Dental Tribune Netherlands

Ministerie: mondzorg op goede weg, maar kan beter

By Imelda van de Wardt
September 11, 2019

DEN HAAG – De afgelopen periode vervulde het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) geregeld de hoofdrol in het mondzorgnieuws. Zo passeerden onder andere het tandartsentekort, taakherschikkingsexperiment en de toegankelijkheid van de mondzorg de revue. Waarom zijn er eerder geen maatregelen getroffen om het tandartsentekort op te vangen? Wanneer kan het taakherschikkingsexperiment als geslaagd bestempeld worden? En welke ontwikkelingen zullen de komende jaren haar intrede doen in de Nederlandse mondzorg? Dental Tribune trok de stoute schoenen aan en klopte aan bij het ministerie van VWS voor antwoord op een aantal lastige vragen. En ziedaar: het antwoord kwam er, met daarin een aantal verrassende statements. Lees hier de hoofdpunten.

Hoewel verschillende partijen in de mondzorg, de twee beroepsverenigingen voor tandartsen voorop, suggereren dat Den Haag hen weinig gunstig is gezind, toont het ministerie van VWS zich tevreden over de staat van de mondzorg anno 2019. Zo bezocht ruim 80% van de Nederlanders in 2018 minimaal één keer de tandarts en verloopt het overgrote deel van de miljoenen jaarlijks uitgevoerde ingrepen naar behoren. Desondanks luiden tandartsen de noodklok: er dreigt een groot gebrek aan vakgenoten. De voornaamste reden is dat er meer tandartsen met pensioen gaan dan er afstuderen. Het ministerie van VWS bevestigt dat er vanuit de beroepsgroep signalen zijn binnengekomen over tekorten in de mondzorg, maar wijst die tegelijkertijd van de hand. Bij de Inspectie voor Gezondheid en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zijn namelijk geen meldingen bekend. Het ministerie concludeert hieruit dat patiënten geen tekorten ervaren. Er zijn in Nederland ook geen wachtlijsten of wachttijden gekoppeld aan een bezoek aan de tandarts of mondhygiënist, aldus het ministerie, dat geen oordeel wil uitspreken over de wenselijkheid van de grote instroom van buitenlandse tandartsen.

Verhoogde opleidingscapaciteit
Hoewel patiënten volgens het ministerie (nog) geen tekorten ervaren, heeft het ministerie van VWS op 21 februari 2017 toegezegd om samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) onderzoek te doen naar de huidige en in de toekomst benodigde capaciteit in de mondzorg. In dat kader adviseerde het Capaciteitsorgaan op 23 januari 2019 in een tussentijds advies om de jaarlijkse instroom voor de initiële opleiding tot tandarts met 52 plaatsen te verhogen naar 311 studenten per jaar. Uit een kostenraming bleek onlangs dat het opleiden van 52 extra tandartsen structureel 13,1 miljoen euro per jaar zal kosten. De minister van OCW bepaalt uiteindelijk hoeveel plaatsen de opleidingen zullen tellen.

Zelfstandige bevoegdheid
Volgens het ministerie van VWS is experimenteren met geregistreerde mondhygiënisten één van de bouwstenen om op langere termijn voor voldoende capaciteit in de mondzorg te zorgen. De taakherschikking moet bijdragen aan het doelmatiger organiseren van zorg met behoud van dezelfde kwaliteit. Het ministerie van VWS vindt het belangrijk om zorgverleners in te zetten waar ze voor zijn opgeleid. Daarmee worden capaciteiten van verschillende beroepsgroepen en dure opleidingen zo goed mogelijk benut. Het inzetten van het juiste niveau van deskundigheid voor een bepaalde zorgvraag zou bijdragen aan de kwaliteit en het betaalbaar houden van de zorg. Dit is hard nodig, gelet op de vergrijzende bevolking met een hogere behoefte aan meer complexe mondzorg, de blijvende aandacht voor jeugdmondzorg en de toenemende technologische innovatie binnen de sector.

