Dental Tribune Netherlands

“Met behulp van muziek kunnen we veel mensen toch goed behandelen”

By Kees Adolfsen
November 23, 2021

Margreet Ouderkerken-Bark voltooide in 2020 de scriptie waarmee ze haar opleiding tot muziekagoog afsloot. Na zo’n 20 jaar werk als mondhygiënist in algemene praktijken richtte ze haar werk volledig op mondzorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zocht – en vond – betere manieren om contact te maken en vertrouwen te winnen. Met muziek als verrassende en veelbelovende bron.

Heb je altijd interesse voor mensen met een verstandelijke beperking gehad?
Eigenlijk wel ja, maar die heb ik heel lang laten sluimeren. Ik ben begonnen als tandartsassistent. Ik wilde al snel graag ontdekken wat ik zelf allemaal met die tandheelkundige instrumentjes zou kunnen, ik wilde gewoon aan de andere kant van de behandelstoel staan. Dus ging ik wat toen nog heette de Stichting Opleiding Mondhygiënisten doen. Tijdens de stage in het derde jaar kwam ik in aanraking met mensen met een verstandelijke beperking. Toen dacht ik al: ooit, ooit…
Na 20 jaar in algemene praktijken zette ik de stap naar Vanboeijen, een instelling die op zo’n 100 locaties verspreid door vooral Drenthe zorg biedt aan mensen met een verstandelijke beperking. Daar liep ik aan tegen mijn beperkingen als behandelaar: hoe pak ik dit aan, hoe maak ik contact?

Hoe kwam je via die vragen bij muziek terecht?
Ik ging met allerlei mensen in de organisatie in gesprek: hoe doe jij dat nou? Zo kwam ik ook bij de muziekagoog terecht, iemand met ruime ervaring. Hij vroeg of ik jurylid wilde zijn bij het Talentenfestival, een soort playbackshow voor cliënten. Daar zag ik de cliënten zo compleet anders dan ik ze in de stoel had gezien, open en volop genietend van de muziek. In de auto terug naar huis werd het zaadje geplant. Een vacature deed de rest: ik mocht van mijn werkgever de opleiding Muziekagogie gaan volgen. De scriptie is de afronding daarvan. Die heeft me heel veel gebracht, aan inzicht in de werking van geluid en muziek en aan handvatten waarmee ik mijn werk als mondhygiënist kan blijven verrijken.

De eerste zin van je scriptie luidt: ‘Mondzorg verlenen aan mensen met een verstandelijke beperking is een uitdaging.’ Waar zit de uitdaging in?
Die korte zin kan ik alleen uitleggen met een heel lang antwoord. Elke cliënt stelt je voor een groot aantal vragen. Wat heeft deze cliënt nodig? Hoe moet ik hem benaderen (en dan bedoel ik hem of haar natuurlijk)? Hoe kan ik contact maken? Wat kan de cliënt zelf en waar en met wat moet ik helpen? Is de cliënt in staat om te lopen, al dan niet met hulp, of komt hij in een rolstoel of rolbed? Heeft de cliënt moeite met achterover liggen? Zijn aanrakingen in het gezicht vervelend? En dan moet ik ook nog eens met scherpe instrumentjes in z’n mond zitten pulken! Hoe gaat hij daarop, en op mij, reageren: bijten, hoofd wegtrekken, een arm die even langs maait, onderuitglijden op de stoel?

Het is altijd weer een verrassing. Natuurlijk, als je een cliënt vaker gezien hebt, ken je z’n reacties beter. Maar kleine veranderingen in omstandigheden kunnen al heel veel invloed hebben op de gemoedstoestand en het gedrag: behandelen is elke keer maatwerk.

Veel mensen met een verstandelijke beperking hebben kenmerken van autistisch gedrag. Hoe uit zich dat?
Mensen met autismespectrumstoornissen (ASS) hebben blijvende tekorten in sociale interacties en hebben vaak repetitieve gedragspatronen. Veel daarvan is erop gericht een gevoel van veiligheid te creëren. Mensen met een verstandelijke beperking wiegen vaak met hun romp, schommelen van hun linker- op hun rechtervoet of tikken op hun wijsvingers. Zelf iets kunnen bewegen geeft een veilig gevoel. En vaak dient het om een overdosis aan prikkels te verwerken. Alleen al de route naar de tandartspraktijk of de behandelkamer brengt kleuren, geuren, auto’s, plantjes die bewegen op de wind, noem maar op. Die prikkels verwerken ze ook in de tandartsstoel. Of die repeterende bewegingen dan een probleem zijn, hangt ervan af. Vingers tegen elkaar die niet naar de mond gaan is juist handig. Of een hand naar het gezicht omdat ik daar net mijn kriebelende handschoen op heb gelegd: geen probleem. Maar een been dat soms tien centimeter langs mijn hoofd gaat, dat is niet echt fijn. En ook als de behandeling juist lekker gaat, gebeuren er opeens van dat soort totaal onverwachte dingen. Toch kun je hun mobiliteit ook gebruiken. Ik tel vaak mee met hun wiegende bewegingen vanuit de onderrug en probeer bijvoorbeeld steeds op de derde tel even wat tandsteen weg te krabbelen. Na vijf tellen beginnen we weer vooraan. Zo heb ik een cliënt die alleen de naam van haar begeleider en het woord ‘in’ kan zeggen. Als ik ‘In spin de bocht gaat…’ zeg, vult zij het tweede ‘in’ aan en in de enorme lol van dat spelletje kan ik haar behandelen. Per persoon steeds weer ontdekken wat werkt is een mooie uitdaging.

