Search Dental Tribune

Indicatie narcose bij kinderen te vaak ongegrond

Thierry Boulanger

Thierry Boulanger

di. 4 mei 2021

Bewaar

De Belgische kindertandarts Thierry Boulanger paste dertig jaar lang regelmatig narcose toe bij kinderen, tot hij in aanraking kwam met niet-restauratieve caviteitsbehandeling (NRCT). Narcose is hierdoor vaak overbodig. In vijf verschillende casussen laat hij zien hoe je met prioritering van causale therapie de focus verlegt van reparatie naar gebitsgezondheid en wat dat oplevert voor kinderen, ouders én hemzelf als tandarts.

Mondzorg bij jeugdigen: ruimte voor early adopters

Het is een legitieme vraag wat de bedoeling is van de (kinder)tandheelkunde: cariësactieve kinderen afleveren met veel vullingen en extracties of cariës-inactieve kinderen afleveren die goed voor hun gebit zorgen?
Zoals bij elke paradigmaverschuiving heb je early adopters, de kwartiermakers, late en zeer late adopters die vertrouwen op de onjuiste zekerheden geleerd tijdens de studie. De early adopters kunnen een weg inslaan die aanvankelijk niet het gewenste resultaat levert, maar leren hiervan, sturen bij en geven niet op tot hun doel is bereikt. In deze serie willen we early adopters die in het managen van cariës een hoger doel zien dan in het routinematig restaureren aan het woord laten. Ze zullen vertellen over hun aanpak in de praktijk. We wensen u veel leesplezier, maar ook veel stof om over na te denken, te assimileren en te adopteren.
Bent u een early adopter, spreekt dit initiatief u aan en wilt u een casus delen met collega’s? Meldt u zich dan bij de initiatiefnemers en/of de redactie van Dental Tribune via redactie@dental-tribune.nl. De gevraagde bijdrage betreft vooral casuïstiek (600-700 woorden) en ondersteunend beeldmateriaal.

Cor van Loveren
James Huddleston Slater sr.
Jo Frencken
René Gruythuysen

 

Sinds 1984 ben ik actief als tandarts en sinds 1988 ook als tandarts-pedodontoloog in mijn praktijk te Andrimont en daarnaast in Le Centre Hospitalier de la Citadelle te Luik. Lang heb ik zoals veel collega’s de traditionele complete restauratieve zorg toegepast. Daarbij hoorde het veelvuldig toepassen van narcose.
Het boekje ‘Niet-Restauratieve Caviteitsbehandeling’ dat verscheen in 2012 bij AccreDidact wekte mijn nieuwsgierigheid en ik zag mogelijkheden om het NRCT-concept in praktijk te brengen (afb. 1). Van motivational interviewing wist ik nog weinig. Maar het is van essentieel belang om hier aan te werken, heb ik moeten ervaren. Ik raakte bevriend met René Gruythuysen en later met Lina Jasulaityte en we wisselden veel info met elkaar uit. Contacten met Amerikaanse collega’s brachten mij op het spoor van de mogelijkheden van zilverproducten zoals zilverdiaminefluoride (SDF). De indicatie ‘NRCT’ kon hierdoor drastisch worden uitgebreid. Als noodgrepen waren bovendien ART en Hall-kronen beschikbaar zonder dat hiervoor narcose nodig was.

De noodzaak om narcose toe te passen nam hierdoor drastisch af. Steeds vaker ben ik bij verwijzingen voor narcose overgegaan tot causale behandeling, daar waar nodig aangevuld met kindvriendelijke symptoombestrijding waarbij anesthesie geven tot het verleden behoort. Bij jonge kinderen is het front vaak aangetast. Bij behandelingen onder algehele anesthesie heb ik daarbij in het verleden veel keramische kroontjes toegepast, maar daar ben ik van afgestapt. De nadruk ligt nu op goede mondhygiëne en verantwoorde voeding. Esthetische behandelingen doe ik nu uitsluitend op verzoek van het kind als de mondverzorging op orde is en het kind de behandeling aankan. Een reden kan zijn dat het kind gepest wordt en dat is lang niet altijd het geval. Ook de indicatie pulpotomie stel ik veel minder vaak op basis van de literatuur.