De afgelopen jaren hebben er diverse gesprekken plaatsgevonden met betrokken beroepsverenigingen en deskundigen van de opleidingsinstituten om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van de opleiding Mondzorgkunde. Hieruit is gebleken dat de opleiding sinds 2006 het benodigde onderwijs biedt om zelfstandige bevoegdheid aan mondhygiënisten toe te kennen door middel van een experiment, aldus het ministerie. Het gaat daarbij over het behandelen van primaire caviteiten, het maken van röntgenopnames en het toepassen van lokale anesthesie.

Tevreden patiënten
Uit eerdere taakherschikkingsexperimenten, bij onder andere de Verpleegkundig Specialist en Physician Assistant, is volgens het ministerie van VWS gebleken dat de kwaliteit van zorg erdoor toeneemt, evenals de patiënttevredenheid. Daarnaast was de organisatie van de zorg doelmatiger, waren er minder en kortere wachttijden en leidde het tot meer tijd voor de patiënt. Zelfstandige bevoegdheid voor geregistreerde mondhygiënisten geeft zowel tandartsen als mondhygiënisten de ruimte om taken uit te voeren waar zij specifiek voor zijn opgeleid. Het tuchtrecht, zoals bij andere BIG-beroepen, is gewoon van toepassing. Om dit experiment te laten slagen doet het ministerie een oproep aan tandartsen: hun medewerking en belangstelling is hiervoor hard nodig.

Het taakherschikkingsexperiment zal maximaal vijf jaar duren en wordt door middel van een onderzoek nauwgezet gemonitord. Hierbij kijkt het ministerie naar de kwaliteit (veiligheid, patiëntgerichtheid en toegankelijkheid), effectiviteit, doelmatigheid, continuïteit van zorg, samenwerking tussen tandartsen en mondhygiënisten en patiënttevredenheid. De monitoring van het experiment zal bestaan uit zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek. Naast de kwaliteitsindicatoren die nauwgezet gemonitord worden, zullen er interviews en focusgroepen met verschillende betrokken zorgverleners gehouden worden.

Betekent de overtuigende keuze vóór het experiment dat het ministerie doelmatigheid en kostenbesparing laat prevaleren boven de kwaliteit van zorg, een door KNMT en ANT geuit verwijt? Het ministerie wijst deze suggestie stellig van de hand: uit eerdere ervaringen zou blijken dat de kwaliteit van zorg helemaal niet achteruitgaat door taakherschikking, integendeel. Het experiment is volgens het ministerie geslaagd wanneer het toekennen van de bevoegdheid doelmatig en effectief is onder (ten minste) gelijkblijvende kwaliteit.

Vrije tarieven
Op 1 januari 2012 startte het ministerie van VWS het experiment vrije tarieven in de mondzorg. ‘Volledige’ marktwerking was een feit, maar duurde slechts kort. Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft enkele maanden na de start de minister van VWS met een aangenomen motie opgeroepen het experiment stop te zetten. Het ministerie onderbouwt deze keuze door te benadrukken dat de prijzen in de eerste drie maanden van het experiment – los van inflatie – met ruim 6% waren gestegen. Dit cijfer is door tandartsen echter veelvuldig betwist.

In talloze interviews en opiniestukken van tandartsen wordt betoogd dat vrije tarieven dé manier zijn om de kwaliteit en keuzevrijheid binnen de mondzorg naar een hoger plan te brengen. Desondanks overweegt VWS op dit moment geen nieuw experiment. Het ministerie geeft aan op veel andere manieren met betrokken partijen – waaronder tandartsen, patiënten, IGJ, NZa en het Zorginstituut – te werken aan het verbeteren van kwaliteit, het beschikbaar stellen van relevante informatie voor de cliënt en het vergroten van transparantie. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van richtlijnen door het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO), waar VWS financiële middelen voor ter beschikking stelt.

