Dental Tribune Netherlands

Twee nieuwe hoogleraren met leerstoel preventie bij ACTA

By Imelda van de Wardt
April 01, 2020

Op 1 juni 2018 ging prof. dr. Cor van Loveren, bijzonder hoogleraar Preventieve tandheelkunde bij ACTA namens het Ivoren Kruis, met pensioen. Sindsdien heeft Nederland geen hoogleraar Preventieve tandheelkunde meer. Waarom is er twee jaar na dato nog altijd geen opvolger? Is de Nederlandse mondzorg momenteel voldoende op preventie gericht? En wat kunnen we in de toekomst verwachten? Dental Tribune ging op onderzoek uit. ACTA heeft alvast nieuws: het stelt twee nieuwe hoogleraren aan, met leerstoelen gericht op preventie.

Als bijzonder hoogleraar droeg Cor van Loveren adviezen uit – opgesteld door het Ivoren Kruis – die ruggensteun zouden bieden bij effectieve preventie in de mondzorgpraktijk. Volgens Van Loveren heeft preventieve voorlichting in het verleden al veel winst opgeleverd. “In de jaren 60 en 70 had een gemiddelde Nederlandse vijfjarige twintig gaatjes in het melkgebit. Dat is enorm verbeterd, wat betekent dat men de preventieve boodschap omtrent zelfzorg heeft begrepen.” Wel benadrukt hij dat er nog altijd een groep is die het niet ‘begrijpt’, ofwel  niet bereikt wordt. Het bereiken van deze groep – voornamelijk mensen met een lage sociaaleconomische status en veel problematiek – vereist een nieuwe tactiek. In dat kader is Van Loveren als bijzonder hoogleraar betrokken geweest bij de cariëspreventiemethode ‘Gewoon Gaaf’, die in steeds meer praktijken wordt toegepast.

Complexiteit van zelfzorg
Maar volgens Van Loveren is er nog voldoende winst te behalen op het gebied van preventie. “Ik denk dat iedereen van goede wil is, maar dat we met name gedragsaspecten niet goed onder de knie hebben. We onderschatten de complexiteit van zelfzorg en zijn te snel geneigd om de schuld in de schoenen van patiënten te schuiven, terwijl zorgprofessionals vaak ook anders hadden kunnen handelen.” Van Loveren benoemt nog een ander verbeterpunt: de tandheelkunde wordt vaak niet automatisch in zorgketens ingesloten. “Bij de totstandkoming van de voedingswijzer is de tandheelkunde bijvoorbeeld niet automatisch betrokken.”

Mogelijk komt dit omdat iedereen de algemene boodschap intussen wel kent: ‘twee keer per dag poetsen en niet te veel snoepen’. Maar volgens Van Loveren kan de tandheelkunde zelf ook schuldig zijn aan deze ontwikkeling. “Tandartsen trekken zich mogelijk te veel terug in hun eigen bubbel.” Volgens hem zijn er vaak geen persoonlijke contacten op dat niveau. “Komt er weleens een tandarts bij de Nederlandse Vereniging voor Sociale Geneeskunde?” Het is van belang dat de tandheelkunde investeert in multidisciplinaire zorg. “We hebben binnen de mondzorg vaak een mening over het stoppen met borst- en nachtvoeding, maar dit koppelen we te weinig aan adviezen van het consultatiebureau.”

Grote sectie
Dat een hoogleraar Preventieve tandheelkunde van toegevoegde waarde is, valt volgens Van Loveren niet te betwisten, maar dat deze nu ontbreekt, vindt hij niet al te problematisch. “Het is niet zo dat een vakgebied niet is afgedekt als er geen hoogleraar is,” stelt Van Loveren. “De kennis is er heus nog wel, alleen is deze momenteel niet vereenzelvigd met een persoon. Samenwerking tussen deze personen kan preventie krachtig en met nieuw elan op de kaart zetten.” Prof. dr. Wim Crielaard – voorheen hoofd van de sectie Preventieve tandheelkunde bij ACTA en sinds een aantal maanden vicedecaan – is het met Van Loveren eens: “We hebben bij ACTA een sectie Preventieve tandheelkunde, waar twintig à dertig mensen aan preventie werken,” licht hij toe. “Daar werken ook drie hoogleraren. Dat zij niet betiteld zijn tot hoogleraar Preventieve tandheelkunde, betekent niet dat ze daar niet aan werken.” Crielaard benadrukt tevens dat het vakgebied Preventieve tandheelkunde een van de grootste secties bij ACTA is.