Bij onderstaande casussen koos ik voor prioritering van causale therapie ondanks doorverwijzing voor een narcosebehandeling.

Zilvernitraat in het melkfront

Een kind van 4 jaar werd verwezen voor behandeling onder narcose (afb. 2a). Er was geen reden voor restauratie. Poetstraining met fluoridevernis waren misschien voldoende geweest, maar ik twijfelde hier sterk aan het vermogen van de ouders om dit snel onder de knie te krijgen. Daarom besloot ik SDF toe te passen.
Zilvernitraat kan het (tijdelijke) onvermogen van ouders om adequaat te poetsen compenseren. Hoewel de mondhygiëne bij evaluatie na 2 maanden onvoldoende was, bleek zilvernitraat ondertussen een cariostatische werking te hebben (afb. 2b).
In deze tijden van veronderstelde absolute noodzaak van esthetiek, ben ik verheugd te merken dat, mits zorgvuldig uitgelegd, ouders niet-esthetische procedures accepteren, zoals roestvrijstalen kronen en het zwart kleurende zilvernitraat in het voordeel van de kinderen.
Veel ouders zijn erg dankbaar als ik een alternatieve behandeling voorstel voor narcose of invasieve procedures, ook al zijn ze esthetisch minder fraai.

Als de mondverzorging op orde is kan alsnog tot adhesieve restauratie worden overgegaan zonder zelfs lokale anesthesie toe te passen (afb. 3). Bij dit kind dat ook verwezen was voor narcose is onder andere gebruik gemaakt van een opaquer om de verkleuring door zilvernitraat te maskeren. Het resultaat na twee jaar is niet perfect, maar volledig naar tevredenheid van moeder en kind. Die waren blij dat narcose niet nodig was. De centrale melkincisieven staan al wat losser vanwege de aanstaande wisseling.

Leermoment

  1. Restauratieve behandeling in het melkfront is zelden nodig omdat meestal volstaan kan worden met poetstraining en fluoridevernis.
  2. Als toch op goede gronden voor restauratie wordt gekozen kan deze plaatsvinden met eenvoudige adhesieve middelen zonder gebruik te maken van welke vorm van anesthesie dan ook.

Casus kaasmolaar in de tijdelijke dentitie

Een jong kind werd in 2016 verwezen voor behandeling met een kroon onder narcose van de 55. Ik zag daar geen reden toe en behandelde de molaar volgens de ART-methode. Bij een ander kind met dezelfde indicatie paste ik SMART toe: SDF in combinatie met ART. Bij evaluatie na 3 jaar was het resultaat bij beiden bevredigend (afb. 4a-b).

De SMART-methode heb ik ook bij een meisje van tweeënhalf jaar uit de VS toegepast. Diagnose: amelogenesis imperfecta. De klacht: hypersensitiviteit en cariës. In de VS luidde de indicatie: 20 kronen plaatsen onder narcose. In plaats van de behandeling met kronen werden zonder narcose bij het kind in twee zittingen behandelingen uitgevoerd met de SMART-methode. Dat was afdoende om de klachten te bestrijden. Een paar maanden later stuurden de ouders uit de VS het bericht dat het goed ging met hun kind. De laag glasionomeercement was ook nog aanwezig. Na 27 maanden zag ik het kind weer. Zij was klachtenvrij. De coating met glasionomeercement was geheel of gedeeltelijk verloren gegaan, maar de laesies zijn stabiel en restauratieve herbehandeling is vooralsnog overbodig (afb. 5a-b).

Casus omslag in cariësbehandeling

Een kind van vierenhalf jaar met multi-cariës werd verwezen voor behandeling onder narcose (afb. 6a-e). Klacht: lichte gevoeligheid .
Bij deze eerste sessie trainde ik het poetsen, opende ik de laesies voorzichtig en behandelde de laesies met SDF. Bij het monitoren zal blijken of er aanvullende behandelingen nodig zijn zoals herhalen SDF, SMART, Hall-kroon of lokaal een conventionele behandeling.

Het kind ging glimlachend weg. De ‘brandhaard’ in haar mond was gedoofd. Er bestaan inmiddels zoveel kindvriendelijke mogelijkheden om tanden vitaal te houden, waarom zouden we die afwijzen?Het lijkt me dat deze benadering zoveel logischer is dan wat ik de in voorafgaande dertig jaar deed. Ook bij patiënten met een handicap pas ik narcose veel minder vaak toe dan in het verleden.

Het is mooi dat in Nederland de nieuwe richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen preventie en behandeling van cariës de nadruk legt op prioritering van een etiologische behandeling en ik hieraan kon bijdragen met door mij aangeleverde casuïstiek.

Leermomenten

  1. Ik weet dat er veel collega’s zijn die er moeite mee hebben om van de traditionele zorg af te stappen, maar wat is mooier dan kinderen een meer kindvriendelijk perspectief te bieden en te focussen op gebitsgezondheid in plaats van op reparatie.
  2. Als je de stap naar het remmen van het cariësproces door steun aan ouders en kinderen te geven eenmaal hebt gezet is wat je ervoor terugkrijgt van de kinderen en ouders een welkom geschenk. Dat besef ik des te meer sinds ik zes kleinkinderen heb (afb. 7).

 

 

Referenties

  • Duffin S, Juhl J, Schwab J, Duffin M. SMART Oral Health: the medical management of caries.
  • Gruythuysen RJM. Kindvriendelijke mondzorg. Houten: Accredidact; 2018/4.
  • Gruythuysen RJM, Maarel-Wierink CD van der, Jasulaityte L. Problematische mondzorg bij zorgafhankelijke patiënten. Houten: Accredidact, 2019.
Tags:
To post a reply please login or register

Project Sport Fit met een Gezond Gebit

Jolanda Gortzak

Jolanda Gortzak

vr. 3 juli 2026

Bewaar

Onderzoek toont aan dat de mondgezondheid van (top)sporters vaak te wensen overlaat.1 Meer dan de helft van de sporters kampt met mondproblemen, variërend van tandvleesontstekingen tot gebitsklachten. De impact hiervan reikt verder dan alleen de mond: een niet-optimale mondgezondheid kan leiden tot verminderde sportprestaties, snellere spiervermoeidheid, een verhoogd risico op blessures en een trager herstelproces. Daarnaast ervaart ongeveer 17% van de sporters schaamte over het gebit, wat onzekerheid en terughoudend gedrag kan veroorzaken. Meerdere factoren zijn van invloed op de mondgezondheid van sporters, waaronder bewustzijn, gedrag, prioriteit en de beschikbaarheid van preventieve mondzorg. Juist in een omgeving waarin fysieke en mentale prestaties centraal staan, verdient dit aspect meer aandacht.

Jolanda Gortzak houdt zich als zelfstandig gevestigde mondhygiënist en eigenaar van Oral-Vision sinds bijna tien jaar bezig met praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek binnen het project ‘Sport Fit met een Gezond Gebit’. Dit project bestaat uit diverse activiteiten, waaronder practice-based evidence-onderzoek, publiceren, presentaties op (inter)nationale congressen en symposia en interviews met recreatieve sporters, studenten en topsporters. De ontwikkeling van het e-magazine Mondgezondheid bij (top)sporters (2018-2022) als interventie is een mooi voorbeeld. Dit magazine werd ontwikkeld in samenwerking met être design en met Yvonne Buunk-Werkhoven, gepromoveerd sociaal psycholoog en mondhygiënist, volgens de Help- en Succes-fasen binnen het PATHS-model (Probleem, Analyse, Test, Help, Succes).2 Binnenkort is dit e-magazine te downloaden via de website van de Nederlandse Vereniging voor Sporttandheelkunde (NVvST). Het doel is inzicht te geven in de psychologie achter mondgezondheid en gedrag, en het project richt zich op het vergroten van bewustwording, het bevorderen van gedragsverandering en samenwerking met verschillende disciplines. Sportteams en sportbonden zouden mondzorg meer moeten integreren in hun ondersteuning en hun gezondheidsbeleid. Dit bevordert niet alleen de samenwerking met (para)medische professionals, maar leidt ook tot effectievere interventies voor sporters en hun begeleiding.

