Tandarts in een asielzoekerscentrum

Search Dental Tribune

Tandarts in een asielzoekerscentrum

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Indra Mommers (aan het bureau) en Carolien Thijssen (aan de ‘behandelstoel’) in hun geïmproviseerde behandelkamer in het asielzoekerscentrum te Gilze.
Marieke Epping

Marieke Epping

wo. 4 november 2015

save

De groeiende stroom vluchtelingen naar Nederland is niet alleen logistiek en politiek een uitdaging, maar vraagt ook veel van de (mond)zorg. In deze voor de vluchtelingen roerige tijden staat mondverzorging en een halfjaarlijks PMO niet hoog op de prioriteitenlijst. Pijnklachten en rotte kindergebitten zijn dus eerder regel dan uitzondering. Mondhygiëniste Carolien Thijssen en preventieassistente Indra Mommers gingen gewapend met een tuinstoel, QLF-lamp en sonde naar de opvanglocatie in Gilze om kinderen een broodnodige mondcontrole te geven. Dental Tribune peilde hun ervaringen in deze bijzondere ‘behandelkamer’.

Carolien Thijssen en Indra Mommers werken bij Samenwerkende Tandartsen Tilburg-Noord, niet ver van Azc Gilze, een van de grootste opvanglocaties van Nederland. Dit is een zogeheten procesopvanglocatie: hier komen asielzoekers terecht na hun aanmelding in Ter Apel, in afwachting van de uitkomst van het asielverzoek. Het centrum bestaat dus, in tegenstelling tot de vele locaties voor noodopvang die nu worden opgezet, al een aantal jaar en heeft daardoor een redelijk gevestigde infrastructuur. Zo is er een ‘asielschool’ waar de vele kinderen uit het centrum les krijgen. Vanuit de leiding van deze school kwam het verzoek iets aan de schrijnende gebitstoestand van de kinderen te doen.

“We werkten al langer samen met de asielschool,” vertelt Mommers, “door af en toe met een busje kinderen op te halen en in een van onze praktijken een mondcontrole en eventueel een behandeling te geven.” De enorme toename aan vluchtelingen maakte deze opzet voor de school erg lastig: elke dag werden er kinderen uit de klas gehaald, wat de lessen erg onrustig maakte. Daarom werd de vraag gesteld of de behandelaren naar de kinderen toe konden komen, in plaats van andersom.

Improviseren
Daar waren Thijssen en Mommers best toe bereid, maar het had logistiek heel wat voeten in de aarde. Behandelen op school gaat natuurlijk niet zonder het gebruik van een mobiele praktijk, een zogenaamde dental car, dus werd besloten alleen de mondcontrole op school te doen en kinderen die een behandeling nodig hebben, op een later moment naar de praktijk te laten komen. Thijssen: “Zo waren de kinderen met een prima gebit slechts vijf minuten uit de klas, in plaats van een halve ochtend.” De behandelkamer werd geïmproviseerd in een leeg lokaal. Mommers: “Een tuinstoel met kussen diende als behandelstoel, zodat de kinderen redelijk goed achterover konden liggen. Wij zaten op een bureaustoel; met slechts een spiegel, een QLF-lamp en een sonde controleerden we het gebit.”

Bij het uitvoeren van de controles was er vaak een flinke taalbarrière, aangezien er geen tolk aanwezig was. Toch ging het meestal goed. “Af en toe, bij een heel angstig kind, kwam de juf mee zodat ze een vertrouwd gezicht zagen, maar over het algemeen waren de kinderen vrij gemakkelijk te controleren.” Thijssen vermoedt dat de meesten niet voor het eerst bij de tandarts kwamen. “Als we aan de slag gingen, leek het onderzoeken van de mond geen onbekend fenomeen voor ze.”

