DT News - Netherlands - Column Erik Ranzijn: Camouflage

Search Dental Tribune

Column Erik Ranzijn: Camouflage

Erik Ranzijn

Erik Ranzijn

di. 10 oktober 2023

Bewaar

Ik had F. al een tijdje niet gezien en gesproken. We vonden het daarom een goed idee om samen te lunchen en elkaar te voorzien van updates over onze persoonlijke wederwaardigheden, de algehele toestand in het land en ruim daaromheen, mochten we daaraan toekomen. De diverse weerapps voorspelden droog weer. Een flinke fietstocht kan nooit kwaad, dus ik stapte op de elektrische fiets voor een ritje naar het 20 kilometer verder gelegen dorp.

Na een hittegolf was de temperatuur nu laag voor de tijd van het jaar. Uitstekend fietsweer dus. De hevige regen van de voorbije weken hadden het landschap weer groen gekleurd. Ik trapte in een niet al te belastend tempo langs de vaart tussen de weilanden door noordwaarts met voldoende gelegenheid voor reflecties en vrije associaties.

Ik passeerde een paar vissers die langs de waterkant positie hadden ingenomen op ongemakkelijke krukjes. Er stonden meer hengels dan hengelaars. De mannen lieten duidelijk niets aan het toeval over. Ze hadden alle twee een camouflagejas aan en dito broek met veel opgenaaide zakken. Aan hun broeksriem waren lederen etuis bevestigd die ongetwijfeld handig instrumentarium bevatten om hun vangst van de haak te verwijderen of reparaties uit te voeren aan defect geraakt materieel. Achter ze stond een halfrond koepeltentje in dezelfde groen gevlekte tinten.

Ik trof F. in het plaatselijk restaurant waar een vermoeide ober sloffend de kaart kwam brengen en net zo sloffend onze bestelling door ging geven aan de keuken. F. vond dat ons weerzien gevierd moest worden met een mooie witte wijn en wimpelde mijn bezwaar dat ik nog moest rijden weg met het argument dat van één flesje wijn nog nooit iemand slechter was geworden. In de keuken werd kennelijk niet gesloft want verrassend snel werden de gerechten geserveerd. Deze bleken zeer smakelijk te zijn en verdienden het om met wat witte wijn weggespoeld te worden.

Op de weg terug pakte ik de gedachtendraad op waar ik gebleven was. Ik was benieuwd waarom de vissers zich in camouflagekleding hulden en hun tentje ook. Zouden ze zich op die manier onzichtbaar maken voor de vis zodat deze niet op zijn qui-vive zou zijn als hij langs aas aan een haakje zou zwemmen? Een blauwe of rode jas op de oever verpest de eetlust van de brasem of de voorn?

Ter hoogte van de vissers begon het te regenen en nadat ik mijn regenpak had aangetrokken stapte ik door het gras naar de vissers om hen mijn vragen voor te leggen. Mijn regenpak maakte onder het lopen ritselende en schurende geluiden, wat een streng ‘sssttt!’ ontlokte. Ik hield stil en vroeg, om het gesprek te openen: “Bijten ze een beetje?” “Nee, niet echt”, fluisterde de visser met onverholen teleurstelling. Het kwam bij me op om daar ad rem op te reageren – “Nou, dan durf ik wel dichterbij te komen”– maar deed dat niet. “De regen maakt ze erg onrustig”, fluisterde hij weer. Ik voelde dat ik te veel was en liep terug naar mijn fiets zonder antwoord op mijn vragen, maar weet nu wel: vissen zijn gevoelige beesten.

Labels:
To post a reply please login or register
advertisement
advertisement