Veel van deze cliënten zijn dus extreem prikkelgevoelig. Maakt dat de tandartspraktijk niet volkomen ongeschikt voor hen?
Dat is zeker waar. Maar daar zijn natuurlijk ook trucjes voor. Zo hebben wij bijvoorbeeld grijze rolgordijnen waarmee we de ramen kunnen blinderen. We zetten vaak alle beeldschermen uit, bij de behandelaar, de assistent en de patiënt. We halen soms de tikkende klok van de muur. Het komt voor dat we eerst de bureaustoelen volmaakt evenwijdig aan het bureaublad moeten zetten, anders komt de cliënt daarvoor de stoel uit. Soms lopen cliënten eerst rondjes of achtjes door de behandelkamer: blijft alles wel op z’n plek als ik van houding verander?

Je hebt het in je scriptie over geluidshygiëne. Wat bedoel je daarmee?
We hebben met collega’s wel eens de proef gedaan om zelf in de stoel te gaan liggen en te registreren wat je dan allemaal hoort. Een enorme hoeveelheid auditieve prikkels! Het knopje van de stoel bij het achterover gaan en het motortje. Waar rekken wij onze handschoenen uit om ze daarna aan te trekken? Vlak bij het hoofd van de patiënt! Een deur die dichtslaat, een la die open- en dichtgaat, een telefoon die gaat, geschreeuw of gelach uit een aangrenzende behandelkamer, het houdt niet op. Onder geluidshygiëne versta ik het je bewust zijn en zo veel mogelijk reduceren van al die auditieve prikkels. Met remmers op deuren. Laatjes die niet open hoeven omdat je alles hebt klaargelegd bij het voorbereiden van de behandeling. Telefoon bij de balie, maar niet in de behandelkamers. Ook bij de bouw van een praktijk kun je geluidsaspecten meenemen.

Je kunt moeilijk hoogpolig tapijt neerleggen en dikfluwelen gordijnen ophangen. Zijn WIP-richtlijnen en bijvoorbeeld daglichttoetreding niet allesbepalend voor architecten van tandartspraktijken?

Natuurlijk moet je niet tornen aan richtlijnen en de ergonomie van behandelaars. Maar sommige dingen kunnen bewuster in het totaalplaatje worden meegenomen, zoals geluidsabsorberende wandpanelen, isolerende wanden tussen behandelkamers en een schuimlaag of rubberen strip tussen de betonnen vloer en het linoleum dat erop gaat. Er zijn geluidsreducerende koptelefoons, die voor sommige prikkelgevoelige patiënten de behandeling enorm kunnen veraangenamen en dus de kwaliteit van je mondzorg verhogen. Tien jaar geleden al heeft een Brit een antigeluid voor de tandartsboor ontwikkeld: een microfoontje dat het boorgeluid registreert, waarna de elektronica snel signalen doorgeeft aan een mp3-speler. De oordoppen van de mp3-speler produceren het antigeluid dat in de gehoorgang van de patiënt het lawaai van de boor grotendeels opheft. Een fabrikant voor massaproductie van deze vondst is helaas nog steeds niet gevonden.

Hoe werkt dat geluid van boren en krabben door?
Helaas zit onze mond dicht bij ons gehoor. Bovendien geleiden onder meer onze schedelbotten het geluid nog eens binnendoor. Over de effecten van geluid en muziek is veel gepubliceerd. Ze beïnvloeden onze hartslag, onze hersengolven, onze ademhaling en onze gemoedstoestand. De emoties en herinneringen die muziek uit hun jeugd bij demente bejaarden kan oproepen zijn bijvoorbeeld veelzeggend. Al in 1982 publiceerde een tandarts uit Boston dat muziek en klanken effectief bleken bij 65% van 1000 proefpersonen om pijn te verdoezelen. Bij 25% maakte het verdoving overbodig. Muziek kan op veel manieren worden ingezet om angst voor pijn en gevoel van onveiligheid te reduceren.

Kun je meer voorbeelden noemen hoe jij muziek toepast bij je behandelingen?