Dramatisch
Verdeeld over drie ochtenden zagen Thijssen en Mommers ongeveer 95 kinderen. Thijssen: “Wat ik opvallend vond, was dat de gebitten óf keurig in orde waren, of ze waren dramatisch slecht, met meerdere zelfs blijvende elementen die tot op de pulpa waren weg gecarieerd. Er zat niets tussenin.”
Gebitten met slechts een enkel element met cariës zagen Thijssen en Mommers bijna niet. “Helaas waren de slechte gebitten in de meerderheid. Vooral de wat oudere kinderen hadden bijna allemaal een zeer slecht gebit.” De kinderen die een behandeling nodig hadden, kregen direct een brief mee voor hun ouders, waarin stond wanneer ze werden opgehaald om naar één van de praktijken van Samenwerkende Tandartsen in Tilburg te gaan. Thijssen en Mommers konden door de controle goed inschatten hoe snel het kind behandeld moest worden en hoeveel tijd daarvoor nodig was. Ouders hebben al voordat het kind op controle komt, toestemming gegeven voor de controle en de eventuele verdere behandeling. “We kunnen dus direct en veel gerichter inplannen. Dat maakt het proces ontzettend gestroomlijnd.”

Financiering
Wanneer een vluchtelingkind een behandeling nodig heeft, gelden vergelijkbare regels als bij de jeugdmondzorg voor Nederlandse kinderen. Onder de 18 jaar wordt alle mondzorg, met uitzondering van orthodontie en kroon- en brugwerk, voor de patiënt geheel vergoed. Praktijken hoeven zich geen zorgen te maken, ook al heeft een asielzoeker in afwachting van een verblijfsvergunning nog geen zorgverzekering. De financiering van behandelkosten wordt geregeld door Menzis COA Administratie (MCA). MCA maakt voor de tandarts of mondzorgverlener aanspraak op de Regeling Zorg Asielzoekers (RZA) van waaruit de behandelkosten worden vergoed. Voor asielzoekers ouder dan 18 jaar geldt dat zij enkel in aanmerking komen voor noodhulp tot een maximum van 250 euro. Bij een verwachte overschrijding kan enkel na goedkeuring van MCA vanuit de RZA worden vergoed. Veel tandartspraktijken in de buurt van azc’s, zoals Samenwerkende Tandartsen Tilburg-Noord, hebben een overeenkomst met MCA gesloten om dit proces te vergemakkelijken.

Thijssen en Mommers zijn onder de indruk van hun bezoek aan de opvanglocatie. Een half jaar eerder waren zij al eens in Gilze geweest, maar de situatie is flink veranderd. Thijssen: “Het is nu zoveel drukker in het centrum, het zit echt vol. Ook de herkomst van de asielzoekers is veranderd. Waar het eerst nog een zeer gemengde samenstelling was, is nu pakweg 95% afkomstig uit Syrië.” De dames zijn blij dat ze het azc hebben bezocht. “Het is natuurlijk interessant en leerzaam om de situatie van vluchtelingen zelf te zien, om te beseffen hoe weinig deze mensen hebben,” aldus Thijssen. Maar de belangrijkste reden is de intrinsieke motivatie van elke zorgverlener. Thijssen: “Die kindertjes hebben soms zoveel pijn van hun gebit, die moeten gewoon geholpen worden.”

Hulp bieden
De KNMT deed onlangs een oproep aan tandartsen om in hun praktijk hulp voor vluchtelingen aan te bieden. De tandartsorganisatie werkt samen met MCA en biedt praktijkeigenaren praktische ondersteuning wanneer zij hulp willen bieden. Thijssen en Mommers sluiten zich volledig bij die oproep aan, hoewel ze begrijpen dat niet elke praktijk staat te springen. “Er is vaak sprake van een flinke taalbarrière en het is moeilijk om goede afspraken met asielzoekers te maken,” zegt Mommers. “Maar je kunt met zo weinig moeite zoveel hulp bieden, en zoveel erger voorkomen. Als iemand door zijn gebitsproblemen niet goed meer kan eten, wordt zijn situatie nog veel ellendiger.” De grote aantallen vluchtelingen kunnen wellicht ook angst inboezemen: als ik hulp biedt, om hoeveel mensen gaat het dan? Mommers denkt dat dit mee kan vallen, juist als iedereen een stapje extra zet voor deze groep. “Dan komt het niet op slechts een handvol praktijken neer.” Thijssen vult aan: “Als iedereen iets doet, wordt het niemand te veel.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement
advertisement