Toegankelijke mondzorg
Diverse nieuwsberichten suggereren dat mensen met lage inkomens minder vaak een bezoek aan de tandarts of mondhygiënist brengen. Het ministerie van VWS vindt dat de toegankelijkheid van de mondzorg niet in het geding is en verwijst naar CBS-cijfers waaruit blijkt dat in 2018 80,3% van de Nederlanders minimaal één keer naar de tandarts is gegaan. Dat percentage van ruim 80% ligt in de praktijk nog hoger, aangezien baby’s en mensen met een volledige prothese ook meetellen bij de Nederlandse bevolking. Het percentage mensen dat minimaal één keer per jaar naar de tandarts gaat, laat sinds 2006 een geleidelijke lichte stijging zien: van 78,1% in 2006 naar 80,3% in 2018. Het percentage over 2018 is het hoogst gemeten sinds jaren. Ook in de jaren dat de mondzorg voor verzekerden van 18 jaar of ouder nog in het ziekenfondspakket was opgenomen, lag het percentage mensen dat minimaal één keer per jaar naar de tandarts ging aanzienlijk lager. In 1990 was dit 71,3% en in 1995 74,6%.

Deze gegevens verklaren volgens het ministerie van VWS niet waarom mensen afzien van een tandartsbezoek. Uit een onderzoek naar de mondgezondheid en het tandheelkundig preventief gedrag van volwassenen in 2013, uitgevoerd door TNO, kwamen diverse redenen naar voren waarom volwassenen niet jaarlijks de tandarts of mondhygiënist bezoeken. Die redenen lopen uiteen van “niet nodig om jaarlijks te gaan vanwege een goed gebit” tot “niet jaarlijks gaan vanwege financiële consequenties” of “niet gaan vanwege verstrekkende angst voor tandheelkundige behandelingen”.

Het ministerie van VWS vindt het belangrijk dat kinderen al vroeg gebruik maken van mondzorg, zodat zij leren hoe ze hun gebit kunnen verzorgen. Dit helpt ook op latere leeftijd bij het behouden van een goede mondgezondheid, en draagt dus bij aan preventie. Hierbij is het belangrijk om bewustwording bij ouders te creëren. Het zorginstituut is op dit moment met veldpartijen in overleg om te bepalen hoe de mondgezondheid van kinderen in de toekomst verder kan worden verbeterd. Ook is er lof voor meerdere initiatieven, zoals het project ‘GigaGaaf’. Consultatiebureaus die deelnemen aan het GigaGaaf-project verwijzen alle ouders met kinderen vanaf zes maanden door naar mondzorgprofessionals. De gedachte hierachter is dat het aanleren van goede gewoontes makkelijker is dan het afleren van slechte.

Toekomstperspectief
Het ministerie van VWS vindt dat de mondzorg op de goede weg is, maar benadrukt dat er nog diverse verbeteringen mogelijk zijn. Zo werkt het ministerie samen met betrokken partijen op een constructieve manier aan verdere verbeteringen op het gebied van preventie. Daarbij zal ook de samenwerking tussen de mondzorg en andere partijen bevorderd moeten worden. Dit sluit aan bij de inzet van het ministerie om ‘de juiste zorg op de juiste plek’ te krijgen, waarbij het voorkomen van duurdere zorg een van de speerpunten is. In datzelfde kader kijkt VWS met veel interesse naar het experiment taakherschikking. De uitkomsten van dit experiment zijn belangrijk voor de toekomst van de mondzorg.

Daarnaast heeft het ministerie van VWS de mondgezondheid van kwetsbare ouderen in de thuissituatie hoog op de agenda staan. Diverse partijen hebben zich hier de afgelopen jaren voor ingezet en hebben een plan van aanpak opgesteld. Om concrete resultaten te behalen is afgesproken om dit plan versneld in praktijk te brengen, via het bestaande project ‘De Mond Niet Vergeten!’. Het ministerie van VWS ondersteunt dit project door middel van een subsidie.

Ook is er verbetering nodig in de informatievoorziening en transparantie voor de patiënt. Dit moet ertoe leiden dat mensen overwogen kunnen kiezen naar welke tandarts zij gaan, welke behandeling zij krijgen en welke verzekeringspolis het best bij hen past. Ten slotte dient ook verder gewerkt te worden aan de ontwikkeling van richtlijnen en kwaliteitsstandaarden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2019 - All rights reserved - Dental Tribune International