“Vraag advies bij twijfel en informeer patiënt neutraal”

Search Dental Tribune

“Vraag advies bij twijfel en informeer patiënt neutraal”

E-Newsletter

The latest news in dentistry free of charge.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Isaäc van der Waal
Reinier van de Vrie

By Reinier van de Vrie

ma. 16 mei 2022

save

Als de tandarts of mondhygiënist afwijkingen in de mond niet herkent, wie moet dat dan wel doen, stelt emeritus professor Orale Pathologie Isaäc van der Waal de retorische vraag. Voor AccreDidact schreef hij het nascholingsprogramma ‘Aandoeningen van mondslijmvlies en tandvlees’, bestaande uit e-learning en naslagwerken. Het is verschenen in afzonderlijke versies voor tandartsen, mondhygiënisten en preventieassistenten. Dental Tribune sprak met hem over hoe belangrijk het is om afwijkingen tijdig te signaleren en patiënten zorgvuldig te informeren, met een focus op de rol van de tandarts.

Waarom is kennis over dit onderwerp voor tandartsen zo belangrijk?

Tandartsen zijn van oudsher erg opgevoed met cariës, tandvleesaandoeningen en paroproblematiek, maar de rest van de mondziekten kwam minder aan bod. Tegenwoordig is daar gelukkig wel meer belangstelling voor. De tandarts kan op die manier een belangrijke rol spelen bij het zien en herkennen van afwijkingen. Die moet expert zijn van de mond, want de meeste huisartsen kunnen afwijkingen in de mond niet goed duiden. De tandarts kan in de meeste gevallen de diagnose stellen en in sommige gevallen ook de behandeling zelf uitvoeren. Als een tandarts er zelf niet uitkomt of er niet helemaal zeker van is, dan is het logisch dat hij de patiënt verwijst, standaard naar de mka-chirurg. Die kan eventueel ook gemakkelijk een beroep doen op andere specialisten, bijvoorbeeld een huidarts.

Hoe en op welk moment informeert een tandarts zijn patiënt als hij iets verdachts aantreft?

Besteed bij het aantreffen van een mondslijmvliesafwijking veel tijd aan patiëntenvoorlichting en goede communicatie. Ik vind het ongelukkig als een tandarts iets in de mond aantreft waarvan de patiënt zichzelf niet bewust is en besluit er over een half jaar of een jaar nog wel weer eens naar te kijken. Dat kan tot onaangename verrassingen leiden, zo is mijn ervaring. Vaak zijn dingen onschuldig en hoef je niet in te grijpen, maar soms ziet iets er ogenschijnlijk onbenullig uit en zijn er geen klachten, maar kan het toch tot ernstige gevolgen leiden. Als je iets ziet waar je geen raad mee weet, zeg het dan tegen je patiënt en wees eerlijk dat je het zelf niet goed kan plaatsen en dat je daarom advies wilt van iemand die er meer verstand van heeft. Het is de kunst om er niet aan toe te voegen dat je je er wel of geen zorgen over maakt. Want als dat onjuist blijkt te zijn, kan dat bij de patiënt veel verwarring veroorzaken. Ik heb verschillende malen meegemaakt dat patiënten helemaal overstuur bij me kwamen omdat ze op grond van de informatie van de tandarts dachten dat het om mondkanker ging, terwijl dat totaal niet aan de hand was. Het sleutelbegrip voor mij is: bij verwijzing zo neutraal mogelijk formuleren.

Wacht je tot je een aandoening ‘toevallig’ tegenkomt of moet je periodiek onderzoek doen op eventueel verdachte plekken?

Theoretisch, enigszins academisch, wordt vanuit de opleiding uitgedragen dat de tandarts bij periodieke controle grondig mondonderzoek moet doen naar onder andere mogelijke slijmvliesafwijkingen. Dat klinkt nogal streng, waarbij het lijkt of je er een half uur mee bezig bent, maar als je de mond op slijmvliesafwijkingen en zichtbare mondafwijkingen scant ben je in een minuut klaar. De mond is goed toegankelijk en je hebt als tandarts goed licht. Maar in de praktijk komt van periodiek mondonderzoek naar eventueel aanwezige mondslijmvliesafwijkingen vermoedelijk weinig terecht. Het advies om bij iedere controle uitgebreid onderzoek te doen naar mondslijmvliesafwijkingen lijkt dus niet erg realistisch. De kans dat je als tandarts iets toevallig vindt bij een patiënt die een plekje niet voelt of er geen last van heeft en dat het dan om iets ernstigs zou gaan, is ongelooflijk klein. Mondkanker geeft bijna altijd last, geeft een brandend gevoel of irriteert. Daarvoor hoeft het niet veel pijn te veroorzaken of regelmatig te bloeden. Dat is weleens misleidend. Verder is het belangrijk om alert te zijn op de aanwezigheid van een eventueel voorstadium van mondkanker, een zogenaamde premaligne afwijking, meestal in de vorm van een witte of wit-rode verandering van het slijmvlies.

