is er eigenlijk nauwelijks meer iets naar buiten gekomen…
Intussen wachten ook wij in spanning af. De NVT heeft zich uitgesproken voor een onafhankelijke, transparante organisatie die gedragen wordt door de hele tandheelkunde. Verder moet er een duidelijke scheiding komen tussen een accrediterende organisatie en een registrerende instantie. Ook de beroepsverenigingen KNMT en ANT hebben het advies uit oktober 2013 onderschreven. Vandaar dat vanuit dit punt een nieuwe organisatie wordt ontwikkeld.

Gelukkig zien wij onder onze leden en onder jonge tandartsen dat een duidelijke meerderheid de verplichting een goed idee vindt. Het is ook nogal onlogisch dat tandartsen niet verplicht hoeven na te scholen, terwijl alle medici en ook mondhygiënisten dat wél moeten. Desondanks zit er geen schot in de zaak en is onbekend wanneer die inhaalslag er gaat komen. We hopen de oprichting van een nieuwe organisatie toch echt wel in 2015 te laten plaatsvinden.

Tot die tijd moet de tandarts het doen met een chaotische situatie van twee aparte registratieorganen die op hun beurt sommige keurmerken weer niet erkennen. Voor de buitenwereld is er nauwelijks nog een touw aan vast te knopen. Dat motiveert toch niet om geaccrediteerde bij- en nascholing te volgen?
Iedereen is gebaat bij helderheid, zeker de tandarts die bij- en nascholing wil volgen om zijn vak bij te houden. Daarom is het van belang dat er een organisatie komt die juridisch, organisatorisch en financieel onafhankelijk is. Ook moet helder zijn dat een accreditatieorgaan accrediteert en een register de punten van gevolgde geaccrediteerde bij- en nascholing registreert. In elk geval moeten transparantie en onafhankelijkheid sleutelwoorden zijn.

Heeft de NVT bij het volgen van bij- en nascholing voorkeuren voor het type scholing? De laatste tijd is de e-learning als scholingsmethode aan een sterke opmars bezig.
De NVT staat open voor alle nieuwe vormen van leren. Wie weet is er over twintig jaar alleen nog maar e-learning. Maar ook de ‘ouderwetse’ cursussen en congressen treffen nog doel. Het ontmoeten van vakgenoten en de inhoudelijke discussie die je dan krijgt is erg inspirerend. Wel moet je bij elke nascholingsvorm kritisch kijken wat de didactische waarde is. Als NVT hebben wij bijvoorbeeld een sterke voorkeur voor het voor- en achteraf toetsen van de deelnemers. Op die manier kan de deelnemer zelf aanvoelen wat hij van een scholing leert. Dat alleen het bijwonen van een nascholing zonder enige toetsing al punten oplevert, vindt de NVT niet sterk.

Tot slot: waarom zou elke tandarts lid moeten worden van de NVT?
De NVT is een wetenschappelijke vereniging die de belangen van de beroepsgroep al vele jaren draagt. Met een verenigd geluid kunnen wij veel meer bereiken dan een tandarts alleen om de uitoefening van het vak vooruit te helpen. Samen kunnen wij zorgen voor het beter regelen van bij- en nascholing, het opstellen van richtlijnen, een klimaat waarin wetenschappers maximaal worden uitgedaagd, enzovoort. Een grotere NVT is absoluut een slagvaardiger NVT.

Dit artikel is een verkorte versie van het interview met Monetta de Bakker-Ruige in het aprilnummer van Dental Tribune. Deze editie verschijnt op 21 april 2015.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement