Monique Danser, parodontoloog bij ACTA: “Goede mondhygiëne en gezonde leefstijl kunnen parodontitis voorkomen”

Search Dental Tribune

Monique Danser, parodontoloog bij ACTA: “Goede mondhygiëne en gezonde leefstijl kunnen parodontitis voorkomen”

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Monique Danser, parodontoloog bij ACTA
Hedwig Fossen, Redactie Dental Tribune

By Hedwig Fossen, Redactie Dental Tribune

wo. 17 augustus 2022

save

Hoe werk je aan duurzaamheid binnen de parodontologie? En wat is de huidige behandeling van peri-implantitis? Dergelijke vragen en meer kwamen afgelopen juni aan bod tijdens het grootste wereldwijde congres op het gebied van implantologie en parodontologie. EuroPerio10 in Kopenhagen gaf in vier dagen een overzicht van de nieuwe ontwikkelingen binnen het vakgebied. Als oud-bestuurder van de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie en bestuurder van de European Federation of Periodontology (EFP) kent parodontoloog Monique Danser alle ins en outs van het vakgebied. Dental Tribune sprak met haar over haar passie voor het vak, peri-implantitis, de nieuwe paro-ontwikkelingen en het congres.

Wat was het hoogtepunt van EuroPerio10 in Kopenhagen?

We hadden een heel interessante keynotespeaker, Katherine Richardson. Zij is biologe en hoofd van het Sustainability Science Center in Kopenhagen. Het is heel waardevol om dé expert op het gebied van duurzaamheid te horen spreken, want binnen de EFP zijn we ook veel met duurzaamheid bezig. We kijken bijvoorbeeld kritisch naar onze reiskilometers en zetten online meetings in om het reizen te beperken.

Verder was iedereen heel blij om elkaar weer te zien, want het vorige congres was inmiddels vier jaar geleden. Vanaf dag één heerste er een ongelofelijk gezellige sfeer. Er waren meer dan zevenduizend deelnemers van over de hele wereld op het congres, onder wie ook veel jonge mensen. Dus wat dat betreft hebben we het goed gedaan!

Jullie hadden ook live surgery op het programma staan. Hoe ging dat?

Klopt, dit keer hadden we zelfs meerdere live surgeries. Verschillende parodontologen deden in hun eigen praktijk een ingreep die we via videoverbindingen live konden volgen. Dezelfde casus werd met verschillende chirurgische technieken aangevlogen en daarna volgde een discussie over de verschillende technieken. Die live surgeries waren wederom een groot succes en we houden ze erin voor het volgende EuroPerio-congres, over drie jaar.

Wat vindt u zelf het meest interessant aan uw vakgebied?

Dat is een open deur, maar het begint allemaal met een gezond parodontium. Als dat fundament niet gezond is, kun je maken wat je wilt, maar werkt het niet. Ook vind ik het heel interessant dat de parodontologie zoveel raakvlakken heeft met andere vakgebieden en dat we steeds holistischer naar de patiënt zijn gaan kijken. Naast tandsteen en biofilm verwijderen kijken we nu ook naar leefstijlfactoren van de patiënt, zoals voeding, roken en stress, omdat dit heel belangrijk is voor het uiteindelijke behandelresultaat.

Is die holistische benadering een nieuwe ontwikkeling binnen de parodontologie?

De holistische benadering is niet nieuw, maar is wel in opmars binnen de geneeskunde en binnen de tandheelkunde. Voor parodontitis is er bijvoorbeeld een nieuw classificatiesysteem. Voorheen namen we alleen de ernst en de uitgebreidheid van de botafbraak mee in de classificatie, naast de leeftijd en het geslacht van de patiënt. Nu bekijken we ook factoren als roken en diabetes. Diabetes kan effect hebben op de behandeluitkomst wanneer een patiënt niet goed is ingesteld. De patiënt bewust maken van wat parodontitis is en wat hij daar aan kan doen, is de eerste fase van de behandeling. Er is dus sprake van een meer persoonlijke en holistische aanpak.

Ook nemen we de ‘immuunfitness’ mee binnen een holistische aanpak, want een verstoorde ‘immuunfitness’ is een reden voor het ontstaan van parodontitis. Tijdens de coronapandemie merkte je dit doordat er werd gehamerd op sporten en voldoende vitamine D inname. Het maakt veel uit hoe een patiënt kan omgaan met aanvallen van buiten, zoals die van paro-bacteriën. Je wilt dus niet alleen subgingivaal en supragingivaal reinigen en biofilm verwijderen, maar ook de immuunfitness verbeteren. Aan de patiënt kun je meegeven hoe hij aan zijn immuunfitness kan werken. Hoe staat het met gezond eten, met stress en met de hoeveelheid slaap?

Zijn er nog andere vernieuwingen binnen de parodontologie?

Ik denk dat de kentering binnen de gezondheidszorg van genezen naar preventie ook voordelen biedt voor de parodontologie. Alles valt of staat met preventie. De afgelopen 25 tot 30 jaar is de prevalentie van parodontitis hetzelfde gebleven. Goede mondhygiëne en bepaalde leefstijlfactoren kunnen gingivitis en daarmee uiteindelijk parodontitis voorkomen. Uit een onderzoeksrapport van The Economist blijkt dat Nederland over een periode van tien jaar een kleine 8 miljard euro kan besparen door gingivitis te behandelen en zodoende de progressie naar parodontitis te voorkomen.

Verder is er nu een eenvoudiger screeningstool voor parodontitis. Tandartsen hoeven alleen de pockets te meten en kunnen vervolgens een PPS-score geven. Een score van 0 betekent dat er niets aan de hand is, bij een score van 1 moet je iets aan preventie gaan doen en bij een score van 2 is verdere diagnostiek nodig en moet iemand waarschijnlijk behandeld worden. Is dit laatste het geval, dan kijk je eerst of de patiënt gemotiveerd is voor een behandeling en ook bereid is om er tijd aan te besteden. Pas daarna ga je het paro-traject in.