Wat is dan wel realistisch?

Wanneer mensen in of rond de mond klachten hebben, die niet direct te begrijpen zijn,  laat het dan niet op zijn beloop. Dan moet je niet denken dat het wel niets zal zijn.

AccreDidact publiceert afzonderlijke nascholingsprogramma’s voor tandartsen, mondhygiënisten en preventieassistenten. Isaäc van der Waal maakte voor elke doelgroep een aparte bewerking van zijn nascholingsprogramma. Meer informatie op www.accredidact.nl.

Welke aandoeningen worden het gemakkelijkst over het hoofd gezien?

Wat ernstige afwijkingen betreft is dat het mondcarcinoom, dat in verhouding vaak op de tongrand voorkomt. De tandarts kan dan bijvoorbeeld denken dat een vulling niet glad is en dat proberen te verhelpen. Maar als je denkt dat dat de oorzaak is, moet je de patiënt na twee tot drie weken controleren. En als de klachten niet over zijn: doorsturen en niet langer afwachten. Dat is een standaardregel. Dan kan je ook niet worden verweten dat je te lang hebt gewacht.

Is dit goed uit te leggen aan een patiënt?

Ja, als je het eerlijk doet wel. Die controle is wel ongelooflijk belangrijk. Zorg dat je de patiënt terugziet. Bedenk ook dat de patiënt vaak ook op internet kijkt. Als je bijvoorbeeld lichen planus constateert, kan de patiënt op internet op verschillende websites vinden dat er sprake is van een verhoogde kans op het krijgen van mondkanker. Daar is echter veel discussie over in de wetenschappelijke literatuur. Als je denkt dat je over dit onderwerp niet goed in staat bent om de patiënt adequaat te informeren, schaam je dan niet om advies te vragen aan een mka-chirurg.

Dat betekent dat een mka-chirurg daar ook open voor moet staan.

Ik heb weleens meegemaakt dat de verwijzend tandarts onaangename feedback kreeg van een mka-chirurg op een verwijzing. Het kwam er eigenlijk op neer dat de tandarts een sukkel was dat hij dat zelf niet kon oplossen. Dan kijk je als tandarts natuurlijk wel goed uit om nog eens een patiënt in te sturen naar die betreffende mka-chirurg.

Het spreekt voor zichzelf, dat de tekst van een verwijsbrief of -mail duidelijk en open moet zijn. Er moet in staan waar je aan denkt en bij voorkeur ook wat je aan de patiënt verteld hebt en dat jezelf, en soms ook de patiënt, het oordeel en advies van de mka-chirurg op prijs stelt. Zakelijk en neutraal. Ik ben overigens wel verbaasd dat er nog zo weinig gebruik wordt gemaakt van teleconsulting. Zelf krijg ik vrij veel vragen van tandartsen en mka-chirurgen over de e-mail met foto's. Mondafwijkingen zijn over het algemeen goed te fotograferen. Met een duidelijk verhaal erbij kan dat een patiënt een bezoek aan een specialist besparen. Maar aan deze vorm zitten ook wel nadelen en ‘problemen’, bijvoorbeeld rond vergoeding en dossiervorming. Bovendien zullen zich situaties kunnen voordoen, waarbij je als specialist toch de patiënt zelf wilt zien en spreken om tot een verantwoord oordeel te kunnen komen.

Wat mag op het gebied van mondafwijkingen van de tandarts verwacht worden?

Er zijn tientallen, vaak ook zeldzame, mondafwijkingen. Ik verwacht niet dat een tandarts die allemaal paraat heeft, maar ik verwacht wel dat een tandarts voldoende thuis is in de mond om te zien wat afwijkend is. Daarbij kan hij natuurlijk ook prima gebruikmaken van naslagwerken. Er wordt wel gezegd dat de tandarts ook verstand moet hebben van en onderzoek moet doen naar het gelaat en de hals. Ik betwijfel of dat bij de huidige opleiding realistisch is. Een en ander vraagt veel kennis en ervaring, waar je niet zomaar even in getraind kunt worden. Anderzijds kan je als tandarts weleens een plekje op de gelaatshuid constateren dat misschien nadere aandacht behoeft. Het lijkt dan logisch om de patiënt naar een mka-chirurg te verwijzen.

Korte biografie prof. dr. Isaäc van der Waal

Prof. dr. Isaäc van der Waal studeerde in 1968 als tandarts af in Utrecht en specialiseerde zich in mondziekten en kaakchirurgie in het VU-ziekenhuis te Amsterdam. Vanaf 1979 was hij hoogleraar in de pathologie van de mondholte aan de Vrije Universiteit, en van 1989 tot 2011 was hij hoofd van de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het VUmc/ACTA. Tot 2016 bleef hij als staflid verbonden aan deze afdeling. Hij schreef talrijke wetenschappelijke publicaties en diverse leerboeken en atlassen op het gebied van mond- en kaakziekten. Ook verzorgde hij veel nascholingscursussen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

advertisement