In mijn scriptie noem ik een meisje dat extreem beweeglijk is en eigenlijk niet achterover durft in de behandelstoel. Via haar moeder ontdek ik dat ze een enorme fan van Michael Jackson is. Heel geleidelijk proberen we de behandelstoel steeds iets verder achterover te krijgen. Om te ontladen mag ze tussendoor de spanning er even uit dansen op een van Michaels hits. Het gaat nu steeds mooier, de stoel kan helemaal plat, ik kan wel 20 minuten behandelen. We hebben het contactpunt gevonden waarmee ik haar de ruimte geef en zij mij haar vertrouwen.

Vaak gebruik ik apparatuur als geluid- en ritmebron. Het aanzetten van de afzuiger bijvoorbeeld kan kalmerend werken. En polijsten kun je heel goed ritmiseren, met wat extra druk op een specifieke tel. Zo ontdek je of je eerder een driekwartsmaat- of vierkwartspatiënt in de stoel hebt. Het is allemaal input voor een andere benadering van je vak. In de algemene praktijk had ik alleen licht contact met het gezicht van de patiënt. Nu kan juist diepe druk in een ritme de cliënt houvast en duidelijkheid geven: oké, je bent met mij bezig. Klankstaafjes gebruik ik vaak om het begin en eind van een behandeling mee te markeren. Shakertjes geven goede afleiding, om mee te bewegen en naar te luisteren. En laat elke behandelaar zich goed realiseren hoeveel je met stemgebruik en spreektempo kunt doen. Lage tonen, liedjes neuriën, langzamer praten als de behandeling nog net niet klaar is: pas het bewust toe.

Bijzonder vind ik ook wat muziek kan doen met de inzet van de Wet zorg en dwang. Kun je dat uitleggen?
Die wet komt bij ons nogal eens in beeld. Ze is van toepassing bij verzet – in velerlei vorm – tegen behandeling. Het gaat specifiek om het verzet bij het toedienen van premedicatie zoals een neusspray om iemand te sederen en bij het inleiden van een volledige narcose. Ons probleem is dan dat we de cliënt toch willen behandelen, omdat er zorg nodig is. In de vijf jaar dat ik nu bij Vanboeijen werk, hebben we inmiddels bij meerdere cliënten een manier gevonden om premedicatie en narcose overbodig te maken bij de gebitsbehandeling. Een man van 35 jaar kwam altijd met zijn moeder, die heel behulpzaam probeerde te zijn als hij zich non-verbaal verzette tegen behandeling. Maar haar poging hem in de stoel te helpen houden, leidde vaak tot een kleine worsteling. Ik informeerde bij haar naar zijn interesses – hij houdt van muziek, vooral van Enya en ABBA, en kan liedjes naspelen op keyboard. Bij de volgende behandeling draaiden we Enya bij binnenkomst: het bleek de trigger voor rustiger, vrijwilliger en succesvoller behandelen en premedicatie en narcose zijn niet meer nodig.

Een vrouw van nu 46 met een zeer ernstige verstandelijke beperking is al enkele malen onder volledige narcose behandeld, waarbij ze zich bij het inleiden daarvan sterk verzet. Voor ons was de vraag of muziek een rol kan spelen om die weerstand te verminderen. Op de eerstvolgende behandeldag komen de ouders met hun dochter 45 minuten te vroeg. De dienstdoende muziekagoog neemt ze vanuit de wachtkamer mee naar de muziekruimte ernaast en speelt piano en monochord voor ze. Daarna lopen vader en dochter naar de tandartskamer, zij gaat vrijwillig in de tandartsstoel, hij houdt haar handen vast. Ze hoeft niet gefixeerd te worden en ondergaat zonder verzet de inleiding tot de narcose. Bij het uitslapen in de verkoeverruimte klinkt pianomuziek via de laptop. De ouders kunnen haar daarna rustig, bijna tevreden schreven ze zelfs, mee naar huis nemen en ze slaapt heerlijk.

Dit gun je toch iedereen, in plaats van vreselijke stress en weerstand?

Dit werk vraagt om kennis en veel geduld, het lijkt behoorlijk specialistisch.
Maar kan een muziekagoog ook nuttig zijn in de algemene praktijk?

Muziekagogen proberen muziek als middel in te zetten om contact te maken, het welzijn te verhogen en waar mogelijk te helpen bij de ontwikkeling. Muziek is zeker in te zetten bij moeilijkere patiënten in de algemene praktijk. Dan denk ik vooral aan patiënten met een licht verstandelijke beperking. Hun niveau is te hoog voor behandeling in een zorginstelling, maar ze glippen vaak door de mazen van de algemene praktijk heen, terwijl ze meestal leefgewoontes hebben met een hoog cariësrisico. Zet ze met new age of juist snoeiharde hardcore in de stoel. Hoeveel winnen we niet als we ze daarmee binnen de reguliere mondzorg kunnen houden?

Meer weten?

  • Margreet Ouderkerken-Bark stelt haar scriptie beschikbaar voor belangstellenden; mail naar ouderkerkenbark@gmail.com.
  • Van puzzel naar maatwerk – van orthopedagoog Henk Algra, waarin vier casussen van Margreet worden beschreven.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2021 - All rights reserved - Dental Tribune International