Nieuwe hoogleraren
Gelukkig is er volgens Crielaard steeds meer aandacht voor preventie en zijn er ook meer wegen om aan preventie te werken. De sectie Preventieve Tandheelkunde bij ACTA onderzoekt onder andere hoe de gezonde mond werkt. “Voorheen werd de zieke mond bestudeerd en hoe we die ziekte kunnen bestrijden,” licht hij toe. “Maar als je de werking van een gezonde mond begrijpt, kun je processen ondersteunen die de mond gezond houden.” Denk bijvoorbeeld aan prebiotica, maar ook aan het consumeren van de juiste voeding. “We weten inmiddels dat bepaalde voeding cariës veroorzaakt, maar er is ook voeding die de mondgezondheid juist stabiel houdt. Op die manier ben je altijd een stapje voor. Ook bevordert dit de kwaliteit van diagnostiek.”

De vraag waarom er momenteel geen hoogleraar Preventieve tandheelkunde is, kunnen zowel Crielaard als Van Loveren niet direct beantwoorden. Wel deelt Crielaard met trots een nieuwtje: “Onlangs heeft ACTA te horen gekregen dat we twee nieuwe hoogleraren kunnen aanstellen vanuit de Vrije Universiteit (VU), met de leerstoelen ‘preventie in de mondzorg’ en ‘monitoring all health and prevention’.” Dat zijn twee hoogleraren die zich met name zullen richten op preventie, benadrukt Crielaard.

Ook een nieuwe hoogleraar Preventieve tandheelkunde sluit Crielaard in de toekomst niet uit. “Wat mij betreft is het de belangrijkste hoogleraar binnen de tandheelkunde.” Het Ivoren Kruis heeft aangegeven nog steeds het voornemen te hebben om een hoogleraar aan te stellen. “Wel willen we dat er eerst een gedegen plan aan ten grondslag ligt. Daarnaast is er meer budgetruimte nodig dan er tot dusver kon worden vrijgemaakt,” laat het Ivoren Kruis aan Dental Tribune weten. Crielaard benadrukt wel dat elke hoogleraar een andere leerstoel heeft en een onderwerp vanuit zijn of haar eigen specifieke achtergrond benadert. “Maar je kunt niet genoeg mensen aan het werk hebben bij preventie.”

1 Comment

  • René Gruythuysen says:

    De belangrijkste vraag in de preventieve tandheelkunde luidt: hoe kunnen we zorgvragers ertoe bewegen om het basisadvies preventie van het Ivoren Kruis op te volgen. Hoe meer Nederlanders het basisadvies opvolgen hoe minder vaak gedragsziekten zich zullen voordoen in de mondzorg. Dat kan alleen als alle betrokken partijen (zorgverleners, zorgverzekeraars, NZa, overheid, onderwijs en wetenschap) in de mondzorg dit streven in woord en daad ondersteunen.
    Als alle Nederlanders het basisadvies opvolgen, dan blijven er nog maar heel weinig Nederlanders over die aangewezen zijn op extra zorg vanwege een meer complexe mondproblematiek. De vraag is wat prioriteit heeft: verbetering van de mondgezondheid bij de hele bevolking of de aandacht richten op middelen die slechts zinvol zijn voor een kleine groep. Waarbij bedacht moet worden dat als het basisadvies door die kleine groep niet wordt opgevolgd allerlei extra zorg niet zo snel tot het gewenste resultaat zal leiden.
    Jammer genoeg zijn de prioriteiten die in de wetenschap worden gesteld lang niet altijd in het belang van de zorgvrager, althans dat is mijn ervaring. Iedere verbetering in dit opzicht is natuurlijk welkom!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Latest Issues
E-paper

DT Netherlands No. 4, 2020

Open PDF Open E-paper All E-papers

© 2020 - All rights reserved - Dental Tribune International