Dental Tribune Netherlands

NWVT: 115 jaar wetenschap voor de algemeen practicus

By Imelda van de Wardt
May 08, 2019

De Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging van Tandartsen (NWVT) bestaat 115 jaar. Dat wordt gevierd met een lustrumcongres op vrijdag 14 juni. Wat heeft deze vereniging de afgelopen 115 jaar bereikt? Waar maakt de NWVT zich tegenwoordig hard voor en hoe gaat het lustrum eruitzien? Dental Tribune ging in gesprek met voorzitter Monetta de Bakker-Ruige. Volgende week een interview met prof. dr. Eddy Becking, spreker op het congres.

De NWVT, voorheen NVT, heeft in 2016 haar naamswijziging doorgevoerd. “We zijn altijd een wetenschappelijke vereniging geweest, maar we merkten dat vooral de jongere generatie door de bomen het bos niet meer zag met alle afkortingen die binnen de tandheelkunde gevoerd worden. Om duidelijk aan te geven waar de vereniging altijd voor staat hebben we de ‘wetenschap’ opgenomen in onze naam,” licht De Bakker-Ruige toe. “Dat sluit ook aan bij wat de NWVT altijd heeft uitgedragen en uitdraagt: de vereniging brengt de wetenschap in de praktijk.”

Boeien, binden en verbinden
Het streven naar kwaliteitsverbetering van de tandheelkunde is vanaf de oprichting het uitgangspunt geweest, aldus de voorzitter. Dit komt ook tot uiting door middel van het Kennisinstituut Mondzorg (KiMo) en de richtlijnontwikkeling die daarbinnen plaatsvindt.
De NWVT brengt wetenschap naar de algemeen practicus en wil hiermee aan de behoefte van al haar 3.000 leden voldoen, variërend van studentleden en Young Professionals tot ervaren tandartsen. De vereniging organiseert onder andere drie keer per jaar een cursus of congres, met een onderwerp dat voor de gehele doelgroep interessant moet zijn. Om dit te bereiken haalt de vereniging haar inspiratie uit de dagelijkse praktijk. “Wij willen graag uit het veld horen waar behoefte aan is. Al onze cursussen zijn bruikbaar en direct toepasbaar en worden gepresenteerd door zowel universitaire docenten als algemeen practici. Het moet boeien, binden en verbinden. De algemeen practicus moet het bij wijze van spreken meteen de volgende dag in de praktijk kunnen brengen.”

Kwaliteit en kennis stimuleren
Om kwaliteitsverbetering te stimuleren, beschikt de NWVT over een fonds waar aanspraak op gemaakt kan worden voor onderzoeksdoeleinden die nuttig zijn voor de algemeen practicus. Daarnaast kunnen studenten meedingen naar de NWVT – TP masterscriptie prijs voor de beste scriptie van het academisch jaar, gericht op de tandarts algemeen practicus. Ook reikt de vereniging jaarlijks de NWVT Hamer-Duyvensz prijs uit aan het proefschrift dat zowel de algemeen practicus als de wetenschap verder brengt.

Onderzoeken binnen de tandheelkunde hebben regelmatig gemeenschappelijke delers met geneeskundige onderzoeken. Er is immers een verband tussen de mondgezondheid en de algehele gesteldheid van het lichaam. “In onderzoeken wordt al enige tijd aangegeven dat bijvoorbeeld parodontitis sterk geassocieerd en mogelijk causaal verbonden is met hartafwijkingen, suikerziekte en vroeggeboortes,” benadrukt De Bakker-Ruige.

Bij- en nascholing verplicht
Ook zet de NWVT zich in voor ontwikkelingen binnen de mondzorg die van belang zijn voor de tandarts. “Wij steunen, via de Federatie Tandheelkundige Wetenschappelijke Verenigingen (FTWV), de ontwikkeling van het KiMo en de klinische praktijkrichtlijnen die hier ontwikkeld worden.” Maar ook op het gebied van deskundigheidsbevordering maakt de NWVT zich hard. “We vinden dat bij- en nascholing van essentieel belang is voor de tandarts, in welke fase die zich ook bevindt. Het is daarom positief dat het hele veld inmiddels overtuigd is dat deskundigheidsbevorderende activiteiten verplicht gesteld moeten worden,” stelt De Bakker-Ruige. Wel zou ze de criteria, die uiteindelijk door de KNMT en ANT worden samengesteld, op een andere manier willen invullen. De zeven competentiegebieden (CanMeds) die door het KRT werden aangehouden, worden vervangen door drie overkoepelende competenties: inhoud, organisatie en reflectie. De KNMT oppert 60% van de urennorm over deze drie competenties te verdelen. De overige uren zijn vrij besteedbaar. “Wij begrijpen deze verdeling niet, omdat we vinden dat de vakinhoudelijke bij- en nascholing meer uren zou moeten omvatten. Zaken rondom het vak zijn natuurlijk wel belangrijk, maar er zou geen gelijke verdeling moeten zijn.”

Bij- en nascholing moet volgens De Bakker-Ruige verdeeld worden over verschillende vakgebieden. “Wij vinden dat bij- en nascholing erop gericht moet zijn dat elke tandarts ten minste evenveel kennis heeft als een pas afgestudeerde tandarts. De algemeen practicus moet dus op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen.” Dit geldt ook voor gedifferentieerde tandartsen. Nederland telt 8.760 tandartsen, waarvan ongeveer 7% gedifferentieerd is. Dit zijn geen erkende specialismen, zoals orthodontie en kaakchirurgie. “De gedifferentieerde tandarts krijgt regelmatig verwijzingen van algemeen practici. Ik vind dat zij daarom op de hoogte moeten zijn van alle ontwikkelingen en niet alleen binnen de eigen differentiatie. De mond is een geïntegreerd geheel waar meerdere tandheelkundige deelgebieden bij betrokken kunnen zijn,” aldus de NWVT-voorzitter.

Accreditatie onafhankelijk van Registratie
De NWVT vindt ook dat alle bij- en nascholing geaccrediteerd moet zijn. Daarbij moet er natuurlijk de mogelijkheid zijn om buitenlandse congressen te bezoeken. “Wij stellen ons voor dat de aan een buitenlands congres verbonden accreditatie in Nederland beoordeeld en overgenomen wordt. Op dit moment is het Q-Keurmerk onzes inziens het enige geschikte accreditatieorgaan in Nederland voor tandheelkundige bij- en nascholing.”

In maart suggereerde de KNMT in Dental Tribune dat er in de toekomst sprake van meerdere accreditatieorganen kan zijn. “Wij delen dat standpunt niet. Het KRT fungeert momenteel zowel als erkennings-, accreditatie- en registratieorgaan voor tandartsen. Dat zien wij als een belangenverstrengeling. Ook is het KRT niet onafhankelijk, aangezien het verbonden is aan de KNMT.” Het registratieorgaan moet volgens de NWVT een volledig onafhankelijk orgaan zijn. “Eigenlijk een soort brievenbus, waar ik mijn punten in kwijt kan en dat niks anders doet dan registreren.”

Volgende week leest u in deel twee een interview met MKA-chirurg prof. dr. Eddy Becking, spreker op het congres. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Latest Issues
E-paper

DT Netherlands No. 4, 2020

Open PDF Open E-paper All E-papers

© 2020 - All rights reserved - Dental Tribune International