Casestudy: inzicht in effectiviteit

Een N=1 casestudy met een 24-jarige vrouwelijke topsportster illustreert een integrale aanpak. Hierbij wordt mondgezondheid nadrukkelijk gekoppeld aan het algemeen welzijn in een sportcontext. Deze aanpak combineert wetenschappelijke onderbouwing met persoonlijke begeleiding, gericht op voorlichting, monitoring en gedragsverandering. Veranderingen in mondklachten worden gemeten met de (retrospectieve) Oral Discomfort Scale, terwijl de OHB-index wordt ingezet om gedrag te monitoren. Door continue evaluatie ontstaat een dynamisch proces waarbij de toegepaste interventies steeds beter worden afgestemd op de individuele sporter. In de casestudy bestond de interventie uit twee sessies over een periode van drie maanden, inclusief een mondgezondheidsscreening (DMFT-index, DPS en/of PPS-score en TWES 2.0), professionele gebitsreiniging en semigestructureerde interviews met gevalideerde meetinstrumenten in de vragenlijsten. Hoewel de atlete eerder een toename in mondongemak rapporteerde, waren de resultaten positief: sociale en psychologische klachten namen af, terwijl haar zelfvertrouwen en houding (attitude) ten opzichte van mondverzorging verbeterden. Het belang van gepersonaliseerde interventies en multidisciplinaire samenwerking wordt hierdoor benadrukt. Deze casestudy is under review en zal in het Litouwse Tijdschrift HESDIA worden gepubliceerd.

Pilot: integrale samenwerking tussen sport en mondzorg

In mei dit jaar is een pilotproject van Oral-Vision gestart in samenwerking met de Performance Training Academy van Timmy (personal trainer), waarbij sportprestaties en mondgezondheid integraal worden benaderd. Gedurende drie maanden worden deelnemers begeleid in zowel fysieke training als mondgezondheid. Deelnemers worden ingedeeld in drie groepen (A, B en C), afhankelijk van hun voorkeur in trainingsfrequentie. Een voorbeeldprogramma omvat onder andere: intake en persoonlijk trainingsplan met focus op functionele kracht, cardiovasculaire conditie, core stability, mobiliteit, herstelstrategieën. Een gezamenlijke tussentijdse evaluatie vindt plaats na 1 maand. Na 3 maanden zal de eindbeoordeling plaatsvinden, inclusief een aanvullende behandeling van airpolishing of polijsten.

Enerzijds richt de pilot zich op het verbeteren van beweging, herstel en prestaties van sporters. Anderzijds wordt door gerichte aandacht voor mondgezondheid en welzijn het bewustzijn over het belang van een gezonde mond en de relatie tot de algehele gezondheid vergroot en wordt uiteindelijk een gedragsverandering gestimuleerd.

Hoewel het belang van een optimale mondgezondheid binnen de tandheelkunde/mondzorg wordt erkend, is de aandacht hiervoor in de sportwereld nog beperkt. Meerdere initiatieven, onder andere vanuit de Nederlandse Vereniging voor Sport Tandheelkunde (NVvST), proberen hier verandering in te brengen. De behandeling van (top)sporters vraagt om een specifieke benadering, waarbij samenwerking met fysiotherapeuten, personal trainers en ademhalingscoaches en andere professionals essentieel is. Door deze multidisciplinaire aanpak te versterken en kennis actief te delen, kan er daadwerkelijk verschil worden gemaakt in zowel gezondheid als prestaties van (top)sporters.

Noten

  1. Gallagher J, Ashley P, Petrie A, Needleman I. Oral health-related behaviours reported by elite and professional athletes. Br Dent J 2019; 227: 276-2802.
  2. Buunk-Werkhoven YAB, Barelds DPH, Dijkstra A, Buunk AP. A Two-Dimensional Scale for Oral Discomfort. Int J Environ Res Public Health. 2025 Mar 12;22(3):415. doi: 10.3390/ijerph22030415. PMID: 40238485; PMCID: PMC11941999.
To post a reply please login or register
advertisement
advertisement