Wat zijn de belangrijkste raakvlakken tussen parodontologie en implantologie?

Deze vakgebieden zijn sterk met elkaar verbonden. Bij patiënten met parodontitis gaan eerder elementen verloren. Een implantaat is een van de oplossingen om een diasteem wat hierdoor ontstaat te behandelen.

Een ander raakvlak is peri-implantitis, dat heel veel voorkomt. Het aantal stijgt elk jaar weer en de getallen wijzen uit dat misschien wel bij een derde van alle implantaten sprake is van peri-implantitis. Men is zich hiervan steeds meer bewust, waardoor ik hoop dat het aantal patiënten met peri-implantitis zal afnemen.

Wat moet er gebeuren om het aantal patiënten met peri-implantitis te verminderen?

Om peri-implantitis te voorkomen, zijn de juiste indicatie en nazorg essentieel. Als ondersteuning is  er een duidelijke richtlijn voor peri-implantitis opgesteld. Voor het plaatsen van een implantaat moet iemand parodontaal gezond zijn. Je moet onder andere de voorgeschiedenis van de patiënt kennen en weten of de mondhygiëne goed is. Een jaar na plaatsing van een implantaat moet je een röntgenfoto nemen en klinische metingen zoals bloeding na sonderen uitvoeren en noteren.

Er worden constant nieuwe manieren ontwikkeld voor de behandeling van peri-implantitis. Onlangs hoorde ik een voor mij nieuwe benadering: tabletjes die je oplost in vloeistof waarin je je tandenborstel doopt. Door er daarna mee te poetsen zou dit de biofilm helpen elimineren. Studies hiernaar lopen nog, maar zien er veelbelovend uit. We doen nu veel aan schoonmaken van het implantaatoppervlak en stimuleren de regeneratie van weefsel, maar dit concept bekijkt het van een heel andere kant en grijpt in op het moment van gebitsreiniging. Daar zie ik iets preventiefs in dat breder toepasbaar is dan alleen voor peri-implantitis.

Wat is de beste behandeling bij iemand met peri-implantitis?

Eigenlijk weten we nog steeds niet wat de beste behandeling is. Er is niet één manier om peri-implantitis te behandelen. De behandelaar en het defect bepalen wat het beste is voor de patiënt. Volgens de richtlijnen zit er geen verschil tussen middel A, B en C. Je hebt allerlei materialen om mee te werken, bijvoorbeeld om het implantaatoppervlak te behandelen, maar er is er niet één die eruit springt. Je moet er wel snel bij zijn en anders dan bij parodontitis ga je bij peri-implantitis sneller over op chirurgie.

Wat denkt u dat er nog zal veranderen in de parodontologie in de komende tien jaar?

Ik denk dat we meer met artificial intelligence (AI) gaan doen. Je kan bijvoorbeeld met AI het risico voor parodontitis bepalen per patiënt om meer preventief te kunnen handelen. Ook kan AI voordelen bieden bij het bepalen van het botniveau. In de parodontologie en de implantologie is het essentieel om het botniveau goed te bepalen. Nu beoordelen we een röntgenfoto zelf, maar dit is lastig, weinig objectief en vergt veel ervaring. Het is namelijk afhankelijk van vele factoren zoals bijvoorbeeld de inschietrichting. Door met AI te bepalen waar het botniveau exact is en of er sprake is van een schuin of recht boteffect, haal je het subjectieve eruit en heb je nauwkeuriger metingen en een preciezere prognose.

Verder staat duurzaamheid steeds hoger in het vaandel binnen de tandheelkunde en ook binnen de EFP. Als EFP hebben we laatst onze zeven partners gevraagd wat zij als bedrijf aan duurzaamheid doen en hieraan hebben we een nieuwsbrief gewijd. Ook hebben we EuroPerio10 duurzamer gemaakt door geen programmaboek meer te drukken, geen bloemen maar planten op tafel te zetten en gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren.

EFP lanceert nieuwe richtlijn voor stadium 4 parodontitis

Op EuroPerio10 presenteerde de EFP een nieuwe richtlijn voor de behandeling van stadium 4-parodontitis. Deze vergevorderde vorm van parodontitis heeft dezelfde mate van ernst als die in stadium 3, maar de behandeling is complexer. Dit komt doordat er elementen missen en er naast de parodontale behandeling ook restauratieve en/of orthodontische behandeling nodig is om tot een parodontaal, esthetisch en functioneel aanvaardbaar eindresultaat te komen.

Tijdens het congres lichtten verschillende sprekers de nieuwe richtlijn toe. Daarbij ging het over de multidisciplinaire aanpak bij stadium 4-parodontitis, zoals de samenwerking met orthodontie. Daarnaast kwamen aanvullende medicatie tijdens stap 2 van het behandeltraject, kritische factoren in de chirurgie voor behandeling van furcatiedefecten, de hygiëne en preventie en tot slot de controle van risicofactoren tijdens het behandeltraject aan bod.

De nieuwe richtlijn bevat onder andere aanbevelingen voor het orthodontisch verplaatsen van een gebitselement, tandspalken, occlusale aanpassing, door tanden of implantaten ondersteunde vaste of uitneembare gebitsprothesen en ondersteunende parodontale zorg. De nieuwe richtlijn benadrukt dat het cruciaal is om voorafgaand aan de planning van de behandeling een definitieve en uitgebreide diagnose te stellen en relevante informatie over de patiënt te verkrijgen.

De volledige richtlijn is in te zien via het Journal of Clinical Periodontology.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement